De zin en onzin van voetbalpraat
Ik kijk veel voetbal. Ik zie dan (ex-)coaches of -voetballers analyses maken, en word daar soms wel, soms niet vrolijk van. Voor mij zijn het Louis van Gaal, Willem van Hanegem, Marco van Basten, Danny Blind, Rafael van der Vaart, Bert van Marwijk, Kenneth Perez en Wim Kieft, die er bovenuit steken. Het gros vind ik echter niet vernieuwend. Als ik het Engelse programma ‘Match of the Day’ volg, op de BBC in Engeland, met Gary Lineker, daar kunnen Nederlandse commentators nog een hoop van leren, als het gaat om visie op voetbal en gevoel voor humor.
De beste voetbalcommentator is voor mij Leo Driessen. Hij is niet irritant en weet ook wanneer hij zijn mond moet houden. Hoe raar dat ook mag klinken in dit verband, maar ‘meer met minder’ kun je in elk vakgebied toepassen, dus ook hier. Sierd de Vos weet inhoudelijk veel van voetbal, maar praat ook veel over niet terzake doende randverschijnselen. Ik vraag me weleens af of de kijker nu echt wil weten waar Messi gaat eten in zijn vrije tijd. Of waar de supporter zijn boodschappen haalt in het buitenland.
Zo is er elke dag wel wat te vinden op TV als het gaat om voetbal. Mijn vriendin is gewend dat ik veel wedstrijden, en daaraan verbonden, veel ‘voetbaltafels’ kijk. Toch realiseer ik me dat ik niet alles kan bekijken. Ook doet zich soms een licht schuldgevoel voor, ten opzichte van mijn vriendin. Zij geeft echt niks om voetbal. Pas als Nederland voetbalt, er een WK of EK is, is zij geïnteresseerd. Waarschijnlijk vanwege de gezelligheid, zowel in den lande als thuis. Daarmee is ze volgens mij ook niet de enige.
In mijn rol als presentator van ‘De Aftrap’, voor de Lokale Omroep Volendam Edam (LOVE), merk ik dat het leiden van een Tv-programma over voetbal niet altijd zo vanzelf gaat als het lijkt. Veel respect heb ik daarom voor een Wilfred Genee, een Kees Jansma of Jack van Gelder. Mannen die het presenteren op een natuurlijke wijze afgaat. Dit is iets waar je als presentator veel van kunt leren. Een verschil tussen het presenteren bij lokale en landelijke omroepen is, dat bij grotere omroepen vaak alles vooraf geregeld is, en je bij een Lokale Omroep zelf aan de slag moet waar het gaat om bv. het uitnodigen van gasten, enz. enz… Alles heeft zo zijn charmes.
Ik heb zelden ‘Nee’ te horen gekregen van genodigden, die waren gevraagd om naar Volendam te komen. Hoe komt dat? Natuurlijk speelt mijn achternaam een rol, maar zeker ook is het het Volendamse, dat aanspreekt. Niet praten, maar poetsen. Als presentator doe je er alles aan om je gasten op hun gemak te stellen, en respect te tonen voor wie mensen zijn en wat zij doen of hebben gedaan. Ook dat maakt deel uit van het Volendamse, en wordt op prijs gesteld. En, laten we wel zijn, dat is toch eigenlijk waar het leven om draait, nietwaar? Respect..
