Palen CarMar Huis gaan grond in, maar er is nog veel geld nodig
Als je kind anders is dan anderen, continu zorg en aandacht behoeft, noodgedwongen uit huis geplaatst moet en dan niet een paar straten verderop… Tussen besef, begrip en acceptatie zit een lange weg. Bij jezelf, dus laat staan bij je omgeving. Jarenlang vormde de komst van het CarMar Huis op de Broeckgouw de hoop aan de horizon voor een groep ouders met kinderen met uiteenlopende beperkingen. Onlangs dreigde de droom wreed uiteen te spatten en te stranden op een financieel tekort. Maar de ondernemersgeest van Jan Tol (nonnie) wil het zo ver niet laten komen. Vanuit zijn hart stond hij de stichting tot dusver bij, maar inmiddels pakt hij als stichtingsvoorzitter zijn verantwoordelijkheid. In de nieuwe hoop dat mensen uit onze gemeente, op welke manier dan ook, financieel willen helpen hun droom dat hun kinderen weer ‘thuis’ kunnen komen, te realiseren, vertelt één van de ouders, Margriet Plat-Keizer, haar verhaal.
Als zoon Youri binnenkomt, waait er een wervelwind door de huiskamer. Zonder adem te halen ratelt hij de volzinnen achter elkaar. ,,Hij haalt de energie uit je tenen. Als je vijf minuten met hem zit, denk je: is hij zo de hele dag?”, zegt moeder Margriet. ,,Zijn hoofd zit altijd overvol. Met zijn eigen onderwerpen.” Onlangs schreef hij er zelf een epistel over. ‘Ik heb autisme. Ik vind het moeilijk om anderen te begrijpen en ik vind het lastig dat anderen mij niet begrijpen’, zegt hij daarin. ,,Het eerste half jaar als baby verliep geruisloos”, gaat zijn moeder terug in de tijd. ,,Totdat de oorontstekingen begonnen, de herhaalde operaties aan neus- en keelamandelen zich opvolgden. Hij sliep slecht, huilde veel en werd dwars. ‘Bruin is gras, bruin is gras…’, zong hij. En dat was met alles zo.”
Klik hier voor het hele artikel op de site van het NHD.
