Volendams verleden: Angstig avontuur Bruin Steur ‘van Jijpert’ tijdens aardappeltocht vanuit Friesland

In het afgelopen weekend van 4 en 5 april zou de jaarlijkse Pieperrace plaatsvinden vanuit de haven in Volendam, maar door het verhevigen van het corona-virus en de door de regering ingestelde noodzakelijke maatregelen moest deze voor dit jaar worden afgelast. Bijzonder jammer, want het is ieder jaar weer een prachtig, levendig en historisch evenement aan onze haven. De Pieperrace is een herinnering aan de aardappeltochten die de Volendammer vissers tijdens de oorlog ondernamen naar Friesland en Overijssel, om daar aardappelen op te halen voor de hongerende bevolking van Amsterdam en andere plaatsen in het westen van Nederland, later ook voor ’t Gooi. Het gebeurde tijdens de oorlog in de hongerwinter van 1944 naar 1945. Ook de meeste inwoners van Volendam zijn met de aardappelen uit Friesland de winter goed doorgekomen.
Over één van die tochten hebben we een tijdje geleden nog een spannend verhaal gehoord van een ooggetuige, een deelnemer zelfs aan zo’n tocht; het zou jammer zijn om het nu niet te plaatsen, daarom laten we het hieronder volgen.
We hoorden het van Andries Steur ‘Andries van Jijpert’ (volgende maand wordt hij 95 jaar), die samen met zijn vader Bruin Steur, ‘Bruin van Jijpert’ en zijn broer Klaas ‘van Jijpert’ met hun schip de VD 68 enkele angstige en spannende dagen hebben beleefd. Andries was getrouwd met Nel Koning, ‘Nel Janke’ en woonde voorheen met zijn gezin aan de Prinses Margrietstraat; momenteel woont hij in de Sint Nicolaashof.
Gearresteerd om meegenomen verstekelingen aan boord
Regelmatig werd door de ondergrondse verzetsbeweging in Friesland aan de Volendammer schippers gevraagd of zij op de terugreis één of meer verstekelingen mee wilden nemen naar het westen, waar deze vervolgens door een ondergrondse afdeling in Noord-Holland werden overgenomen en in veiligheid gebracht. Het betrof dan bijvoorbeeld gestrande Engelse of Amerikaanse piloten, leden van het verzet naar wie werd gezocht, Joodse volwassenen en kinderen. De schippers zeiden daar geen “nee” op. Zo namen Bruin Steur ‘van Jijpert’ en zijn zoons ook twee verstekelingen mee.
Op het schip was meestal nog wel snel tussen en onder de aardappelen een geïmproviseerd schuilplekje te vinden. Voor de veiligheid waren deze keer geen namen en andere antecedenten van de verstekelingen gegeven. Op de terugtocht naar Volendam, die meestal ’s nachts plaatsvond, volgden de schippers meestal in konvooi de veilige kustlijn, maar onderweg waren er altijd strenge controles mogelijk door de Duitse waterpolitie, die met snelle patrouilleboten langszij voeren. Vader en broers Steur hoopten er dit keer aan te kunnen ontkomen, maar die wens bleek ijdel. Bij zo’n controle moest de opgegeven lading kloppen en de bemanningsleden moesten hun door de Duitsers uitgereikte ‘sonderausweise’ en persoonsbewijzen kunnen tonen. Schipper Bruin ‘van Jijpert’ en de broers Andries en Klaas konden dat wel, maar de bij een doorzoeking van het schip gevonden verstekelingen niet. Daarop werden alle personen aan boord gearresteerd.
Alle aardappelen in beslag genomen
Vader Bruin Steur, zijn zoons en de twee verstekelingen werden met schip en al naar de haven van Enkhuizen gedirigeerd. Aan de kade werden ze opgewacht door drie Duitse politieagenten. Andries en Klaas Steur werden samen met de verstekelingen onmiddellijk naar de gevangenis van Alkmaar overgebracht. Daarna hebben ze de verstekelingen nooit meer gezien en ze weten dan ook niet wat er verder met hen is gebeurd. Dat hing er vanaf of zij gestrande geallieerde piloten, verzetsmensen ofwel Joden waren. Vader mocht bij zijn schip blijven en moest helpen het uit te laden; alle aardappelen werden in beslag genomen. Onder de drie Duitse agenten bleek echter een Nederlander te zijn. Deze was mogelijk op de hoogte van de afspraken ten aanzien van de aardappeltochten en misschien had hij na een gesprekje met Bruin ‘van Jijpert’ wel begrepen, dat deze een gezin had dat gevoed moest worden.
Bruin mocht zijn portie van 15% van de lading behouden en met zijn schip en de aardappelen doorvaren naar Volendam. Dat moest hij deze keer dus in zijn eentje doen. In de buurt van Edam, in het pikdonker van de nacht, liep hij met zijn botter vast aan de grond. Zijn luide geschreeuw werd ten slotte gehoord door iemand aan de wal. Deze maakte contact met schippers in Volendam, die met hun botters naar de ongelukkige Bruin Steur voeren en zijn schip weer vlot trokken. Eindelijk in Volendam aangekomen kon hij zijn portie aardappelen lossen, zijn gezin voeden en misschien ook anderen ermee helpen.
Lees het hele artikel in de NIVO.

