Zaanstreek-Waterland bood in 2018 te weinig vergunninghouders huis aan
In de regio Zaanstreek-Waterland zijn in de tweede helft van 2018 te weinig voormalige vluchtelingen aan een woning geholpen. Alleen Waterland en Landsmeer hielden zich aan de afspraken. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. In Waterland moesten twaalf mensen een huis krijgen. De gemeente bracht zestien mensen onder. In Landsmeer moesten 23 mensen worden gehuisvest en dat gebeurde ook. Zaanstad zorgde ervoor dat 96 mensen een huis kregen. 127 mensen stonden op de wachtlijst. 22 mensen werden in Edam-Volendam aan een huis geholpen. 34 mensen hadden een woning moeten krijgen.
Twee mensen
Wormerland en Beemster vingen allebei maar twee mensen op. Ze hadden er respectievelijk dertien en negen moeten huisvesten. Zodra asielzoekers een verblijfsvergunning krijgen, wordt de hulp van gemeenten ingeroepen om ze aan een woning te helpen. Twee keer per jaar krijgen gemeenten te horen hoeveel vergunninghouders ze moeten huisvesten. Het aantal mensen dat ze aan een woning moeten helpen, wordt bepaald op basis van het aantal inwoners van de gemeente.
Het merendeel van de gemeenten haalt de taakstelling niet. Dat komt voornamelijk doordat ze in eerdere periodes te weinig mensen hebben gehuisvest. Ze moeten de tekorten nog inhalen.
Daling asielinstroom
In 2015 bereikte de vluchtelingencrisis in Nederland een hoogtepunt. In dat jaar kwamen in totaal bijna 57.000 asielzoekers naar Nederland. Het ging grotendeels om Syriërs en Eritreërs, die vrijwel allemaal een (tijdelijke) verblijfsvergunning kregen. Het aantal asielzoekers en vergunninghouders is inmiddels flink lager dan een aantal jaar terug.
