Kerstverhaal: Op zoek naar Vrede
Ergens tussen land en wereld ligt een dorp. Misschien heeft het een naam maar het is niet de moeite die te onthouden, want wie er ooit geweest was kwam er liever nooit meer terug. Een dorp vol haat en nijd en ruzie en boosheid. In dit dorp heeft iedereen een hekel aan iedereen. Wie klein is telt niet mee. Wie 'anders' is heeft geen stem. Arm zijn is je eigen schuld. Wie ziek is heeft pech. Wie oud is overbodig. Niemand geeft elkaar ook zelfs maar een kans. Liever een trap-na. Wat de één plant, trapt de ander om. Wat vandaag wordt gebouwd is morgen vernield. Het is er vies en smerig. Niemand geeft erom. Een dorp van ieder voor zich en niet eens een God voor allen.
Op een dag riep de burgemeester alle mensen bij elkaar op het plein. Toen iedereen er was zei hij: ‘Deze stad is ziek van ruzie, onrecht en geweld. Maar er is mij verteld dat daar een oplossing voor is. Die heet 'Vrede'. Is er iemand die die 'Vrede' voor ons wil gaan zoeken?' Het bleef stil op het plein. Iedereen loerde naar iedereen. Niemand stak de hand op. Vrede? Daar hadden nog nooit van gehoord. Daar hadden ze eigenlijk ook helemaal geen zin in.
Tot de oude tuinman zich meldde. Hij zei: 'ik wil er wel naar gaan zoeken maar ik weet niet waar ik dan naar zoek. En waar ik moet zoeken. Hoe ziet dat eruit 'Vrede'? En wat mag het kosten?' ‘Volgens mij lijkt vrede op een duif,’ zei iemand. ‘Belachelijk,’ werd er geschreeuwd, ‘Hoe kom je erbij, we hebben hier duiven zat.’ ‘Ik dacht aan een hand,’ riep een vrouw. ‘Nog stommer! Idioot!’ brulde anderen. ‘Misschien brood?’ zei een jongen. ‘Of een roos,’ fluisterde een klein meisje. Een lichtje? Een lied? Een verhaal? Het werd een enorme herrie op het plein. Er werd gescholden en zelfs gevochten. Niemand wist hoe 'Vrede' eruit zag maar maakte er toch grote ruzie over. De oude tuinman was ondertussen al op weg gegaan. Op zoek naar Vrede.
Toen hij na een tijdje nog niet terug was met z’n Vrede, begon zijn tuin, die er altijd zo prachtig bij had gestaan, er wel erg wild uit te zien en te verloederen. Zijn buurvrouw vond dat erg zonde. Ze pakte een hark en een schoffel en ging - ook al was ze op leeftijd en al wat slecht ter been -in zijn tuin aan het werk. ‘Wat doe jij nou?!’ vroegen anderen die dat zagen. ‘Tja, nu de tuinman Vrede haalt, dacht ik, zal ik maar wat aan zijn tuin doen.’ 'Maar dat hoef jij toch niet alleen te doen? En dat op jouw leeftijd!' Ze besloten de buurvrouw te gaan helpen met het opknappen en mooi maken van de tuin van de tuinman die naar Vrede zocht.
Het werd volop zomer en alles groeide en bloeide. Want steeds meer mensen kwamen meehelpen. Of soms alleen voor de gezelligheid of gewoon om te genieten van de prachtige tuin vol bloemen, groenten, vruchten, vogels en vlinders. ‘We zouden best wat van die bloemen uit kunnen delen' opperde iemand. Dat vond iedereen een goed idee. Er werden bloemen uitgedeeld - groenten geplukt en weggegeven en er werd heerlijke jam van de vruchten gemaakt waar iedereen een potje van kreeg.
Op het eind van de zomer werd er op het dorpsplein een feestmaal gehouden voor iedereen die mee had geholpen - en ook voor iedereen die niet mee had geholpen - op het dorpsplein. Iedereen zat aan lange tafels. Er was van alles te eten en te drinken. Dat kwam voornamelijk uit de tuin van de oude tuinman die dankzij alle goede zorgen een hele rijke oogst gaf. Er was muziek en dans. Vlaggen en ballonnen en slingers. Het was één groot feest.
Tijdens het feest kwam - toeval bestaat niet - de tuinman terug in het dorp. Hij was heel verbaasd om te zien hoe vrolijk en blij iedereen was. ‘ 't Spijt me maar ik heb hem nergens kunnen vinden, die vrede,’ zei hij. Ik ben voor niets zolang en zover op pad geweest.’
Opgestaan
‘Maar goede man,’ sprak de burgemeester, ‘kom in ons midden en ga zitten op de ereplaats, want als jij niet was opgestaan om vrede te gaan zoeken, hadden wij hem nooit gevonden!’

