Wormerland, Oostzaan, Landsmeer en Waterland: "Doen wat kan"
Wat delen de vier gemeenten?
De vier gemeenten Wormerland, Oostzaan, Landsmeer en Waterland kennen kleine kernen waarin het gemeenschapsgevoel en de betrokkenheid van burgers bij de politiek en samenleving groot is. Dit uit zich in een rijk verenigingsleven met veel aandacht voor sport en cultuur en in een goed netwerk van mantelzorgers en maatjes. Het dorpshuis en de kroeg zijn plekken waar je samen lacht of moppert, maar waar ook het laatste politieke nieuws besproken wordt.
De bevolkingsopbouw is ook vergelijkbaar. Veel inwoners zijn voor hun werk afhankelijk van de grote stad. Ze kunnen het zich permitteren om in het groen te wonen, of ze zijn leverancier aan de grote stad. In alle dorpen is ook vergrijzing aan de orde. Dit betekent een groter beroep op de WMO en de thuiszorg, voor problematiek rondom eenzaamheid, dementie en veilig thuis wonen.
Ze grenzen alle vier aan uniek veenweidegebied en aan open agrarisch landschap; hoewel landelijk van karakter, hebben ze eenzelfde ligging onder de rook van de metropool Amsterdam en naast de twee voorsteden Purmerend en Zaanstad. Deze gemeenten delen ook 2 recreatieschappen: Twiske en Hemmeland. Bewoners voelen zich daar nauw bij betrokken. Niet gek, want het is hun achtertuin.
Deze kleine kernen zijn geïnteresseerd in kwaliteitstoerisme. Ze staan open voor nieuwe creatieve vormen van bouwen zoals Bouwen op Vaders Erf en voor ‘binnendorps bouwen’. De behoefte aan woningen van hun inwoners is groot. Ze koesteren allemaal het cultureel erfgoed binnen de gemeente dat ze willen bewaren en bewaken; omdat dat bij de eigen identiteit past. Daarmee gepaard gaat de behoefte aan meer ruimte voor wegen en openbaar vervoer zoals veilige en toegankelijke voet- en fietspaden. Alle gemeenten en dus ook deze vier zijn druk met het in goede banen leiden van de taken die vanuit de landelijke overheid naar de gemeenten worden gedelegeerd. Naar voren springt de kosten en de kwaliteit van de jeugdzorg; maar ook de omgevingswet en de energie-transitie.
Waar kunnen ze elkaar versterken?
Bij concrete gemeenschappelijke opgaven kunnen we samenwerken, en resultaten verder brengen door: problemen samen aanpakken, taken verdelen, risico’s delen, deskundigheid bundelen of uitwisselen of uitlenen. Het gebeurt al vele jaren, maar gezien de opgaven die er liggen is intensievere samenwerking is in ons aller voordeel; niet alleen op ambtelijk niveau maar ook bestuurlijk.
Op bestuurlijk niveau kunnen we gemeenschappelijke thema’s benoemen, waaraan samen gewerkt wordt. Regionale beleidsvoorstellen die daaronder vallen, kunnen we samen bespreken. Deze worden uiteraard vervolgens in de lokale raden vastgesteld; elke raad naar eigen inzicht. Daarbij is het logisch dat deze raden elkaar blijven opzoeken en spreken over aanpak van gemeenschappelijke problemen.
Gemeenschappelijke Regelingen
Als raden van deze kleine gemeenten kunnen we voor het aansturen van de vele Gemeenschappelijke Regelingen elkaars expertise benutten. En waar mogelijk samenwerken. Met als doel dat we als gemeenteraad minder op afstand staan, en dat de inwoner niet merkt dat diensten elders gehaald worden. Ongetwijfeld willen we inefficiënte of kwalitatief mindere praktijksituaties doorgronden en bijsturen.
Omgevingswet
Aangezien we in onze gemeenten voor dezelfde opdracht staan om de Omgevingswet zo goed mogelijk in te voeren, is samenwerking van grote meerwaarde. Wij kunnen bij elkaar het bewustzijn over de mogelijkheden en handvatten vergroten. Daarnaast kan het stimulerend werken om elkaars ervaringen te delen. We volgen dan de actiepunten genoemd in het Rijksprogramma ‘Aan de slag met de Omgevingswet’. Denk aan relaties tussen de kerninstrumenten; belangen afwegen; regisseren of loslaten; integriteit en samenhang; interactie met belanghebbenden; samenwerken in de regie en in de keten; anders werken met competenties.
Energietransitie
In de omschakeling van fossiele brandstoffen (olie, aardgas steenkolen) naar duurzame energie (zon, wind en aardwarmte) volgen we de afspraken die zijn vastgelegd in het klimaatakkoord. Ook in deze transitie gaan we in onze vier gemeenten dezelfde overgang maken. We volgen hierin de ‘RES’ overleggen. De gemeentes moeten met wijkgerichte aanpakken komen (landsbreed) en daar echt de regie in pakken. Belangrijk is dat we als raden nadenken hoe we de nationale afspraken over innovatie en over warmte- en elektriciteitsambities lokaal en regionaal in kunnen vullen. Wij moeten ervoor waken dat inwoners op te hoge kosten gejaagd worden om de energietransitie goed uit te voeren. Dat betekent dat we zorgvuldig de juiste deskundigen moeten kiezen. Aangezien dit geen eenvoudige taak is, lijkt samenwerking, met elkaar meekijken en elkaar ideeën aanreiken heel verstandig.
Laten we doen in plaats van praten
We constateren ook dat de discussie over fusie of ambtelijke samenwerking verlammend werkt. Daarom beperken we ons hier tot de inhoud, zonder ons uit te spreken over de vorm. Laten we zorgen dat we altijd bij elkaar terecht kunnen; behoefte aan samenwerking daarvoor klein – in elk geval niet groot - maken.
Aanpalende gemeenten als Edam-Volendam en Beemster hadden ook bij deze benadering gepast. Maar hoe meer mensen hoe meer meningen. Praktisch gezien lijkt het ons beter om ons nu op vier gemeenten te richten. Ook gezien het feit dat de vier gemeenten al lang praten en de dialoog tussen raadsleden zich positief ontwikkelt.
De visie van de WOLW
- Werkende weg komen we het beste erachter wat we kunnen brengen en halen.
- Op de thema’s wonen, vervoer, recreëren, landschap, zorg en energie ligt het accent.
- Liever intensieve samenwerking, waarbij we elkaar echt helpen.
- We voeren (voorlopig) geen structuurdiscussies; de opgave staat centraal.
Dit ‘Pamflet’ en hoe ermee omgaan
In september 2019 is na overleg met 6 raadsleden uit onze vier gemeenteraden van VVD, D66, PvdA, GroenLinks en lokale huize, opgeschreven wat we kunnen afspreken voor effectieve samenwerking; onder het motto’ DOEN WAT KAN’. Dit pamflet is bedoeld als motor voor initiatieven. Het hoeft niet formeel te worden vastgesteld. Wel wordt het ter kennisgeving aangeboden aan elk college van elke gemeenteraad die het omarmt. Daarmee is het dan openbaar geworden.
