Verschil van mening over manier van fusie tussen Purmerend en Beemster
Geachte leden van de raad,
Op 24 apriljl. heeft ons college besloten u een voorstel voor te leggen om in te stemmen met de intentie om te fuseren met de gemeente Beemster per 1 januari 2021, met een uitloop tot uiterlijk I januari 2022 als dit voor de zorgvuldigheid van het proces nodig blijkt.
Aan dit besluit lag een financiële verkenning en een gezamenlijk plan van aanpak ten grondslag. ln dit raadsvoorstelwas ook een beslispunt opgenomen waarmee u zich zou uitspreken voor het opstellen van een herindelingsontwerp met een uitdrukkelijke voorkeur voor een lichte herindelingsvariant. Op dit laatste punt is een impasse ontstaan.
Het college van Purmerend kiest voor de lichte variant omdat het meer dan voldoende kansen biedt om de belangen van Beemster ten volle tot recht te laten komen zonder dat de verregaande financiële, procedurele en organisatorische consequenties van de zware variant. Het was naar ons beeld de bedoeling dit in het gesprek met het college van Beemster over de Beemster waarden nader in te vullen.
Bij een ‘reguliere’ samenvoeging worden de betrokken gemeenten opgeheven en een nieuwe ingesteld. Bij een lichte samenvoeging wordt ten minste 1 gemeente niet opgeheven. Deze gemeente heeft dan niet te maken met de rechtsgevolgen van een opheffing van de gemeente. Er is bij lichte samenvoeging sprake van 2 aanvullende criteria.
ln de bestuurlijke stuurgroep van 26 april heeft de burgemeester van Beemster uitgesproken dat het college van Beemster thans echter de zware variant voor staat omdat dat het meeste recht doet aan de besprekingen met de inwoners in maart jl.. Dit uitgangspunt heeft het college van Purmerend verrast omdat het niet eerder in die stelligheid naar voren is gebracht. ln onze vergadering van heden hebben wij nogmaals onze nadrukkelijke voorkeur voor de lichte variant bevestigd en de bereidheid uitgesproken deze aan het college van Beemster toe te lichten. Op deze uitnodiging is niet ingegaan.
Dit heeft ons ertoe gebracht u te berichten dat wij besloten hebben u nog geen intentiebesluit voor te leggen omdat er geen overeenstemming is op het punt van de herindelingsvariant. Ons voorstel is de werkbijeenkomst van 17 mei wel doorgang te laten vinden. U ontvangt hierover nog nader bericht.
