Johan en Robbert Taam nemen het voortouw
Bij de opening in februari van de vernieuwde slagerij Taam sprak burgemeester Sievers na het openknippen van een rits saucijzen over het kleine geluk van een goede slager in de buurt, vrij naar een gedicht van Willem Wilmink. Aan dit kleine geluk weten vader en zoon Johan en Robbert Taam samen met enthousiasme en toewijding als geen ander invulling te geven. Foto Cor Kes www.luxphotography.nl.
“Ik wil graag verder in Edam, hier ligt mijn hart en hier wil ik de rest van mijn leven werken. Dit zou ik nergens anders willen doen,” begint Robbert Taam enthousiast te vertellen. “Ik probeer altijd positief in het leven te staan, op die manier ben ik ook in de winkel gestapt toen mijn vader dat vroeg.”
Samen hebben ze de afgelopen weken keihard gewerkt om de zaak die al sinds 1965 het familiebedrijf is, van een volledig nieuw uiterlijk te voorzien.
Lange termijn
In een periode die sinds de brand voor Edam en zeker de Hoogstraat niet de gemakkelijkste is. “Eerst is er de schrik, in eerste instantie weet je niet wat voor consequenties er zullen zijn, maar dat begint later wel door te sijpelen. Mijn vader was wel meteen in paniek, die heeft natuurlijk meer ervaring en begreep beter wat dit voor ons zou betekenen. Toch ben ik van mening dat we juist nu moeten doorzetten. Op korte termijn is het even klote, maar op lange termijn biedt het kansen. Met de verbouwing van de winkel hebben we de eerste stap gezet om de Hoogstraat zijn naam weer eer aan te laten doen. We hebben het voortouw genomen met de ambitie om weer een echte winkelstraat te worden.”
Vertrouwen houden
“Edam kan hier sterker uitkomen,” vult Johan aan. “Er moet dan wel beweging komen en dat moet niet te lang duren. Het gebied tegenover ons moet snel en op een goede manier worden ontwikkeld. We weten dat er veel gebeurt achter de schermen, dan moet je ook vertrouwen houden.” Robbert: “Van mijn vader weet ik dat vroeger mensen vanuit de hele regio hier in Edam op vrijdagmiddag boodschappen kwamen doen, dat moeten we weer terugkrijgen.” Johan: “Dat valt of staat met het aanbod. Alle consumenten die hun boodschappen nog in het centrum doen, krijgen wat ons betreft een lintje. De sfeer is hier nog altijd positief, maar ik ga het niet mooier schetsen dan het is: er moet wel iets gaan gebeuren.”
Denk mee!
Robbert: “Ik zou mensen willen oproepen mee te doen en mee te denken. Heb je een goed idee om Edam mooier en leefbaarder te maken of wil je zelf ondernemer worden, neem contact op met de ondernemersvereniging, we moeten het samen gaan doen. Het aantal winkels moet de komende jaren toenemen. Natuurlijk zijn huren hoog en panden duur, maar ik vind dat we moeten denken in oplossingen en mogelijkheden. Hoe mooi zou het zijn als we weer een bruisend winkelstadje krijgen waar mensen uit de wijde omtrek naar toe komen voor hun dagelijkse boodschappen? Zoals Edam is er namelijk maar één.”
Charme van Edam
De slagerij heeft vast het goede voorbeeld gegeven met een volledig vernieuwde zaak. Robbert: “We hebben deze verbouwing gedaan met aandacht voor het authentieke aspect van de winkel. Dat is ook de charme van Edam, dat moeten we de komende jaren zien te versterken. Je merkt dat de klanten de verbouwing enorm waarderen. Het zorgt voor een positieve vibe onder de mensen en de andere ondernemers.
Ook voor jezelf en het personeel is het goed, je laat zien dat je ervoor wilt gaan.” Johan vult aan: “Het is niet zo dat we zijn gaan verbouwen omdat Robbert voor opvolging kan zorgen. De verbouwing moest, ongeacht of hij erbij was gekomen, maar hij is wel een belangrijke inspiratie geweest. Zijn innovatieve en moderne blik naar de winkel hebben mede het design bepaald en daar ben ik blij mee. De uitstraling is hedendaags, met een vette knipoog naar het verleden. We hebben elkaar daarin goed kunnen aanvullen.”
Verschil in karakter
Robbert: “Natuurlijk heb je ook confrontaties als vader en zoon en als eigenaar en bedrijfsleider. Ik kan mijn zin doordrammen, dat is ook soms wel nodig tegen mijn vader. Die is heel sterk en die staat als een huis, maar hij zit soms in de automatische piloot.” Johan: “Dat moet ook wel. Robbert is ontzettend secuur en dat kost af en toe te veel tijd. Ik ben vooral heel productief en ik kan heel veel werk verzetten, goed en snel.” Robbert reageert: “Ik ben meer van het overleggen en nadenken over processen, als ik niet tevreden ben wil ik daar afspraken over maken. Het is goed dat we van elkaar kunnen leren, zo kom je weer verder. Het is vooral ontzettend mooi dat we de winkel echt samen doen.”
Sociale rol
Het geluk van de goede slager in de buurt betekent ook een gemeenschappelijke rol, meent Robbert. “Het is belangrijk dat mensen elkaar ontmoeten in de winkel, vooral nu de wereld steeds individualistischer aan het worden is. Het is mijn ambitie meer achter de toonbank te staan en echt het gezicht van de zaak te worden. Mijn moeder is daarin een groot voorbeeld voor me. Ze was een echte vakvrouw, het was als een warm bad als je hier als klant binnenkwam, ze was heel behulpzaam en vriendelijk. Dat is als lokale ondernemer misschien wel de belangrijkste rol die heb hebt. Natuurlijk moet je kwaliteit leveren en creativiteit in het assortiment, maar vooral sociaal moet je een functie vervullen.”
