In Memoriam: Mijn buurvrouw Marijke Meijer

Zes of zeven jaar zal ik geweest zijn, toen mijn buurvrouw Marijke Meijer en ik begrafenisje speelden in haar tuin. Het is merkwaardig hoe herinneringen werken. De middag dat zij ‘dood’ op de grond lag en ik haar leven eerde in een speech - met de meest gewichtige stem die maar uit een kinderkeel kon komen - zie ik haarscherp voor me. Hoe het zonlicht over de schutting viel en hommels rond de roze koeken zoemden. Maar als een voice-over hóór ik bij die beelden de buurvrouw jaren later deze anekdote vertellen. Ze doet dat met smakelijke pret, voornamelijk om mijn reactie op haar voorstel de rollen om te draaien. Ik zou op de grond gaan liggen en zij zou gaan speechen. ‘Echt niet!’ reageerde ik ontstemd. ‘Jij gaat toch véééél eerder dood dan ik.’ Ik weet niet hoe vaak ik het haar wel niet heb horen vertellen, maar dat dit macabere rollenspel door de ijzeren wetten van de kinderlogica tot stilstand werd gebracht, daar bleef ze onnoemlijk veel lol aan beleven.
Foto nvp-unima: Op 13 oktober 2020 ontving een zichtbaar verraste Marijke Meijer uit handen van John de Winter en Koos Wieman de erespeld van de NVP-UNIMA. Marijke ontving de speld omdat ze jaren haar eigen theater heeft gerund en omdat ze diverse poppenspelers heeft gestimuleerd en geholpen.
Nu deze buurvrouw ‘in het echt’ is heengegaan, kijk ik met een enorme dankbaarheid terug op hoe zij mijn jeugd en daarmee mijn leven gevormd heeft. Rare gedachtenkronkels voedde ze door er altijd een nog net iets raardere gedachtenkronkel tegenover te zetten. Ik weet vrij zeker dat ik het niet was die het begrafenisspel initieerde. Zij bedacht aan de lopende band de mafste dingen en deed dit niet vanuit een of andere experimenteel pedagogische opvatting, maar simpelweg voor haar eigen plezier. En wat een plezier bezorgde ze mij daar weer mee. Jarenlang stond ik meerdere keren per week op haar stoep in de Kleine Kerkstraat. Het kwam altijd gelegen. Soms was er al bezoek, maar dat werd dan vrij onsubtiel de deur uitgewerkt.
Later kwam het steeds vaker voor dat ik vrienden uit school naar haar meebracht. Voor geen van deze kinderen voelde het ooit alsof we bij een vrouw van middelbare leeftijd op de thee kwamen. Haar huis was eerder een buurthuis waar je altijd binnen kon vallen, een geheime club waar gelijkwaardig gefilosofeerd en gefantaseerd werd onder het genot van een ruim assortiment aan zoetigheden.
Rond mijn tiende maakte ik met drie vrienden een theatervoorstelling onder regie van de buurvrouw. Zij was immers poppenspeelster met een theater aan huis, die net zo creatief was in het bedenken van verhalen als in het maken van grappig-griezelige poppen, decors en kijkdozen. Onze bezoeken werden nu werk gerelateerd. Als wij het naar haar opvatting niet serieus genoeg namen kon ze behoorlijk uit haar slof schieten. Daar schrokken we dan van, zo kenden we haar toch niet. Het zorgde er wel voor dat dit een hoogst professionele voorstelling werd, waarmee we geboekt werden op verjaardagen van onbekenden en er zo nog een zakcentje aan overhielden ook.
In de loop der jaren nam de frequentie van mijn bezoeken aan de buurvrouw af. Nadat ik het huis uit ging, zag ik haar alleen nog sporadisch. In mijn hoofd is zij echter een vanzelfsprekende stem gebleven, om bijvoorbeeld mee in gesprek te gaan als ik wil beoordelen of een idee interessant genoeg is. Toen ik haar voor het laatst ‘in het echt’ sprak, vertelde ze dat ze terugkijkt op een bijzonder rijk leven. Dat het jongetje dat niet dood op de grond wilde liggen daar onderdeel van mocht uitmaken, zal hem altijd vervullen met een groot geluk.
Kasper van Royen