De winter draait bij de familie Kes om de strandraces
Ze zijn misschien wel de bekendste familie binnen het strandpeloton. Vader Henry Kes (54) en zijn twee zoons Mike (18) en Jim (15) reizen deze winterperiode weer ieder weekend richting de kust voor de verschillende strandraces. Het trio over hun avonturen op het zand.
Het is twee dagen na de langste strandrace ter wereld als we afspreken in huize Kes. Vader Henry doet open. Hij schudt aan zijn bovenbenen als hem gevraagd wordt of hij al hersteld is van de 135 kilometerlange strandrace van Hoek van Holland naar Den Helder. “Ik voel het nog wel.” Hij eindigde 42ste, vijf plaatsen en een minuut achter zoon Jim, die daarmee de snelste Kes was. Als ook Mike en Jim zijn aangeschoven, bekent Mike: “Ik kan het eigenlijk niet zo goed hebben dat mijn broertje sneller is, maar doe net of ik het wel kan hebben.” Foto Cor Kes www.luxphotography.nl.
Een paar jaar geleden zei Henry nog dat het wel tien jaar zou duren voor zijn jongens hem zouden verslaan. Henry, lachend: “Dat was ook om ze prikkelen. Maar eerlijk is eerlijk: Jim is beter dan ik.” Zijn oudste zoon kan Henry nog achter zich houden. “Mike heeft veel power, maar als het slecht strand is, zit zijn gewicht van meer dan 85 kilo en lengte van 1.93 meter niet mee.” Mike: “Ik ben geen goede starter, maar dat is juist het meest cruciale in een strandrace.”
Zeven jaar geleden begonnen Mike en Jim met fietsen, nadat hun moeder ze had opgegeven voor een fietsclinic. Henry, die tot zijn 28ste wielrenner was en daarna twintig jaar zijn fiets niet aanraakte, ‘waarschuwde’ zijn vrouw nog. “Weet waar je aan begint: het gaat veel tijd en geld kosten als ze het leuk vinden. Nou, dat is gebeurd.’’
Als Jim vertelt dat hij sinds kort categorie 2 fietst, maar pas een jaar serieus traint, mengt vader Henry zich. “Dat is niet waar. Je reed altijd serieus, alleen fietste niet hard. Vorig jaar waren we blij als hij een wedstrijd uitreed. Nu doet hij in criteriums mee. Dat is heel bizar.” Jim won afgelopen wegseizoen de Ronde van Volendam en reed de nodige podiumplaatsen bijeen.
Wegwedstrijden rijdt Henry zelf niet meer. Te gevaarlijk, vindt hij. Zijn passie ligt bij het strandracen. Zeven jaar rijdt hij nu strandraces. Nooit won hij. Wel eindigde hij drie keer op het podium en zat hij in een kopgroep met profs Ramon Sinkeldam en de latere Ronde van Italië-winnaar Tom Dumoulin. Hij kent ze van tv, maar de profs kennen hem ook, zo blijkt.
“Voor de start van Hoek van Holland-Den Helder stond ik naast Laurens ten Dam en hij vroeg of ik Gerard Kemper (jarenlang de verzorger van Ten Dam bij Rabobank geweest, red.) nog wel eens spreek. Of Sebastian Langeveld, voormalig Nederlands kampioen op de weg, die Kes in een andere wedstrijd aansprak op zijn behaarde benen, een no-go binnen het profpeloton. ,’Kes, dit kan echt niet’, zei hij.’’
Henry denkt dat de ‘bekendheid’ komt vanwege respectabele leeftijd, deze maand wordt hij 55, maar toch nog vooraan te vinden is. “En omdat we met z’n drieën in hetzelfde pak rijden.” Want sinds vorig jaar rijdt Henry de strandraces samen met zijn zonen. Ze zijn te herkennen aan de rode helmen, schoenen en kleding. Allemaal gesponsord. “Ze vinden het leuk dat we als familie de strandraces rijden en willen ons daarin steunen”, vertelt Kes over hun sponsors Forte Sportswear, Piet de Wit tweewielers en Rotor Bike Components.
Alleen de fietsen, die zijn niet gesponsord. Sterker nog, daar heeft Henry flink voor moeten betalen. “Het eerste jaar reed ik op een oude mountainbike met kleine wielen (26 inch, red.). Na dat seizoen ben ik de zaak van Piet de Wit tweewielers binnengestapt en gezegd: ‘ik wil dat jullie voor mij de ultieme strandfiets in elkaar zetten.’’’ Hij kreeg vier A4-tjes in zijn hand gedrukt. Daar moest hij van top tot teen al zijn maten opgeven. “Dat werd naar Amerika gestuurd en daar maakte ze een prachtige titanium fiets voor mij.” Zijn zonen moeten het met een iets minder ‘ultieme strandfiets’ doen. “Het is best een prijzig fietsje.’’
Vanaf 1 oktober, wanneer het toegestaan is om na 09.00 uur op het strand te fietsen, beginnen de strandtrainingen voor de familie Kes. Het trio fietst dan met nog zo’n tien Volendammers in het weekend, tot de wedstrijden beginnen, naar Wijk aan Zee, rijden het strand op tot Camperduin en keren dan weer huiswaarts waar bij thuiskomst zo’n 130 kilometer op de teller staat.
Mike hoopt dat de trainingen hem dit strandseizoen een top-30 notering kan opleveren. Jim geeft aan een top-20 te willen rijden. “Of beste Volendammer.’’ Dat vindt zijn vader te mager. “Top-10 is haalbaar. Hij kan zo hard voor de wind rijden. En daar gebeurt het.”
Zelf hoopt Henry nog eens in de top-10 te eindigen. Dat is tegenwoordig een moeilijke opgave, vooral omdat veel renners de weg naar het strand hebben gevonden. Reed hij in zijn eerste strandrace met 350 anderen, anno 2017 strijdt hij tegen soms wel duizend strandracers. “Nu is mijn plek tussen de twintig en dertig.” Toch blijft Kes gemotiveerd. “De motivatie zit nu naast me.”
