Coronowet - terug naar de tekentafel

Meer dan 20.000 emails heb ik inmiddels ontvangen over de coronawet. Niet allemaal even respectvol geschreven, maar de boodschap is duidelijk: veel mensen maken zich zorgen over de impact van de coronamaatregelen op onze samenleving en op onze democratie. Ik deel die zorgen – bijvoorbeeld ten aanzien van de rechten van het parlement. Want de wet regelt niet wat nodig is; en regelt wél wat we niet willen. Daarom kan ik duidelijk zijn: GroenLinks is tegen de wet zoals die nu voorligt.
Het oorspronkelijke idee voor een coronawet was dat hiermee de rechten van burgers én de volksvertegenwoordiging zou worden versterkt. Dat is nodig, want op dit moment is de democratische controle problematisch. Forse inbreuken op mensenrechten, zoals de verplichting om afstand te houden, zijn vastgelegd in noodverordeningen, waar de Tweede Kamer geen zeggenschap over heeft. De gekozen volksvertegenwoordiging kan ze niet amenderen, en ook niet verwerpen. Dat zou anders komen te liggen als de coronamaatregelen via een wet zouden worden geregeld. Goed idee dus.
Maar het voorstel dat nu op tafel ligt, voldoet niet aan de verwachtingen. Het enige dat de Tweede Kamer kan amenderen of verwerpen, is de wet waarin geregeld wordt dat de minister de bevoegdheid krijgt om zónder tussenkomst van het parlement, maatregelen te nemen via ministeriele regelingen of algemene maatregelen van bestuur (amvb’s). Tsja. Daarmee heeft de Tweede Kamer dus alleen de mogelijkheid om mee te werken om zichzelf naar de zijlijn te manoeuvreren. Of natuurlijk om dat niet te doen.
Volgens minister De Jonge is deze wet nodig om snel te kunnen handelen wanneer dat nodig is. Maar er zijn ook andere manieren om dat te doen – en die de rol van de volksvertegenwoordiging níet ondergraven.
Je kan bijvoorbeeld zeggen dat als 1/5 (of 1/3) van de Tweede Kamer aarzeling heeft bij een ministeriele regeling, deze niet zomaar van kracht mag worden. De minister moet de regeling dan omzetten in een wet, die – indien nodig – met spoed behandeld wordt. Doordat het om een wet gaat, in plaats van een amvb of ministeriele regeling, behoudt de Tweede Kamer het recht van amendement en de mogelijkheid om een voorstel tegen te houden. Sommige hoogleraren hebben een ander voorstel gedaan. Namelijk om het parlement het recht van bekrachtiging te geven, en zo ministeriele regelingen tegen te houden. Kortom: de minister had verschillende opties. Maar hij koos voor een voorstel waarmee het parlement tot toeschouwer wordt gemaakt.
En zo zijn er meer problemen met de wet. Willen we bijvoorbeeld echt vasthouden aan een boete van bijna 400 euro en een aantekening op je strafblad voor het overtreden van de afstandsregel? Ook minister Grapperhaus heeft ontdekt dat je nu soms strafbaar bent, terwijl je nog wel zo je best deed om het niet fout te doen. Maar in een moment van onoplettendheid bleek je te weinig afstand te houden in de supermarkt. Of bij het maken van een foto natuurlijk. Als sprake is van een onbedoelde overtreding, dan is de straf die nu opgelegd wordt toch buitensporig? Op het niet-dragen van een mondkapje in het openbaar vervoer is de boete veel lager: 95 euro. En het leidt ook niet tot een aantekening op je strafblad. Ook hier kunnen dus andere keuzes worden gemaakt. Bijvoorbeeld door alleen moedwillige overtredingen, zoals corona-feestjes, te beboeten. Of door de strafmaat te verlagen.
Een ander probleem is dat is dat de lokale volksvertegenwoordiging (de gemeenteraden) amper betrokken worden bij eventuele aanvullende lokale maatregelen, terwijl dit juist voor het draagvlak voor lokale maatregelen erg belangrijk is. Ook dit is een gemiste kans.
Aanstaande vrijdag vindt een hoorzitting met experts plaats, en in de weken daarna zal de wet in de Tweede Kamer worden behandeld. Als ik het zo inschat, zal het kabinet er een flinke dobber aan hebben. En zo moet het ook. Het parlement hoort de rechten van burgers te beschermen. En zichzelf daartoe in positie te houden.