Naar de inhoud

Commissaris van de Koning Johan Remkes legt op 1 januari 2019 zijn functie neer

Bron: Prov. Noord-Holland

In een brief aan Provinciale Staten en aan minister Kasja Ollongren van Binnenlandse Zaken heeft commissaris van de Koning Johan Remkes vandaag aangegeven dat hij op 1 januari 2019 zijn functie neerlegt.

Johan RemkesDoor deze beslissing nu aan te kondigen kan tijdig en zorgvuldig in zijn opvolging worden voorzien, aldus Remkes. Ook is zijn opvolger dan voldoende ingewerkt als na de verkiezingen van Provinciale Staten op 20 maart 2019 de nieuwe Staten en het nieuwe College van Gedeputeerde Staten aantreden.

Eind dit jaar zal hij zijn werkzaamheden als voorzitter van de Staatscommissie parlementair stelsel, die de Staten-Generaal adviseert over de noodzaak van veranderingen in het parlementaire stelsel en de parlementaire democratie, afronden. Johan Remkes (1951) is sinds 1 juli 2010 commissaris van de Koning(in) in Noord-Holland.

Remkes schrijft dat het een lastige afweging was. Werken in het belang van de provincie Noord-Holland, van de burgers en het bedrijfsleven, is volgens hem uitdagend en geeft een grote mate van bevrediging. Hij is tot dit besluit gekomen omdat hij meer tijd wil nemen voor zijn privéleven.

Van 22 juli 2002 tot 22 februari 2007 was Johan Remkes minister van Binnenlandse Zaken en van 2002 tot 2003 vicepremier. Eerder was hij onder meer lid van de Tweede Kamer, van Provinciale Staten van Groningen en van de gemeenteraad van de stad Groningen. Ook was hij staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en gedeputeerde in de provincie Groningen. In 2017 werd hij benoemd tot voorzitter van de Staatscommissie parlementair stelsel.

Voordat de vacature voor een nieuwe commissaris van de Koning wordt opengesteld, overlegt de minister van Binnenlandse Zaken met Provinciale Staten over het gewenste profiel van de nieuwe commissaris. Vervolgens kunnen kandidaten bij de minister solliciteren.


Zeer geachte leden van de Staten en van het college van G.S.,

Na ampele overweging heb ik de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzocht te bevorderen dat mij met ingang van 1 januari 2019 door Zijne Majesteit de Koning ontslag wordt verleend. Het is altijd een lastige afweging het juiste moment te kiezen om afscheid te nemen van het publieke ambt en daar ook bekendheid aan te geven. Laat ik vooropstellen dat ik het in 201 0 een eer vond om door de Staten van Noord-Holland te worden voorgedragen als nieuwe Commissaris van de Koningin. Dat gevoel is de afgelopen jaren niet veranderd, zeker niet toen ik in 2016 voor herbenoeming werd voorgedragen.

Zowel met de Staten als met het college van G.S. heb ik de samenwerking altijd als zeer constructief en plezierig ervaren, waarvoor ik u zeer erkentelijk ben. Dat geldt zeker ook voor de armslag die ik in mijn ambt van u kreeg. Met de ambtelijke organisatie -en zeker met die medewerkers waar ik nauwe contacten mee had- heb ik de samenwerking zeer gewaardeerd. Vanzelfsprekend hoop ik dat onze samenwerking tot 1 januari 201 9 op dezelfde voet zal doorgaan.

De afgelopen 40 jaar heb ik in gekozen en benoemde functies geprobeerd het publieke belang naar eer en geweten te dienen. Dat heeft mij in opeenvolgende functies ook altijd grote voldoening
gegeven. De laatste jaren als Commissaris van de Koning(in) was dat niet anders. Werken in het belang van de provincie Noord-Holland, van de burgers en het bedrijfsleven in deze provincie was uitdagend en gaf een grote mate van bevrediging. Dat gold en geldt zeker ook voor de samenwerking met burgemeesters en dijkgraven in Noord-Holland, met name op het terrein van de bevordering van de integriteit en de kwaliteit van het openbaar bestuur. Op de Noord-Hollandse burgemeesters en dijkgraven kunnen we in algemene zin trots zijn.

De redengeving van mijn beslissing heeft dan ook niets te maken met mijn dagelijkse werkzaamheden en verantwoordelijkheden. Wel met de door mijn partner en mij gevoelde behoefte aan een grotere vrijheid om meer tijd te nemen voor ons privéleven. Door deze beslissing nu bekend te maken kan tijdig en zorgvuldig in mijn opvolging worden voorzien en is mijn opvolger ingewerkt als in 2019 -na de verkiezingen- de nieuwe Staten en een nieuw college van G.S. aantreden.

Voor het door u in mij gestelde vertrouwen zeg ik u oprecht dank en ik hoop dat ik de verwachtingen die u bij mijn aantreden had, heb kunnen waarmaken. Vanzelfsprekend zal ik mij de resterende periode nog met volle kracht en met plezier blijven inzetten voor onze mooie, veelzijdige provincie Noorrd-Holland.

Hoogachtend,
Johan Remkes

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.