Beste heer Veerman,
Uw 1e alinea: Ja, dat weet ik inderdaad. Mijn zintuigen werken namelijk nog prima. Bij de Deen supermarkten in Volendam ziet het er trouwens aanzienlijk netter uit en ruikt het ook niet naar de urine als ik daar mijn auto parkeer. Bij Deen zie ik ook nog wel eens personeel met een bezem of een stoffer en blik in de weer om de omgeving netjes te houden. Personeel van die supermarkt is zichtbaar meer betrokken bij en begaan met de buurt waarin ze hun zaak runnen.
Uw 2e alinea: Het is niet mijn bedoeling de Volendammer jeugd over één kam te scheren. In reactie 13 neig ik daar helaas wel naar, moet ik toegeven. Excuses daarvoor, daar had ik mijn woorden iets zorgvuldiger kunnen kiezen. Maar in diezelfde reactie nuanceer ik toch ook weer door te stellen dat er zeker ook jongeren zijn die openstaan voor een gesprek, waarmee ik dus aangeef dat ze niet allemaal hetzelfde zijn. De aanwas van de jeugd in de Broeckgouw karakteriseer ik overigens nergens als "opgroeiend voor galg en rad en als overlastgevers en vervuilers die de omgeving rond de Griend zullen terroriseren", zoals u beweert. Ik stel alleen dat "er voorlopig alleen nog maar jeugd bij komt". Het aandeel rotte appels dat daar statistisch gezien tussen zal zitten, zal dus absoluut gezien ook naar rato groeien, dus de problemen die er nu al zijn, zullen naar alle waarschijnlijkheid niet minder gaan worden.
Uw 3e alinea: U herkent het geschetste beeld niet. Verschil van perceptie, dat kan.