Ja, dat is pure nostalgie. Die ‘oude’ Boerenleenbank uit Edam. Ter ziele. Als plaatselijke RABO-bank inmiddels gedwongen overgenomen door haar grotere zus in Purmerend. Onder het mom van een fusie. Inmiddels zijn haar riante reserves geplunderd door deze ‘subsidiebank’, zoals de rijke boeren uit Edam destijds smalend over haar grote zus in Purmerend spraken; ‘geen cent om hun gat te krabben’. En dan ‘de bank van Stek de Boer’, zoals de RABO-bank in Volendam werd genoemd. Wat kneuterig, amateuristisch ook, onbeholpen, ouderwets, maar oerdegelijk, bewogen en met de poten in de modder van de gemeenschap. Te risicomijdend soms; ‘vis is drie dagen fris’. De vishandelaren in Volendam moesten voor een financiering daarom soms noodgedwongen uitwijken naar Cor de Lange of de boerenleenbank in Monnickendam. De laatste wat ruimhartiger, daardoor ook op het eind van de rit arm als een kerkrat. Ook al lang door de RABO van Purmerend op last van ‘Utrecht’ opgeslokt. Het Rabootje van Edam-Volendam was, behalve uiterst solvabel, daarnaast ook een degelijke, fatsoenlijke werkgever ter plekke. Een ruime veertig medewerkers op haar hoogtepunt. Allemaal gerekruteerd uit beide kernen. Thans zie ik alleen maar wat ‘vreumde’ gezichten in de Christiaan van Abcoudestraat; vele Edammers en Volendammers die er werkten zijn weggesaneerd door de technologische ontwikkeling. Onvermijdelijk. En na de zogenaamde fusie ook weggepest of ontslagen, ongeacht dienstjaren en leeftijd, vanuit Purmerend ten faveure van de werknemers daar. Hetzelfde geldt voor klanten. ‘U bent niet interessant voor ons; daarom zeggen wij de huur van uw kluisje op. Wilt u het voor 31 december leeghalen’. Na 56 jaar, begonnen met een zilvervlootrekening, kreeg ik dat te horen krijgen.
Niet voor niets dat die Albert Veerman als zijnde een kleine Wijffels destijds royaal in de buidel kon tasten. Was toch niet zijn eigen portemonnee. Sloot ook naadloos aan bij de geest van het toenmalige museum en andere kluppies in Edam en Volendam. Het museum; in opbouw, amateuristisch, charmant, niet zo gelikt, gebrekkige administratie op zijn Volendams in tegenstelling trouwens tot die van de kluppies in Edam, maar wel gericht op de plaatselijke bevolking met enthousiaste jonge honden die het alleen wat ontbrak aan een paar centjes, En sloot ook aan bij de blijkbaar door Albert Veerman zo bewonderde Wilm Wouters (nooit geweten dat het Wilm was en niet Willem); een zondagsschilder en aardige amateur; er zijn er trouwens veel beter. Maar ook echt dorps. Allemaal nostalgie.
Maar tijden veranderen. Niets blijft nu eenmaal hetzelfde. Het Volendammer museum ook niet. Een officiële stichting nu, ingeschreven, met officieel bestuur en ook toezichthoudend orgaan, zoals allemaal wettelijk voorgeschreven. Nu ook officieel als museum erkend, zelfs gecertificeerd. Een goed geoliede machine thans. Mede dankzij de sponsoring van onder andere de RABO en de vele gemeentesubsidies. Waarbij – eerlijk is eerlijk – de toch riante bijdragen van de RABO in het niet verzonken en verzinken. Maar die beide toch maar tijdig het fundament hebben gelegd. Honderdduizenden bezoekers nu. Ook voor het sigarenbandjeshuisje, waarover met ontzag wordt gefluisterd in de internationale hoge kunstkringen en de schoonheid ervan overal rondzingt. Niet voor niets thans een zeer lucratief contract met Tours-en-tickets, dat zorgt voor een niet aflatende stroom goed betalende bezoekers. Sponsoring van RABO is thans niet meer aan de orde en nodig. Gaat naar de draverijen in Purmerend. Maar wordt gretig overgenomen door direct belanghebbenden bij het museum als Van Duuren van de Marken Express en Tours-en-Tickets. Ook gemeentesubsidies passen niet meer bij een dergelijke organisatie; subsidies verstoren immers niet alleen het economisch evenwicht maar werken hier ook concurrentievervalsend ten opzichte van de brave ondernemers in de toeristenindustrie op de dijk. Maar ach. Dat heeft het Bestuur van het museum al lang voorzien. Deert het museum niet. Kan het vrijkomende bedrag elders in onze fusiegemeente worden besteed. Renovatie van de satanskerk in Etersheim bijvoorbeeld. Of restauratie van het kerkje in Beets. De VD80 voorvrouw zei het toch al: ‘De Zeevang nemen we net als Edam wel onder onze arm’.
Wat lastiger wordt het met het pand. Hoe dat ingepast moet worden in het nieuwe gemeentelijk beleid dat panden die niet voor de kerntaak van de gemeente nodig zijn, moeten worden verkocht. Zoals bij Het Speeltheater en De Speeltoren het geval is. Prachtig pand dat Volendammer museum; ideaal gelegen. Zeker voor een projectontwikkelaar. Een goed alternatief voor verkoop zou zijn om de huurprijs naar marktniveau te brengen; te vervijfvoudigen. Verkapte subsidies passen immers ook niet in het nieuwe gemeentelijke beleid. Ach, in drie stappen bijvoorbeeld. Zal men in Edam en De Zeevang vrede mee kunnen hebben.
Natuurlijk. Groei gaat gepaard met knelpuntjes. Ook bij het museum. Hoort erbij. Die Albert Veerman begreep dat wel en is al decennia geen voorzitter meer van de RABO. Misschien is hij al wel gestorven. Nieuw bloed. Werkt verfrissend. Nieuw elan. Zijn ze bij VD80 te laat mee begonnen. Ook bij het huidige museum hoort een andere CEO. Geen ‘slap-tachtiger’. Maar Willem zit nog wel steeds op zijn post bij het museum met het motto ‘wie niet met mij is, is tegen mij’. Passend uit de tijd waaruit hij kwam. Maar ik begreep dat zijn tijd is gekomen; conflicten tot in de media met de eerzame familie Kes, te veel huilend weglopende parttime werkneemsters, vrijwilligers die onder een hiërarchie anno 1917 hun vrijwilligerstaak moeten uitvoeren. Ach; bij de Raad van Toezicht van Het Museum is het kwartje inmiddels al wel gevallen. Willem loopt al met zijn hoofd onder zijn arm, maar hij alleen weet het nog niet. Maar ja; wie bindt de kat de bel aan? Er zijn nu eenmaal weinig echte bestuurders. Dat zijn bestuurders die ook ‘nee’ kunnen zeggen.
Oude olifanten wetende dat hun taak is volbracht, gaan zelf naar het olifantengraf. Dat is de loop van de natuur en van het leven. Die weten dat. Willem niet. Jammer voor hem.