Naar de inhoud

75 jaar geleden: 3 mei 1945 overval in de Purmer

Bron: Ingezonden

Verzetsheld Kees Bootsman, schuilnaam Willy, schrijft in zijn boek “Volendam: hoe arm het was… hoe ver het…” over zijn ervaringen in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Volendams Museum heeft nog enkele exemplaren te koop.

In de laatste dagen tijdens bezetting werd door het verzet nagenoeg geen acties meer uitgevoerd. Het zuiden van het land was bevrijd. Het Westen wachtte het moment af dat de Geallieerden een aanval zouden plegen. Daarom was vanuit de top van de Binnenlandse Strijdkrachten het bevel gegeven om alle geplande acties te staken en wachten op het moment dat de aanval zou plaats vinden. De aanval zou echter nooit plaats vinden. De geallieerden en de Duitsers sloten een wapenstilstand af en bespraken de voorwaarden voor de capitulatie.

Donderdag 3 mei 1945, het is vroeg in de middag als Kees Bootsman met zijn fiets aan de brug, op het erf van de boerderij van familie Box, waar hijzelf ondergedoken zat. Van de eigenaar had hij wat tarwe gekregen en was op weg naar de familie Ham, verder op in straat, waar een koerierster wel voor transport zou zorgen naar Volendam, want zijn ouders hadden ook niet veel meer te eten.

Iemand passeerde langzaam fietsend. Het was een jongeman, maar Kees kon zijn gezicht niet thuisbrengen. Terwijl hij bezig was zich af te vragen wie dat nu toch kon zijn, kwam in de verte Kleine Joop met grote vaart in zijn richting fietsen. Hij wees hem, op zeer dringende wijze, op de jongeman die zojuist gepasseerd was. Na zijn verhaal begreep Kees de situatie en moesten ze in actie komen.

Eén van de koeriersters van de verzetsgroep was de Westerweg in gefietst en zonder op te merken dat zij door die jongeman gevolgd werd, ging ze het erf van Anthon Ham op. Die jongen wist blijkbaar genoeg. Aangezien Kleine Joop dit van een afstandje in de gaten kreeg, was er voor hem geen andere optie meer dan deze jongen te arresteren.

Ze gingen achter de jongen aan en wiste hem in de “Groene Weg” staande te houden en brachten hem in de boerderij van Piet Kloker waar op dat moment 8 leden van de verzetsgroep binnen waren. De commandant Jan Wind, schuilnaam Grote Jan, werd er bij gehaald. Na een streng verhoor door Staf-leden bleek het goed mis te zijn.

De jongen had een intensief contact met de Duitse bezetting op de “Ortskommandantur” en beschikte over een vrij groot aantal namen die daar bekend waren om te worden gearresteerd. Een uiterst fanatieke, agressieve jongen die op zoek was naar zijn vader, die reeds maanden geleden verdwenen was.

De mensen die een oordeel moesten vellen zaten met het punt, begrip op te kunnen brengen voor zijn aangevoerde motieven. Maar in dit stadium was het voor een ieder duidelijk dat hij levensgevaarlijk was. De Staf-leden gingen hard tegen hem tekeer. Er werd zelfs gedreigd met de doodstraf. Hij kende de verzetsgroep en daarom deed Kees Bootsman een beroep op zijn christelijke opvoeding. Kees stelde bemiddeling van een dominee voor, die de jongen in eerste instantie direct afwees.

Hij kreeg gelegenheid een brief te schrijven aan zijn familie, waarna Kees Bootsman weer met hem ging praten en hem op zijn gemoed ging werken. Uitstel in zulke spannende momenten kan soms plotseling tot een oplossing leiden. De jongen begon te huilen…. Schold op deze bezetters en de hele “kliek” die de schuld was dat het zo ver had moeten komen. Toen ging hij akkoord met de tussenkomst van een dominee. Kees kon hem gerust stellen en de verzekering geven er niets zou geboren, alvorens er een gesprek met de dominee van Ilpendam geweest was, die Kees persoonlijk ging halen.

Het is moeilijk te beschrijven, wat er in een mens omgaat, schrijft Kees Bootsman. “Daar waren we als gewone mensen bijeen, tot het uiterste gespannen omdat het ging over zaken als verraad en, wat wij noemden, foute boel. Daardoor waren al heel wat kameraden gesneuveld…. Gelukkig zou de zaak een hele andere wending nemen, hoewel er slachtoffers aan onze zijde geboekt werden.”

Kleine Joop, pas bevrijd uit de handen van de Duitsers en door de arrestatie van deze jongeman weer tot het uiterste gespannen, fietste in de Westerweg en schrok zich kapot toen hij daar door twee Duitse soldaten werd aangehouden. Waarschijnlijk was het hun om zijn fiets te doen ook al kenden zij de instructies dat geen enkele actie mocht worden ondernomen. Waarschijnlijk door de gespannen toestand reageerde Kleine Joop direct door te schieten en de vlucht te nemen. De soldaten verscholen zich in de zogenaamde “eenmanskuilen”, welke op last van de Duitsers langs alle wegen door de gemeentearbeiders en verplicht tewerkgestelden, waren gespit.

Joop nam de vlucht en kwam weer terug op de boerderij van Piet Kloker. Daar zat de verzetsgroep nog steeds met het probleem wat ze aan moesten met de jongen. De Duitsers hadden meer met het bijltje gehakt. Ze kwamen naar de boerderij en wilden Kleine Joop arresteren. Het liep uit op een schietpartij. De Duitsers, die om de boerderij verscholen lagen, wisten van de actie met jonge arrestant niets af. Kees Bootsman en zijn kameraden van de verzetsgroep zaten opgesloten als een rat in de val. De jongeman kreeg bewaking en de rest maakten zich op voor de verdediging van de boerderij onder leiding van Henny en Grote Jan.

Hoewel de groep meer dan genoeg wapens en munitie verscholen hadden buiten de boerderij, hadden ze op de hooizolder van de boerderij de beschikking over twee Brenguns, lichte machinegeweren; enkele Stenguns, een aantal handgranaten en revolvers en munitie. Boer Kloker zat met zijn werkman in het land en begreep dat de zaak stuk zou lopen…. Daarom nam hij eens een kijkje op de boerderij. Door het rieten dak van de boerderij staken we vanaf de hooizolder enkele gaten, opdat we de zaken een beetje konden overzien. De twee Brenguns met de lopen er doorheen werden opgesteld. De leden kregen allemaal een aantal handgranaten en de Sten om de hals gehangen. Grote Jan maande tot kalmte.

Juist toen er een uitbreek-plan op tafel kwam klonken er geweerschoten rond de boerderij en trok de verzetsgroep zich terug naar hun verdedigende posities. Daar zagen ze de Duitsers de boomgaard inrennen. Later zou blijken dat Maarten Buyten en Zwarte Wim, een goed heenkomen hadden gezocht door de dichtbegroeide boomgaard. Uiteraard wisten de opgesloten leden van de verzetsgroep daar niets van af en vielen er over dit eigen initiatief wel een paar woorden. Deze actie was niet van gevaar ontbloot en had van tevoren kunnen worden overlegd. Spanning, angst en gebrek aan ervaring waren hier natuurlijk de hoofdzaak van.

Maarten werd geraakt, waarna de Duitsers naar hun prooi trokken en de leden in de boerderij van de gelegenheid gebruik maakten uit de boerderij te vluchten samen met de arrestant. Het regende. Dit ging over in een late natte sneeuwbui. Ze sprongen op de fiets en met z’n allen trokken ze de vluchtweg, de Groeneweg, in. Amper hadden ze de brug over de tochtsloot bereikt, uit het zicht van de overvallen boerderij Groenewoud van Piet Kloker, toen een boerenvriend van de groep, die op het land aan het “sloten” was, hun toeriep: “Jongens, niet verder gaan, hoor, ik zag daar straks een heleboel Duitsers aan het begin op de Oosterweg staan met verrekijkers…”

De groep moest weer terug, of ze wilden of niet. Uiteindelijk is het makkelijker te vechten tegen twee Duitsers dan tegen een hele colonne… Toen ze de Westerweg bereikt hadden begon de verzetsgroep met hun Stengun op automatisch, een solo vuurwerk weg te geven waarvan de Duitsers bepaald onder indruk kwamen. Ze kropen plat op de grond, met hun gezicht bijna in de modder. Volgens afspraak was het in de Westerweg meteen verspreiden en de vlucht nemen door de weilanden.

Samen met zijn goede vriend “Kees”, trok Kees Bootsman zich terug in het weiland van Klaas Box, na eerst even te hebben geschuild in de schapenkuil, een diepte in het weiland waar de schapen bij slecht weer schuilden voor de wind. Daar merkten ze veel drukte in de Westerweg en de colonne Duitsers was inmiddels ter assistentie verschenen. Kruipend, buiten het bereik van hun kijkers, kwamen we eindelijk door en door nat bij het Oudelandse dijkje aan, waar ze terecht konden bij de familie Muts. Ze verstopten hun wapens in een vervallen, houten wc die nog boven de sloot gebouwd was. Heel gelukkig waren ze bijna allemaal de dans ontsprongen, behalve de Edammer Maarten Buyten, die hun arrestant werd maar toch een redelijke verzorging kreeg.

De arrestant van de verzetsgroep was bij alle consternatie in de wegsloot gesprongen. Nu bleek dat hij inderdaad goed bekend was bij de Duitsers, want binnen de kortste tijd was hij in de boerderij. Beschuldigde boer Kloker, die nu werd opgedragen te gaan spitten in de hooiberg. Daar zouden door de B.S. geliquideerde N.S.B.-ers begraven zijn volgens de lezing van deze jongen. Het was natuurlijk onbegonnen werk en al spoedig hadden de Duitsers hun aandacht bij heel andere dingen. Na een minutieus onderzoek vonden ze eindelijk onder de matras in het bed van boer Kloker een revolver en een gummistok, die destijds tot de uitrusting van de politie had behoord. De twee Duitsers hadden bij hun eerste gang over het erf van de boerderij 8 fietsen geteld.

Piet Kloker werd de vraag gesteld hoeveel onderduikers hij op de boerderij had. Dit in het bijzijn van zijn huishoudster, Tante Corrie, voor de meer ingewijden Kee. Kloker sprak de waarheid toen hij antwoordde: “Twee”. Met dezelfde gummistok sloeg een soldaat hem toen 8 keer dwars over zijn gezicht. Half liggend in een leunstoel klok opnieuw deze vraag. Piet Kloker, niet in staat te antwoorden, stak twee vingers in de hoogte. Opnieuw kreeg hij 8 slagen over zijn gezicht, nu vanaf de andere kant. Na dit ceremonieel stond de Duitse commandant voor hem, gewapend met dezelfde gummistok. Hij stelde de vraag nog eens, Kloker stak opnieuw twee vingers op.

In angst en ontzetting moest Tante Corrie toezien hoe Piet Kloker, in een woedeaanval van een Duitse bezetter, finaal in elkaar geslagen werd. Daarna werd hij afgevoerd. De boerderij werd volkomen leeggeroofd. Het spaargeld van tante Corrie werd tot het bezit van de boerderij gerekend en werd ook in beslag genomen. Kloker werd naar de gevangenis aan de Amstelveenseweg gebracht waar hij in een cel werd gesmeten. Daar bleef hij twee dagen in ontredderde toestand, als een beest in het stro liggen.

Toen de capitulatie een voldongen feit was moesten ze hem vrijlaten. Op sokken kwam hij aan de poort van de gevangenis waar hij door spontane Nederlanders werd toegejuicht en letterlijk handen werd weggedragen. Via familiebezoek kwam hij in de Purmer terecht en nam weer bezig van zijn leeggeroofde boerderij “Groenewoud”. Maar de Duitsers waren nog niet tevreden, nu zij een wapen en een gummistok gevonden hadden: hier was méér aan de hand. Ze trokken ook buiten alles omver en het eerste wat ze vonden was de moeite: twee prachtige motorfietsen. Het was toen geen kunst meer ook het wapendepot van de verzetsgroep te ontdekken.

KP Waterland, sinds februari 1945 G.S.A. Waterland, was in één klap, op het scheiden van de markt, ontwapend. De Duitsers waren juist aan het overleggen om de boerderij in brand te steken, toen politieagent Oudshoorn uit Ilpendam voorbij kwam.
Oudshoorn begreep dat hier iets gedaan moest worden en vroeg of de heren wel wisten wat ze deden. “Nu hebben jullie koeien, land en een boerderij. En een werkman die de melk kan verwerken tot boter en kaas. Wat willen jullie nou eigenlijk? Jullie sterven toch van de honger net als wij?” Hij kreeg het grootste gelijk van de wereld en bleef de rest bespaart.

Tegen het donker worden liepen “Kees” en Kees Bootsman broederlijk bijeen op de Oudelands dijkje in de richting van de verkeersweg Purmerend-Amsterdam nabij de Vurige staart. Niet gewend zo lang op klompen te lopen stond het bloed in de sokken. Een ongekende hoeveelheid blaren teisterde ze gedurende deze noodzakelijke wandeling. Waar moesten ze heen? Hoe ging het met hun vrienden? En wat wisten zij van hun?

Eindelijk, na een afschuwelijke lange wandeling, sluipend in de wegberm zodra er verkeer op de weg was, kwamen ze in Ilpendam aan. De eerste gang was dan naar Jaap Konijn. Maar pal bij de ingang van het dorp liepen ze Grote Jan tegen het lijf, die een gat in de lucht sprong. Ze waren de laatste twee jongens die vermist werden, de rest was allemaal terecht.

Ze mochten niet naar de Purmer en kregen een plaatsje voor de nacht bij de familie Dekker de kruidenier. Mevrouw Dekker verzorgde de voeten met warm water, ze mochten een bad nemen, kregen droge kleren en lekker eten. Na de slag bij Kloker was er niets meer gebeurd en was het akelig stil in De Purmer nu de KP vertrokken was. In de kosthuizen, waar de verzetsleden verbleven, lagen instructies op papier klaar:

“Maandagochtend aantreden … uitrusting word verstrekt vóór het vertrek. (De groep was weer voorzien van nieuwe wapens en munitie, na de overval bij Kloker). “Armbanden op de mouw spelden … goed gekleed in “blauwe overall, helm en laarzen”… Met een buik vol zenuwen stelden de groep die maandagmorgen, 7 mei 1945 op in gelid, nabij de boerderij van Piet Kloker. Voor zijn terugkeer hadden we de boerderij versierd. Een grote oranjekleurige parachute sierde een Purmerboom….
Onze commandant was “Kleine Jan”. Een: “Voorwaarts…. Marrrrrs…!!!!!”

Met 32 mannen van de KP…. Van de GSA Waterland… traden we uit de anonimiteit… We gingen een nieuwe tijdperk tegemoet… De Purmer had zijn diensten bewezen!

Hier meer informatie over de KP Waterland.

Verzetsheld Kees Bootsman, schuilnaam Willy, schrijft in zijn boek “Volendam: hoe arm het was… hoe ver het…” over zijn ervaringen in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Volendams Museum heeft nog enkele exemplaren te koop.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.