Recept tegen verkeersinfarct: aan het eind van de file het gas erop
Het verkeer loopt steeds vaker en hardnekkiger vast, maar heel soms stroomt het ineens goed door op de wegen. Omdat het rustig weer is, er geen ongelukken gebeuren én omdat er ‘goed wordt gereden’. Maar wat is dat eigenlijk, goed rijden?
'Vijf van de honderdvijftig dagen reed het lekker door.' Gerard Eijkelenboom, programmamanager rijgedrag bij de Verkeersonderneming, herinnert het zich met verbazing. Zijn organisatie zet zich in voor de goede bereikbaarheid van de regio Rotterdam en onderzoekt hoe die beter kan.
Zo hield een datateam maandenlang de A20 bij Rotterdam in de gaten. Ieder spitsuur was het raak, op die vijf doordeweekse ochtenden na. Ja, het was rustig weer en inderdaad, er gebeurden geen ongelukken. Maar er was nog een verklaring, bleek uit de data-analyse: de automobilisten reden zo netjes.
'Wie actief, anticiperend en voorspelbaar rijdt, is een goede chauffeur. Maar een echte definitie van goed rijgedrag bestaat niet', zegt Eijkelenboom. 'Die zou er moeten komen want dan kun je iemand bestempelen als een A-, B- of C-rijder en kun je daar rekening mee houden. Maar in de praktijk blijkt dat lastig.'
In 2016 deed de Verkeersonderneming met het kwalitatieve onderzoek De karakters van de snelweg wel een poging om verschillende rijgebruikers in kaart te brengen. Er rolden zes stereotypen uit, waaronder de Zombie, het Geweten en de Baas. Eijkelenboom: 'Handig om te weten, maar we ontdekten dat niemand altijd hetzelfde rij-karakter is. De relaxte vakantieganger vertoont ander rijgedrag als hij in tijdnood zit. Dat maakt het moeilijk om op de persoon te sturen.'
Als Erik Verhoef, verkeerseconoom aan de Vrije Universiteit, de spitsdrukte bestudeert, bekijkt hij de weg vanuit verschillende invalshoeken. Hij signaleert daar een samenspel van allerlei gedragingen. 'Ik zie hoe, waar en wanneer we rijden, en kijk daarnaast naar ons ruimtelijk gedrag: waar we wonen, werken en winkelen. Op die verschillende niveaus heb je te maken met individuele en collectieve belangen, en daar zit een spanningsveld tussen.'
Verhoef haalt econoom William Vickrey aan, die al in 1952 aantoonde dat spitsmijden de fileproblematiek kan oplossen. Toch bleek dit nooit een structurele oplossing te zijn. Verhoef: 'Als er een betere doorstroom is, zal dat ertoe leiden dat meer mensen de weg opgaan, omdat het dan zo lekker doorrijdt.'
Vrijdag voorbeelddag
Er is één dag dat al deze problemen veel minder spelen. Vrijdagochtend staan er standaard een stuk minder files. Er zijn die dag niet minder auto's op de weg, zoals vaak wordt aangenomen, ze zijn alleen beter verdeeld. De data-analisten van de Verkeersonderneming telden op de A20 700 auto's die die ochtend een uurtje later de weg op gingen. Een verschuiving die ertoe leidde dat het verkeer goed doorliep.
Verhoef: 'Vrijdags zie je dat flexibiliteit loont. Die dag is het vaak niet erg om iets later te beginnen.' Bedrijven zouden, als het aan Verhoef ligt, een voorbeeld aan de vrijdag moeten nemen: als werkgevers flexibeler zijn in hun werktijden, wordt het fileprobleem vanzelf verlicht. Maar ook hier is sprake van een spanningsveld, merkt hij. 'Voor bedrijven is het het aantrekkelijkst als alle andere bedrijven flexibel worden, want dan zijn hun werknemers op tijd.'
Onderzoek naar het meest filevriendelijke rijgedrag loopt door. In Rotterdam gaat binnenkort een proef lopen waarbij bedrijven autorijders gaan helpen om zo efficiënt mogelijk samen te voegen, het zogenaamde 'weven'. Daarnaast wordt gekeken hoe automobilisten gestimuleerd kunnen worden om, als zij de file uit rijden, gas te geven. Eijkelenboom: 'Nu blijven ze vaak langzaam rijden omdat ze bang zijn om nóg een file in te rijden. Dat belemmert de doorstroom.'
Kop-staartbotsing
De ANWB blijft intussen hameren op de eigen verantwoordelijkheid van de automobilist, en geeft daarbij graag en vaak advies, vertelt expert verkeersveiligheid Ton Hendriks. 'Het wisselen van rijstroken bijvoorbeeld, zorgt voor meer files en je schiet er weinig mee op. Niet doen dus. Veel automobilisten kijken bovendien tijdens het filerijden op hun telefoon. Daardoor kan een kop-staartbotsing ontstaan en dan wordt de file nog langer. Je moet je dus concentreren op waar je mee bezig bent: autorijden. Ook als het langzaam gaat.'
Meer informatie leest u HIER.