Second Opinion vervoersplan EBS Waterland 2018
Op 19 februari 2015 heeft de Stadsregio haar visie betreffende het openbaar vervoer in de regio gepresenteerd aan de regioraad. De lijnennetvisie is volledig gebaseerd op de opening van de Noord/Zuid metrolijn op 20 juli 2018. De stadsregio schrijft:
“De lijnennetvisie is gericht op het realiseren van de kwaliteitssprong van het openbaar vervoer. (…) Op hoofdlijnen betekent dit dat de metro de ruggengraad van het OV-systeem is en dat tramen buslijnen (…) daarop aansluiten. (…) Bij het beoordelen van alternatieven om tot een optimaal OV-netwerk te komen is vooral gekeken naar drie criteria:
- Het verbeteren van de bereikbaarheid van de Metropoolregio Amsterdam;
- Het vergroten van de attractiviteit van het OV voor huidige en toekomstige reizigers;
- Het verbeteren van de betaalbaarheid van de exploitatie van het openbaar vervoer.
Het dagelijks bestuur verwacht dat de uitwerking van de lijnennetvisie er toe zal leiden dat de reistijd voor ongeveer 90% deel van de reizigers korter wordt, of gelijk blijft. Een beperkt deel (circa 10%) van de reizigers zal enige reistijdverlenging krijgen."
Vervolgens wordt voor vier buscorridors / busconcessies aangegeven welke uitgangspunten de stadsregio hanteert voor de op te stellen vervoerplannen:
- Stadslijnen Amsterdam Noord 100% aantakken
- Streeklijnen Waterland 70% aantakken (zonder dat dit uitgewerkt wordt)
- Streeklijnen Amstelland & Meerlanden 50% aantakken (de andere 50% tot Elandsgracht)
- Streeklijnen Zaanstreek 30% aantakken (2 lijnen rijden via Noorderpark naar CS)
De regioraad heeft de lijnennetvisie vastgesteld. Vervolgens stellen de vervoerbedrijven, op basis van bovenstaande uitgangspunten, hun vervoerplannen op. EBS heeft voor de zomer van 2016 haar ‘Concept Vervoerplan Waterland 2018’ gepresenteerd. Ongeveer tegelijkertijd startte EBS een internet enquête op waarin de busreizigers werd gevraagd hoe ze zullen reizen als ‘hun lijn’ in 2018 bij het Metrostation Amsterdam Noord eindigt. In de vergadering van 30 juni 2016 heeft de gemeenteraad van Purmerend een motie aangenomen waarin het College wordt verzocht om een quickscan te laten uitvoeren, waarbij de strekking van de opdracht luidt:
- Een onafhankelijke vergelijking te maken tussen de opties voor het vervoerplan;
- Een analyse te maken van de gekozen lijnen uit de huidige voorkeuroptie van EBS;
- Een advies te geven over de opzet van de lopende reizigersenquête van EBS en de mogelijkheden
voor eventuele aanvullende reizigersconsulatie.
De gemeente Purmerend heeft TransTec gevraagd om een Second Opinion betreffende het Vervoerplan en de enquête. Middels de voor u liggende rapportage wordt invulling gegeven aan de motie van de gemeenteraad. In deze second-opinion-concept-vervoerplan-waterland_2018 beschrijven we de stappen die een vervoerbedrijf (of adviesbureau) maakt bij het opstellen van een vervoerplan. Vanzelfsprekend begint het opstellen van een vervoerplan met het vaststellen van de doelstelling . In dit geval is de doelstelling in de opdracht van de stadsregio (inclusief uitgangspunten) vastgelegd. Vervolgens geven we per stap aan hoe EBS te werk is gegaan en hoe we daar tegenaan kijken. Het rapport eindigt met een samenvatting van de antwoorden van de vragen van de Gemeenteraad en een advies over de te nemen vervolgstappen.
Samenvatting
Het Concept Vervoerplan Waterland 2018 heeft voor de nodige ophef gezorgd. Men maakt zich zorgen over de kwaliteit van het openbaar vervoer als 70% van de bussen naar het Metrostation Noord gaat rijden. Het Concept Vervoerplan 2018 geeft nog geen duidelijk beeld van de gevolgen van het nieuwe OV-netwerk. Een volgende versie van het vervoerplan geeft daar hopelijk meer inzicht in en de ‘echte’ effecten zijn pas zichtbaar als het nieuwe OV-netwerk een paar weken rijdt. EBS heeft de opdracht om binnen de randvoorwaarden tot een optimale oplossing te komen. Dat is geen sinecure want het gaat om grote aantallen reizigers, dus verkeerde inschattingen hebben grote gevolgen. Het OV-gebruik in Waterland is hoog en daardoor de betrokkenheid ook. Dat blijkt nu al uit diverse vragen vanuit de politiek. Middels onderstaande samenvatting beantwoorden we de vragen van de gemeenteraad van Purmerend.
Conclusies en aanbevelingen
Op basis van het Concept Vervoerplan Waterland 2018 komen we tot de volgende conclusies:
- De door EBS voorgestelde variant waarbij, na de start van de Nood/Zuidlijn, van de tien R-net lijnen de lijnen 301, 306 en 314 naar Amsterdam Centraal rijden terwijl het eindpunt van de andere zeven lijnen het metrostation Amsterdam Noord wordt, is een realistische variant.
- Echter, EBS toont niet aan dat hun voorkeurvariant ‘de beste’ is. Daarmee is het geen uitgemaakte zaak dat de voorkeurvariant van EBS goed tegemoet komt aan de wensen van de reizigers.
- Voor een goede keuze is het noodzakelijk dat verschillende varianten goed doorgerekend worden. Dat is nog niet gebeurd. Wij missen een gedegen vervoerstudie als onderbouwing van
de keuzes tot op heden. Daarmee wordt geen recht gedaan aan de 25.000 dagelijkse reizigers die geconfronteerd worden met andere routes en extra overstappen. - De enquête van de stadsregio zou een goede basis van een gedegen vervoerstudie kunnen zijn, ware het niet dat de steekproef voor Waterland (veel) te klein is. Ook is de HB-matrix van deze enquête (halte/halte) niet gedetailleerd genoeg om op lijnniveau uitspraken te kunnen doen.
- De internet enquête van EBS is een goede aanvulling op het reizigersonderzoek. Het aantal respondenten is groot genoeg. Wellicht dat scholieren en studenten ondervertegenwoordigd
zijn, maar op het eerste gezicht lijken de uitkomsten valide. Wel betreft het antwoorden op de vraag “wat denkt u te gaan doen als…”. Het is onverstandig om op dit soort antwoorden blind te varen.
We moeten bij deze conclusies de kanttekening maken dat het “Concept Vervoerplan” beoordeeld is. In een concept hoeft nog niet alles gedetailleerd uitgewerkt te zijn. Echter, het concept geeft geen aanwijzingen dat in de volgende versie onderzoek en studie meer gedegen worden aangepakt. Vanwege de latere start van de Noord/Zuidlijn is er nog voldoende tijd om bij te sturen. Vanuit deze conclusie komen we tot de volgende aanbevelingen:
- Onderbouw het vervoerplan met een gedegen vervoerstudie waarin twee of drie varianten
doorgerekend worden; - Neem naast de huidige EBS-variant tenminste ook de in hoofdstuk 6 gepresenteerde ‘spreidingsvariant’ op;
- Verricht aanvullend onderzoek wat betreft het huidige reisgedrag op de R-net lijnen naar Amsterdam Centraal, waarbij de steekproef op lijnniveau voldoende omvang heeft en waarbij ook naar de herkomst- en bestemmingsadressen gevraagd wordt;
- Tracht een beter beeld te krijgen van het reisgedrag na invoering van het nieuwe OV-netwerk en de wijze waarop dit gedrag beïnvloed kan worden. Dit ter verifiëring van de internet enquête
- Start, aan de hand van de resultaten van punt 4, in een vroegtijdig stadium met voorbereidingen om het reizigersgedrag te beïnvloeden (reisinformatie, marketing, comfort, aansluitgaranties, kaartsoorten en tarieven etc.) waardoor de implementatie beter beheersbaar wordt;
- Realiseer tijdig een goede overstaphalte nabij Het Schouw;
- Stel, op basis van het uiteindelijk gekozen vervoerplan, bijtijds een implementatieplan op waarin duidelijk wordt aangegeven waar knelpunten te verwachten zijn en op welke wijze EBS vanaf de eerste dag deze zal beheersen vanuit de ruimte om bij te regelen;
- Betrek de stakeholders beter bij de volgende stappen, bijvoorbeeld door een begeleidingsgroep. Bij de voorbereidingen van het Vervoerplan van 2014 waren een delegatie van de Reizigers Adviesraad (RAR) en ambtenaren van de Waterlandse gemeenten betrokken.

