Slobbeland, Slobbeland: het mooiste land! (deel 1)
Het gebied van het Slobbeland bestreek het buitendijkse land achter het Zuideinde doorlopend via de Pieterman (het huidige Marinapark) en het Markerland naar het sluisje van Katwoude. De naam heeft niets te maken met het Volendamse woord 'slobberen' (pootje baden).
Het betekent land van slib. slijk en modder. In dit artikel beschrijven we een korte geschiedenis van het Slobbeland als natuurgebied en kinderparadijs in de periode tot en met de naoorlogse modernisering van het buitengebied in de jaren '50.
Een aards paradijs
Tot 1932 was het Slobbeland een gebied met kreken en sloten. dat bij vloed dikwijls overstroomde en in vele opzichten te vergelijken was met het huidige waddengebied.
Net als op het wad, de noordgrens van de vroegere Zuiderzee, foerageerden en broedden daar de watervogels, waaronder honderden slobeenden, visdiefjes, meeuwen en Sternen. In het voorjaar zochten kinderen en volwassenen er met succes naar vogeleieren en kikkers.
Er groeiden ook bijzondere planten, die in de vergetelheid zijn geraakt. omdat ze na de aanleg van de afsluitdijk verdreven zijn door het zoeter wordende water. Wie weet bijvoorbeeld nog van sluiken? Ooit waren sluiken populair onder de jeugd. Het zachte worteldeel van deze rietplanten smaakte als een meiknolletje en werd gegeten met een snufje zout of gedoopt in een mengsel van azijn en stroop. Kinderen gingen langs de deuren in Volendam en verkochten 20 geplukte sluiken voor een paar centen.
Terwijl het sociale leven van de volwassenen zich grotendeels afspeelde op de dijk en aan de haven was het Slobbeland de plek waar kinderen naar hartenlust konden zwemmen, slootje springen. katapultschieten, hengelen, dobberschieten en vliegeren. Er werden hutten gebouwd en er werd 'cowboy en indiaantje' gespeeld. Het was vooral voor de kinderen uit de buurt, die van de Zuiderhavendijk en het Zuideinde een stukje aards paradijs.
Van Zuiderzee naar IJsselmeer: een ecologische ramp
De generatie kinderen, geboren in de jaren twintig, heeft nog leren zwemmen in het brakke water van de toenmalige Zuiderzee. Vanaf mooie lentedagen in april bood het Slobbeland een ideale leersituatie, Van 'watergewenning' in de Ondiepe lauwe sloten. naar het 'echte werk' in de zee. Deze generatie heeft de overgang van zout/ brakkig naar zoet water nog bewust kunnen proeven. Jan Plat (van Lijst van Pokkie) heeft als kleine jongen de zoutwaterdieren in levende lijve meegemaakt: 'Wij kochten katapulten en daarmee schoten we op de kwallen die in de haven zwommen.
De teloorgang van het zoutwaterleven volgde spoedig. Ongeveer een jaar na de gereedkoming van de afsluitdijk moesten de bruinvissen (de kleinste walvisachtige van Europa) het al ontgelden, mede door het dichtvriezen van het IJsselmeer. Zij spoelden massaal aan bij het Slobbeland. De kinderen liepen Vanaf het strandje bij de 'Oude Helling' over de kadavers naar het Slobbeland. In nog geen anderhalfjaar hadden de rivieren, de Overijsselse Vecht en de IJssel, samen met de spuisluizen van de brakke Zuiderzee een zoet IJsselmeer gemaakt en na vijfjaar bleken alleen de paling. de snoekbaars en spiering daartegen bestand.
Jan Plat (17-01-1924)
Zoon van Klaas Plat (de Ruiter) en Lijst Kwakman (Lijst van Pukkie). Jan Plat verloor op 3-jarige leeftijd zijn vader en woonde met zijn moeder ( 1890 - 1981), zussen en jongere broer Jaap op het Doolhof (Kerkepad). Jan Plat trad tijdens de Tweede Wereldoorlog in dienst van de gemeente Edam, waar hij zich opwerkte tot adjunct-directeur onder dhr. Stelling. Jan is daarnaast jaren lang secretaris geweest binnen het bestuur van de FC Volendam en geniet op 94-jarige leeftijd nog steeds van de geneugten des levens.
Slobbeland
Hoewel de Pieterman in het verlengde van het Slobbeland lag, werd dit door de jonge avonturiers niet als deel van het Slobbeland beschouwd. Het was namelijk een moeilijk begaanbaar terrein. Het verlengstuk van Slobbeland was de Pieterman bestaande uit moeras, riet en struikgewas. Alleen jonge jongens konden - met laarzen of blote voeten - door het moerasachtige terrein manoeuvreren.
Het werd gezien als gevaarlijk terrein. Jan Plat en z'n trawanten werden door de ouders vaak gewaarschuwd voor otters. Dit was duidelijk bangmakerij. want door de massale jacht op deze visveelvraat (er waren vroeger officieel ottervangers voor de Zuiderzee), was het beest als de dood voor mensen. De onterecht bejaagde 'vischotter'- de marterachtige evenknie van de aalscholver werd in de dertiger jaren nooit meer gesignaleerd in de buitendijkse gebieden van Volendam en omstreken.
De Pieterman was een broedplaats voor kikkers en diverse vogelsoorten. Jan Plat: „Een van ons ontdekte daar een nestje, zwevend tussen drie rietstengels. Ik had nog nooit zoiets moois gezien. lk vermoed dat het van rietzangers is geweest. Er lagen drie eitjes in. We schrokken er zo van, dat we het nest maar met rust hebben gelaten, ondanks dat we toentertijd toch wel wat vernielzuchtig waren."
Kikkers konden op minder clementie rekenen: „We hebben daar geleerd om kikkers op te blazen. te roken en op te eten! Kikkerbilletjes. dat is een versnapering, wist je dat? Gingen we kikkers vangen en dan stookten we een vuurtje en hielden de kikkers er levend boven. Als ze gaar waren, haalde je zo het vlees eraf, het was net warme, gerookte aal."
De werkverschaffing: einde van het natuurgebied
In de dertiger jaren van de vorige eeuw was er ook in Nederland sprake van een economische crisis die gepaard ging met een grote werkloosheid, Om de grootste nood te lenigen werd landelijk de werkverschaffing in het leven geroepen. In Amsterdam zijn de 'Bosbaan' en het nabijgelegen 'Amsterdamsche BOS' nuttige en wel gewaardeerde werkresultaten gebleken.
Plattegrond jaren 30 rechtsboven is het Slobbeland te zien als een wijds en doorwaadbaar landschap dat regelmatig onderwater liep. De werkverschaffing in de jaren 30 heeft hier nog geen grip op het landschap gehad; de poeltjes zijn nog intact. Werkgelegenheidsprojecten zijn voltooid. Er was een officiële opening van een voetbalveldje op het Slobbeland. Het was een van de werkgelegenheidsprojecten. De meeste hoogwaardigheids heren en enkelen werklozen zijn nog te herkennen.
In Volendam zocht en vond men een werkgelegenheidsproject in het in 'cultuur' brengen van het Slobbeland. Het terrein werd opgehoogd en geëgaliseerd,. De sluiken verdwenen en achter het Zuideinde ter hoogte van de huidige werkplaatsen en loodsen van HSB Bouw werden grote kuilen gegraven om met de grond daaruit de vele slootjes en kreekjes van het Slobbeland te dempen.
Het betekende voor ons buitendijkse landschap het einde als natuurgebied en als speelparadijs, Want met het overgebleven vlakke, saaie landschap was ook voor de kinderen de lol er helemaal af.
Grootse manifestatie op het Slobbeland
De afronding van het werkverschaffingsproject op het Slobbeland werd gevierd met een grootse katholieke manifestatie onder leiding van de beroemde regisseur Anton Zweers. Nederland was op het hoogtepunt van de verzuiling. De katholieke jeugdbeweging, die zetelde in het PIUS X gebouw, werd opgetrommeld om de festiviteiten extra luister bij te zetten. De jeugdbeweging bestond uit verschillende leeftijdsgroepen waaronder 'de kruisvaarders'. De kruisvaarders, waaronder Jan Plat, kregen tijdens het banuur' (lees: ban-uur) in de PIUS X een eigen versje aangeleerd wat hem nog helder voor de geest staat:
SLOBBELANDJE
Wij kruisvaarders gaan fier op Christuskruis
Verenigen ons dikwijls met Christus en de heilige communie
Gehoorzamen aan ouders en overheden
Wij zijn rein, eerlijk en trouw
Spaarzaam, matig en eenvoudig
We zijn goed voor iedereen en een voorbeeld voor allen.
De heer Zweers had voor de festiviteiten echter een ander versje in gedachte voor de Katholieke Jeugdbeweging. Dit versje was nationalistischer van toon. In de voor-oorlogse tijd werd nog met bewondering naar Duitsland gekeken, waar honderdduizenden mensen op de been werden gebracht met manifestaties en waar de werkloosheid verdween als sneeuw voor de zon. Dit versje luidde als volgt:
SLOBBELAND:
De Wieg, ons huis, de school, de kerk, herbergen ons door het leven
Gods' goedheid heeft dit alles met een schoon plantsoen omgeven
Boomgaarden rijk en wateren vol vissen allerhanden
En akkers binnen bos en duin vormen de Nederlanden
Naar graaf en hertog, prins en vorst, kwam dit goed land besturen
Een koningin zoals goed, haar heerschappij zal duren
De toekomst van haar oud geslacht zal onze toekomst blijken.
Ons volk zal van het Koningshuis en zij van ons niet Wijken.
Na het optreden van de KJB en de speeches van hoogwaardigheidsbekleders volgden er 'spelen' in een quasi-Romeins thema. Een geschat aantal van 50 jongens nam o.a. deel aan de 'wagenrennen’ waarbij er in zestallen tegen elkaar werd gestreden om de prijzen. De voorste drie jongens hielden elkaar vast om de middel en vormden de paarden. Daar achter stonden twee jongens naast elkaar, die de wagen moesten vormen.
Daarbovenop stond vermoedelijk het lichtste jongetje van het sextet als de wagenmenner. Het was een enorme uitdaging om elkaar niet los te laten en tevens voldoende snelheid op te bouwen om zodoende de andere wagenmenners aan de zegekar te binden. Anno 2018 zijn dergelijke spelvormen in de vergetelheid geraakt. De immer buiten spelende kruisvaarders, autodidactische atleten van het Slobbe land zouden zomaar de overwinning binnengesleept kunnen hebben.
Tijdens de TweedeWereldoorlog (oktober 1944) werden alle botters op last van het verzet in de kreken van het Slobbeland 'op zink gelegd'.
Na de Tweede Wereldoorlog
In de oorlogstijd lagen op het Slobbeland de activiteiten stil. Zowel de bezetter als het verzet hadden belangrijkere dingen aan hun hoofd. Het bleef bij het bouwen onder leiding van Jaap van Rokende Jan (Buijs)- van enige schuilplaatsen voor Onder duikers, die daarmee aan de verplichte tewerkstelling in Duitsland probeerden te ontkomen. Na de bevrijding in 1945 werd de draad weer vol goede moed opgepakt. In het kader van de wederopbouw bestemde de gemeente het gebied tot industrie- en recreatiegebied.
Om dat mogelijk te maken moest het drassige terrein van Slobbeland eerst worden opgehoogd met huis- en grofvuil. Door de modernisering en uitbreiding van het dorp wist de gemeente zich in eerste instantie geen raad met de explosieve toename van het afval. De oplossing werd spoedig gevonden: bij de gemeente promoveerde men een oude auto tot provisorische vuilniswagen die, twee keer per week, de emmers (dertig stuks per ritje) met afval vervoerde.
Men reed naar beneden langs het huidige paviljoen Smit-Bokkum door tot aan het begin van het Slobbeland (gezien vanaf de Oude Helling) om daar het afval te storten. Het terrein was dermate groot dat het gestorte afval niet eens opviel. Bovendien bestond het toenmalige buitendijkse land uit een drijvende laagveen dat ook na de aanleg van de afsluitdijk nog vaak overstroomde. Het afval, bestaande uit papier, glas, hout, stenen en ander soortig puin, zakte gemakkelijk weg in de drassige grond. Later - in de zestiger jaren werd verteerde grond afkomstig van de vuilnisbelt te Edam gebruikt om de ruwe en vuile grond netjes af te dekken.
Industriegebied en recreatiepark
Vanaf eind 1940 werden zowel de industriële als de recreatieve bestemmingen verwezenlijkt. Vergunningen werden afgegeven voor de bouw van rokerijen en bedrijfsloodsen o.a. voor het plaatwerkbedrijf van Hein Tol, voor het bouwbedrijf Hein Schilder (Madoetj, voor het garagebedrijf van Cor Jonk, voor het bouwbedrijf Hein Plat en de rokerijen van Kees Tol (van de Lurik), Henny Guijt en later volgde Smit Bokkum. Andere bedrijven die zich rond die periode vestigden waren de pluimveebedrijven van Jaap Jonk en de Parel en de fabriek van Mutoblok. Bovendien verrees er voor het werkvoorzieningsschap een werkruimte gebouwd voor mindervallieden in de volksmond 'het hok' genaamd.
De camping van Hein van Madoet
Kort na de Tweede Wereldoorlog is een- naar later bleek - totaal overbodige schuilhaven gerealiseerd. Deze 'Nieuwe Haven(1949) is nooit in gebruik geweest'. De haven slibde spoedig dicht en werd tenslotte gedempt met afval en afgedankte bouwmaterialen van het daar inmiddels gevestigde Hein Schilder Bouw. Het terrein kwam daarna in bezit van Hein Schilder en werd sindsdien de camping van Hein van Madoet genoemd.
Ook aan de recreatieve bestemming werd direct na de oorlog de aandacht besteed die het verdiende, vooral door de inbreng van de commissie Volendams Belang, die zich inzette voor woningbouw, werkgelegenheid, scholing, cultuur, recreatie en verenigingsleven in Volendam.
Onder leiding van o.a. Jan Veerman (Poesie) en Hein Kwakman (de Bakker) werd in 1953 op voortvarende wijze een begin gemaakt met de realisering van een zwemgelegenheid voorzien van kleedhokjes en zoals dat toen betaamde: een afscheiding tussen een jongens en een meiden gedeelte.
Een voorlopig slot
Zoals de ondertitel 'Het einde van het natuur-en speelgebied Slobbeland tussen 1920 en 1960’ reeds aangaf, beperken wij ons in deze aflevering van het Museumboek tot de overgangsperiode waarin Slobbeland van een vrijwel ongerept natuur- en speelgebied veranderde in een industriegebied en vuilstortplaats.
Die de voorbije zomerse dagen genietend op het recreatiepark Slobbeland heeft doorgebracht of die de zoete herinneringen aan de kermistent van het Slobbeland koester weet dat daarmee het complete verhaal van het Slobbeland nog niet is verteld. Ook over de periode 1960 • 1990 is veel te vertellen. Dat gaan we zeker doen! Dat komt in deel 2. Want nog steeds geldt voor ons onverkort: Slobbeland, Slobbeland: het mooiste land!'







