Slechts summurie tijdswinst voor KNRM bij doorsteken Bukdijk
Hierbij treft u het antwoord op de toezegging dat het college de raad zal laten weten wat de gevolgen zijn van een eventuele doorbraak van de Bukdijk voor het functioneren van de KNRM.
Antwoord
- Het doorsteken van de Bukdijk levert slechts summier tijdwinst op voor de reddingboten van Marken onderweg naar schepen in nood op het Markermeer ten noorden, ten oosten en ten zuiden van Marken.
- Het maken van een opening in de Bukdijk heeft - door de ondiepte van de Gouwzee en de ondiepte van het Markermeer ten noorden van de Bukdijk én de zomerse aangroei van fonteinkruid – uitsluitend zin voor snellere hulpverlening te water indien er een vaargeul wordt aangelegd van de huidige vaargeul in de Gouwzee door de opening in de Bukdijk naar de vaargeul ten noorden van de Bukdijk. Deze vaargeul dient bovendien jaarlijks op diepte gehouden te worden zodat er geen fonteinkruid in kan groeien.Andere aspecten - zoals het bekend zijn van de exacte positie van een schip in nood, de weersomstandigheden en de nabijheid van andere schepen die hulp kunnen verlenen - zijn van groter belang dan verkorting van de aanvaartijd met enkele minuten.
Argumentatie
- In de praktijk varen de reddingboten van Marken binnen tien minuten uit.De procedure voor het uitrukken van reddingboten van de KNRM is in het algemeen als volgt.
- De vraag om hulp komt terecht bij het Kustwachtcentrum (KWC). Het KWC bepaalt aan de hand van de positie van de hulpvrager welk reddingstation het meest geëigend is om uit te rukken. Bevindt de hulpvrager zich in de omgeving van Marken, dan wordt de bemanning van het reddingstation Marken gealarmeerd. De reddingboot behoort binnen vijftien minuten nadat alarm is gemaakt uit te varen.
- De huidige reddingboten Frans Verkade en Hendrik Jacob zijn in staat om binnen twaalf minuten vanaf de haven van Marken ter hoogte van de vuurtoren van Marken te zijn.
- Indien de Bukdijk doorstoken zou worden op positie A (zie kaartje in bijlage 1) dan is de reddingboot binnen ongeveer zeven minuten na uitvaren ter hoogte van de vuurtoren (een winst van hooguit vijf minuten). Indien de Bukdijk halverwege - bv. bij B - zou worden doorstoken dan is de reddingboot na tien minuten ter hoogte van de vuurtoren (een winst van twee minuten). Gelet op de ondiepte van de Gouwzee en het Markermeer op 250 meter ten noorden van de Bukdijk en de zomerse aangroei van het fonteinkruid zijn de reddingboten gedwongen om de vaargeul te volgen, willen zij niet belemmerd worden in hun snelheid door het fonteinkruid.
- Afkorten van de vaarweg heeft alleen zin indien er geen fonteinkruid ir op de route via opening A of B.
- Daarnaast hebben we te maken met de ondiepte van het Markermeer aan de noordkant van de Bukdijk en de ondiepte van de Gouwzee bij positie A. Afkorten van de vaarweg heeft alleen zin als er een vaargeul wordt gebaggerd én op diepte wordt gehouden van de haven van Marken c.q. de vaargeul in de Gouwzee richting opening A dan wel B plus een vaargeul ten noorden van de Bukdijk van opening A of B naar de huidige bestaande vaargeul ten noorden van de Bukdijk.
- De vaartijd vanaf het vertrek van de reddingboot vanaf Marken naar de hulpvrager ir van minder groot belang.
- Aspecten als het bekend zijn van de exacte positie van het om hulp vragende vaartuig, de nabijheid van andere schepen die mogelijk hulp kunnen verlenen en de weersomstandigheden zijn van grotere invloed op de adequate hulpverlening dan een vermindering van de aanvaartijd met enkele minuten.
