Naar de inhoud

De mensen achter de… vrijwillige brandweer van Edam

Bron: Stadskrant

De mannen van de vrijwillige brandweer kennen de schoonheid, maar vooral de gevaren van het vuur. Wat het betekent om iemand te kunnen redden en het verschil te maken als het er echt toe doet. Het is een roeping, maar ook een hechte club vrienden waar je als je er eenmaal bij zit, eigenlijk nooit meer weggaat. Foto Cor Kes www.luxphotography.nl.

De vrijwillige brandweer van Edam bestaat uit 17 leden. Buiten de brandweer is er een hechte vereniging met oud leden. Op maandagavond komt iedereen samen om te oefenen, Piet Grootendorst, Kees de Waardt en Jan Veerman zijn oud leden en vertellen samen met Herman Marsman, Mark Velker en jongste lid Jim de Boer over wat ze precies doen.

Is er verschil tussen de gewone en de vrijwillige brandweer?

Piet: “Nee, hier in Edam is de brandweer vrijwillig. Dat is in het grootste gedeelte van Nederland zo, met uitzondering van grote steden. Je kunt dit werk natuurlijk niet zomaar doen, daarvoor moet je jarenlang cursussen volgen. Wij staan 24/7 klaar, we hebben de pieper altijd bij ons. Het is financieel niet haalbaar om daar beroepsmensen tegenover te moeten zetten. Als we uitrukken en ook voor de opleiding krijgen we een vergoeding, maar dat is niet te vergelijken met een maandloon.”

Jim de Boer is pas begonnen. Waarom heb je hiervoor gekozen?

Jim: “Ik zag ze altijd rijden, dat vond ik toch wel erg leuk. Ik ben een keer meegegaan met een oefening en ben eigenlijk gebleven. Het lijkt me een mooie hobby en ik volg nu de eerste tweejarige opleiding.” Piet: “Dan krijg je de eerste streep en ben je manschap, daarna wordt je brandmeester en bevelvoerder, maar dat duurt nog een paar jaar. Hij mag tijdens het uitrukken nog niets doen, maar wel meerijden en zo alvast ervaring op doen. Dat geeft natuurlijk wel een kick en zo kun je feeling opbouwen.”

Wat doen jullie tijdens een oefenavond?

Herman: “Er wordt een oefening uitgezet, meestal door de oud leden die op maandagavond altijd nog komen, en de rest gaat die oefening draaien. Achteraf evalueren we en wat we geoefend hebben wordt bijgehouden.” Jan: “Er zijn zoveel verschillende aspecten die je moet leren: brand, gevaarlijke stoffen, auto- of motor ongevallen, ijsreddingen, het is veelomvattend en daarom is het ook zo leuk.”

Hoe snel na een melding gaan jullie op weg?

Piet: “Afhankelijk van de aanrijtijd ongeveer twee minuten. Wie als eerste is, is chauffeur. Als je aankomt, ren je naar je laarzen, daar spring je in en trek je broek aan, je pakt je jas en helm en met een noodgang naar de auto. Binnen een minuut zitten we allemaal in de wagen. Vroeger waren we standaard met zes man, een chauffeur, een pompbediende en viermanschappen. Nu zijn we aan het trainen om dat met vier manschappen (TS4) te doen. Nieuwe inzichten hebben dit doen besluiten, met een kleine bezetting ben je eerder ter plaatse, maar ook omdat er een tekort is aan vrijwilligers.”

Hoe gaat het als jullie iets heftigs meemaken?

Herman: “Sinds de ramp in Volendam is de opvang beter geworden, daarvoor was het vaak: klaar, dan gaan we naar huis. Er wordt veel nabesproken, met het team en zelfs de partners erbij, dat is heel belangrijk, anders loop je vast. Onze vereniging heeft een hele open cultuur, we bespreken alles met elkaar, we helpen elkaar.”

Het is wel een echte mannenwereld?

Herman: “Ja wel een beetje, maar vrouwen passen daar prima bij en ze zijn van harte welkom.” Piet: “Je bent altijd samen, dus het is niet snel te zwaar, maar ze moet wel karakter hebben en van aanpoten weten. Het gaat erom dat je mensen wilt helpen, dat is de kern, dan is de stap naar brandweer niet zo groot.”

Jullie hebben nieuwe leden nodig?

Piet: “Die zijn hard nodig. We zouden eigenlijk 21 leden moeten hebben. Er is veel kennis en ervaring nodig, daarvoor moet je lang een opleiding volgen, dus je kunt niet zomaar iemand vervangen. Daarbij moet je er bij nacht en ontij uit en ook voor je partner is het van invloed. Als tijdens een etentje of boodschappen doen je pieper gaat, is het: doei! en sta je op van tafel of laat de volle kar met boodschappen staan.” Jan: “Er komt een bepaald fanatisme bij kijken, het gaat erom dat je mensen wilt helpen, dus thuis blijven kan niet. Het is natuurlijk wel iets meer een hobby, er wordt veel van je gevraagd. Het is allemaal vrijwillig, maar ook verplicht.”

Wat is voor jullie de reden om brandweer te zijn?

Kees: “Het is een roeping.” Piet: “Het geeft zoveel voldoening als je iemand kunt redden, vooral omdat je dat samen doet. En vuur blijft spectaculair. Een brand waar geen mensen bij betrokken zijn, is prachtig.” Herman: “Als je het virus eenmaal te pakken hebt, ga je niet meer weg. De meeste leden zijn al dertig of vijfendertig jaar bij ons, dat is geen uitzondering. We zijn ook echt vrienden van elkaar, we hebben door de jaren heen een sterke band opgebouwd omdat je toch op elkaar bent aangewezen. En het kunnen redden van mensenlevens, daar zit toch de kick in, het is meer dan voetballen.” Piet: “Niet voor niets willen alle kleine jongens brandweerman worden!”

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.