Jaap de Witte in 2014: De Muziek van vroeger naar nu
De expositie `Volendam in 200 jaar Koninkrijk der Nederlanden' begon met een muzikale happening. Sprekend en zingend verrichtten de 3J'S de opening: een toespraak van Jaap de Witte over de geschiedenis van de (pop)muziek in Volendam en een lied over ons dorp van Jan Dulles en Jaap Kwakman.
Jaap de Witte: Enige weken geleden kwam Wim Keizer, de onvermoeibare strijder voor het behoud van Volendams cultuurschatten, bij ons, de 3JS, langs om te vragen een bijdrage aan deze opening te leveren. Als Wim dat doet, heb je maar één optie: zo snel mogelijk ja zeggen want Keizer en zijn medewerkers strijden voor een goede zaak. Omdat wij muzikanten zijn, ligt het voor de hand dat wij iets zinnigs zingen of spelen of iets zinnigs zeggen over ons dorp en de muziek. Ik speel niet meer.
Daarom doen Jan en Jaap het eerste en ik het laatste, en dat in omgekeerde volgorde. De vraag dringt zich op: is de relatie tussen Volendam en muziek reeds een historisch gegeven? Ik bedoel: al stof voor een museum? Het antwoord moet wel bevestigend zijn want het bovengemiddeld musiceren door Volendammers van de laatste decennia is natuurlijk niet uit de lucht komen vallen. Historisch onderzoek door o.a. de musicoloog Veurman en pater Crelis Tuijp in de jaren vijftig onderschrijft dat ook. Lang voordat the Cats, de grondleggers van de palingpop, geboren waren, zongen en dansten onze voorouders al naar hartenlust.
Tot 1860 muzikale uitingen niet religieus gestuurd
Tot 1860 had ons dorp geen eigen kerk en werden muzikale uitingen nog niet zo sterk religieus gestuurd. In die tijd zongen onze voorouders middeleeuwse ballades, ondeugende kroegliederen en volksliederen die actuele gebeurtenissen 'bezongen'. Later zou onder invloed van de kerk de religieuze muziek een grotere rol gaan spelen. Dit vooral in de vorm van koren en zanggezelschappen.
Het is overigens grappig dat ik hier vrij serieus onze muzikale dorpshistorie sta te ontrafelen, terwijl wij als muzikanten al jaren ziek worden van de met afstand meest gestelde vraag in de media: 'hoe kan het toch dat er zoveel zangtalent komt uit zo'n klein dorpje'.
Een duidelijk antwoord hebben wij nooit. De verklaring van collega Jaap Kwakman is dat de Volendammers gewoon veel van zingen en spelen hielden en dat dit in de loop van de laatste decennia leidde tot het ontstaan van een soort infrastructuur, met een professionele geluidsstudio en een slagvaardig management. In dit klimaat kreeg Volendams talent de kans om te komen boven te drijven. Een zeer aannemelijke theorie. De visie van Jan Dulles is wat moeilijk op waarheid en ernst in te schatten. Volgens Jan hebben de vele kunstenaars die ons dorp de afgelopen eeuwen bezochten, op meerdere manieren hun sporen achter gelaten. Wat Dulles bedoelt is dat er zeer uiteenlopende soorten penselen werden gebruikt. Dat zou dan een artistieke injectie aan ons genenbestand hebben gegeven. Zelf heb ik geen verklaring. Wel heb ik vanaf de jaren 50 het laatste deel van onze muzikale ontwikkeling op de voet gevolgd en heb er zelfs intensief deel van uitgemaakt.
Doordrenkt van muziek
Als ik nu even een korte 'doorloop' met u doe door mijn muzikale opvoeding, dan zal het al snel duidelijk zijn dat Volendam, met of zonder verklaring, altijd al doordrenkt was van muziek. Volendammers hielden niet alleen van zingen maar ook veel van dansen. Wat door de kerk met lede ogen werd aangezien. Mijn bap Jan Tol was een religieus fundamentalist. Zijn enige zonde was, één dag in het jaar met kermis dansen in het café/pension van Frits Velthuizen aan de Edammerweg.
Ik spreek nu over begin 20ste eeuw. De Weense wals was zijn favoriete dans. En de volgende dag spoedde hij zich naar de biechtstoel omdat lichamelijkheid met andere vrouwen dan de zijne en werelds vermaak als dansen en muziek hem anders rechtstreeks in de armen van Satan hadden doen belanden. Als hij gelijk heeft, kom ik zelf in de kelder van de hel terecht naast de verwarmingsketel. Mijn moeder kende de middeleeuwse ballades en liedjes, waar we het zojuist over hadden, allemaal uit het hoofd. Zonder uitzondering gruwelijke verhalen van tientallen coupletten lang over afgewezen liefdes, alcoholisme en vrouwen en kindermisbruik . Toen ik drie was, zong ik ze al mee, als mijn moeder ze zong tijdens de afwas. Ik trok mij daarna terug in een kast om urenlang in stilte te huilen en de wreedheid van de wereld te overpeinzen.
Dekkers roemrijke familie
De buren in ons ouderlijk huis waren de Dekkers. Een roemruchte familie bestaande uit, als ik mij goed herinner, tien jongens en twee meiden. De jongens bespeelden allemaal een muziekinstrument en oefenden vaak gelijktijdig, maar los van elkaar, verschillende muziekstukken. Wat in de zomer met open ramen en deuren een bijzonder resultaat opleverde. Zij vormden toentertijd het grootste deel van de fanfare waarvan vader Thoom Dekker, aannemer van beroep, dirigent was. Vader Thoom kon, naar eigen zeggen, de krul uit de trompet blazen. Of was dat Hein Tol, de vader van de muzikanten en componisten Tol en Tol? Toen de rock en roll in de late jaren 50 ontstond, kwamen ook de gitaren en werd er 's zomers op de stoep voor de timmerloods gespeeld. Elvis Presley, Little Richard, ze kwamen allemaal voorbij. Omdat het onderwijs toen nog niet was wat het nu is, kenden de jongens geen Engels. De teksten werden fonetisch uit het hoofd geleerd door veel te luisteren. Dat leverde een bijzondere taal op. Een voorbeeld. De vroeg overleden volkszanger Joop Vracht Buys zong in zijn jonge jaren ook rock 'roll, ook niet gehinderd door enige kennis van de Engelse taal. Long Tall Sally van Little Richard was een van zijn favoriete repertoirestukken.
De eerste zinnen van dit lied zijn: I'm gonna tell aunt Mary about unde John, he says he has the blues but he has a lot offun, oh Baby'. In de versie van Joop klonk dat ongeveer als: Aim kanna tel emberrie pol onkels Jon, iesennie ennie boemie buddie enne alata pan, oh Bebie'.
Veel later toen ik zelf redelijk Engels had geleerd, gaven mijn hersenen nog altijd de voorkeur aan de fonetische versies van toen. Ik werd twaalf en mocht op gitaarles, klassiek nog wel. Mijn vader , die by the way, de laatste schipper van de laatste vissende houten kwak (botter) de VD 230 was, begreep er niks van en vertrouwde een oom van mij eens toe dat ik muziek kon leren uit een boek dat vol stond met stokjes en balletjes. Die oom schudde vol onbegrip het hoofd. Ze worden tegenwoordig met verstand geboren, verzuchtte hij en tapte nog een jonkie in. En zo ging het verder. Ik denk dat mijn memoires op een iets aangepaste manier voor alle muzikanten en muziekliefhebbers uit ons dorp gelden. We luisterden naar en leerden van elkaar. Eigenlijk zou dat altijd zo moeten zijn en blijven.
0 ja, en dan nu de opening. Graag wil ik alle medewerkers van het Volendams Museum complimenteren met hun prachtige werk. We hebben een kleurrijke geschiedenis om te koesteren en van te leren. Er moeten mensen zijn die voor deze erfenis zorgen: die van het museum, en dat doen ze goed.
[caption id="" align="alignright" width="400"]
Jan Dulles en Jaap Kwakman
met hun lied 'Mijn dorp'[/caption]
Mijn dorp van de 3J's
Vervolgens speelden en zongen Jan Dulles en Jaap Kwakman het lied 'Mijn Dorp', de ode van de drie J's aan hun Volendam.
Ik kon me nooit verbeelden, dat ik ouder worden kon.
Vertrouwde taferelen, ons grasveld in de zon.
Ik zie mezelf nog scoren, in het kleine houten doel.
Daar werd geluk geboren, daar waar ik het nog steeds voel.
In mijn dorp, mijn dorp, door de kerk en de werklui ontworpen
Wist ik maar hoe en waarom de toekomst m'n jeugd overnam
In mijn dorp, jouw dorp.
Of de zon schijnt of dat het koud wordt.
Morgen stel je geen vragen, zolang je vandaag zeggen kan,
ik ga nooit meer weg uit Volendam.
Na een maand in Amerika, trekt mijn hart het niet meer, ik ga naar huis.
Dat iemand ooit emigreerde hiervandaan, breng ik niet thuis
In mijn dorp, mijn dorp, door de kerk en de werklui ontworpen
Wist ik maar hoe en waarom de toekomst mijn jeugd overnam
In mijn dorp, jouw dorp,
of de zon schijnt of dat het koud wordt
Morgen stel je geen vragen, zolang je vandaag zeggen kan,
ik ga nooit meer weg uit Volendam.
Kijkend naar de beelden in mijn oma's oude boek.
De foto's zijn vergeeld en de winkels opgedoekt.
De blijheid in de ogen, hield de armoe in de ban.
De tijd is omgevlogen, hm tsja, dat zeggen oma's dan.
In mijn dorp, jouw dorp.
Of de zon schijnt of dat het koud wordt.
Morgen stel je geen vragen, zolang je vandaag zeggen kan,
ik ga nooit meer weg uit Volendam.
Met een groet van Jaap de Witte, Jan Dulles en Jaap Kwakman.
Foto: Rosa, Jace en Shanna met de 3J's op de foto. Bappie en oma stonden vertederd toe te kijken. Daarna konden de gasten, onder het genot van een drankje, een vis en vleeshapje, kennisnemen van de expositie.

