'Spannende en leerzame periode waar ook veel op inhoudelijk vlak moet gebeuren'
In de vorige Groene Landsmeerder schreef ik over turbulentie in de raad. In de afgelopen maand is de storm nog niet gaan liggen. De discussie over het proces van collegevorming ging vrolijk door, waarbij het vooral bleef gaan om de vraag of het college uit twee of drie wethouders zou moeten bestaan. Uiteindelijk stemde een grote meerderheid van de raad in met een college van twee wethouders, onder de voorwaarde dat het raadsprogramma jaarlijks geëvalueerd wordt. Groen Links had nog steeds bezwaren tegen de openbaarheid van de sollicitatieprocedure, maar vond daarbij geen gehoor bij de andere partijen. En zo geschiedde het dat op 17 mei jl. openbare pitches werden gehouden voor de voltallige raad en een volle publieke tribune.
Ondergetekende was kandidaat namens D66. Voor sommigen bleek dit als een konijn uit de hoge hoed te komen. Dit had vooral te maken met het feit dat mijn naam tot voor kort niet heel expliciet is genoemd als het ging over wethouders. Wel is in de aanloop naar de verkiezingen en ook daarna, door D66 enkele malen bericht over meerdere potentiële kandidaten in ons midden. Pas nadat het proces van collegevorming duidelijk was, is door de fractie een besluit genomen over de uiteindelijke kandidaat.
En zo zat ik kort daarop samen met Richard Quakernaat in een apart kamertje te wachten terwijl Jaap Goede, de kandidaat van Lokaal Landsmeer, in een volle raadszaal onder vuur werd genomen. Niet voor niets werd deze gang van zaken in de kranten ook wel aangeduid als “So you can think you can wethouder” en “Landsmeers next Top-wethouders doen auditie”. De week ervoor had ik zelf nog in de raad betoogd dat een wethouder communicatief moet zijn ingesteld en dat openbare pitches, waarbij de kandidaten ook vragen vanuit het publiek zou moeten beantwoorden, een goede test zou zijn. Helaas kwamen die vragen uit het publiek er niet, maar van de raadsleden des te meer.
Er werden inhoudelijke vragen gesteld, maar (uiteraard) ook vragen ten aanzien van de rol als wethouder en – in mijn geval – versus de rol als raadslid. Goed om daar over en weer over na te denken en scherp op te zijn, nu in het raadsprogramma is vastgelegd dat de politieke kleur van de wethouders er niet toe doet. Persoonlijk bekroop mij wel het gevoel dat er misschien nog wat opheldering nodig is ter zake de taak van de wethouder; in het bijzonder met betrekking tot het dienen van het algemeen belang en niet van degenen die hij of zij toevallig kent. Een dergelijke veronderstelling leek namelijk een tikkeltje in de vragen van Lokaal Landsmeer en de pitch van diens wethouderskandidaat besloten te liggen.
Op 22 mei jl. werd tijdens de raadsvergadering gestemd over de wethouders. Met een belangrijke meerderheid zijn daarbij Richard Quakernaat en mijn persoon gekozen tot wethouder. Na ruim 12 jaar in de advocatuur te hebben gewerkt, betekent dat voor mij een hele nieuwe stap en politieke rol. Tel daarbij op een nieuwe raad, met maar liefst 11 verse raadsleden. Het zal hoe dan ook een spannende en leerzame periode worden, waarin bovendien ook veel op inhoudelijk vlak moet gebeuren. Ik kijk er naar uit.
Mandy Oud
