Waarom de afzwaaiende kapelaan Tesfay nooit pastoor van zijn Edamse parochie werd
Dat hij het in Edam niet tot pastoor heeft geschopt, wijt hij niet aan tijdgebrek. "Een kapelaan is de assistent van de pastoor, een jonge priester, en kan binnen drie à vier jaar zelf ook pastoor worden." Dat hem dat niet is gelukt, heeft behalve met taalbarrière ook te maken met cultuurverschillen waar hij maar moeilijk aan kan wennen. "In mijn land nemen we de tijd en doen we rustig aan, maar hier moet alles op tijd gebeuren. Iedere seconde, iedere minuut telt."
Op 3 november vliegt de kapelaan naar Addis Abeba, de hoofdstad van zijn vaderland. "Daar zal ik een paar weken verblijven, om familie te bezoeken. Vervolgens reist hij naar Tigraj, de regio waar hij oorspronkelijk vandaan komt, aan de grens met Eritrea. Bezorgd dat het oude grensconflict tussen Ethiopië en Eritrea weer oplaait, is hij niet. "Het is nu vrede, maar er moet nog steeds worden vastgesteld waar de grens nu precies loopt." Eenmaal terug in zijn geboortedorp Alitena gaat de geestelijke als directeur aan de slag op de katholieke school waar hij eerder als docent werkte. Behalve de dagelijkse leiding wordt hij ook verantwoordelijk voor godsdienstlessen en blijft hij als priester voorgaan in dagelijkse kerkmissen. "Omdat er Ethiopië meer belangstelling is, kan ik daar als priester meer doen dan hier in Nederland."
Klik hier voor het hele artikel op de site van NH Nieuws.
