Bestuurlijke toekomst Waterland: 1 miljoen + OZB stijging 10-30%
Tijdens de algemene beschouwingen heb ik toegezegd u voor het debat over de bestuurlijke toekomst op 12 december te informeren over de stand van zaken van het opstellen van een plan van aanpak naar de benodigde inzet ten behoeve van de organisatie, financieel en inhoudelijk.
Plan van aanpak zelfstandigheid
Vooruitlopend op het definitieve besluit van de raad, oriënteert het college zich op dit moment op de mogelijkheden die er zijn om de organisatie zo te versterken dat zelfstandigheid van de gemeente de komende jaren op een goede manier gewaarborgd kan worden. Het college voert daartoe oriënterende gesprekken met enkele bureaus om ons in dit proces te begeleiden.
In fase 1 zal worden onderzocht wat voor soort gemeente de gemeente Waterland wil zijn. Welke ambities zijn er de komende jaren, welke opgaven moeten worden gerealiseerd en wat zijn de wettelijke opgaven die op ons afkomen. Dat zal worden afgezet tegen de trends en ontwikkelingen in de maatschappij zoals die op ons afkomen. Dat alles met als uitgangspunt dat de gemeente Waterland zelfstandig deze opgaven wil uitvoeren.
Binnen het zelfstandig uitvoeren van opgaven moeten echter ook nog belangrijke keuzes worden gemaakt. Wil de gemeente echt alles zelf uitvoeren? Welke taken kan de markt overnemen? Kan er op deelterreinen geformaliseerd worden samengewerkt met andere gemeenten, al dan niet in de buurt? Keuzes die hier gemaakt worden, hebben invloed op de organisatie die moet worden gericht en ingericht. En op de middelen die hiervoor beschikbaar moeten worden gesteld.
Wij zien een belangrijke rol voor de raad in dit proces. Onzes inziens moet de vraag “welke gemeente wil Waterland zijn” (uitkomst van de eerste fase) een raadsbesluit zijn. Wij verwachten fase 1 voor 1 maart 2020 te kunnen afronden.
Nadat hierover een keuze is gemaakt, zal het college een vertaling maken naar de organisatie die daarvoor nodig is. Dat gebeurt in fase 2 en is een ollegeverantwoordelijkheid. De raad zal hierover uiteraard wel worden geïnformeerd. Wij verwachten deze fase voor 1 mei 2020 te kunnen afronden.
Financieel kader
Het college heeft een eerste, indicatieve berekening gemaakt over de mogelijkheden die er zijn om enerzijds gelden te vinden voor behoud van zelfstandigheid van de gemeente Waterland en anderzijds het uitvoeren van de in het coalitieakkoord genoemde prioriteiten (duurzaamheidsfonds, sportpas, nieuwe sporthal, vernieuwing sportvelden Markgouw en - nog nader te besluiten - eventuele terugkeer naar de Waterlandbibliotheek).
Het college constateert dat hiertoe voldoende mogelijkheden aanwezig zijn. Een eerste, indicatieve berekening laat zien dat dit mogelijk is door een eenmalig onttrekking van 1 miljoen euro uit de algemene reserve en een structurele verhoging van de OZB-belasting in een bandbreedte tussen 10 – 30%.
Bij deze indicatieve berekening zijn de opbrengsten van de Kohnstammlocatie en de eventuele verkoop van De Waegh meegenomen. Niet meegenomen zijn de (incidentele) opbrengsten van het Galgeriet en woningbouw op Marken.
Het College acht definitieve duidelijkheid over het financiële kader, voorafgaande aan besluitvorming over de toekomst van de gemeente Waterland, gewenst. Op deze wijze kan de Raad van Waterland tot adequate besluitvorming komen. Het College zal daarom in januari 2020 met een uitgewerkt(er) financieel voorstel komen hoe een eventueel besluit voor zelfstandigheid ook financieel kan worden gewaarborgd.
In ons januarivoorstel kunnen we dan tevens de laatste ontwikkelingen meenemen inzake besluitvorming Galgeriet en de meerjarenprognoses in het sociaal domein.
Weth. Ton van Nieuwkerk
