College B&W: 'Carbidschieten voortaan hele jaar verboden in gemeente Waterland'

Vragen van de fractie van VVD Waterland (ingezonden 2 december 2020) en de beantwoording daarvan door het college van burgemeester en wethouders:
Van uw college ontvingen wij een voorstel tot wijziging van de APV in verband met het invoeren van een verbod op carbidschieten (206-128; ingekomen stukken week 2020/49).
U schrijft: ‘De regering heeft in november van dit jaar besloten tot een tijdelijk vuurwerkverbod voor eindejaarsvuurwerk tijdens de komende jaarwisseling’. Uitdrukkelijk geldt dit verbod niet voor carbidschieten. In aansluiting met dit landelijke vuurwerkverbod wenst uw college echter in de APV van de gemeente Waterland het carbidschieten toch te verbieden. Echter, in tegenstelling tot het landelijke vuurwerkverbod heeft uw college ervoor gekozen het carbidschieten permanent te verbieden in plaats van tijdelijk. Waarom?
Het verbod zoals voorgesteld geldt jaarrond. Daarmee wordt voorkomen dat personen vlak na, of enkele weken na de jaarwisseling carbid gaan schieten, met de daarbij in het voorstel genoemde risico’s van dien. Bovendien wordt in gemeenten (bijvoorbeeld Hardenberg en Borne) waar carbidschieten historisch gezien onderdeel uitmaakt van de cultuur ook jaarrond verboden. Zoals in het voorstel is aangegeven wordt bij de eerstvolgende herziening van de APV bezien of er aanleiding bestaat om het verbod op carbidschieten aan te passen.
Het landelijk vuurwerkverbod is ingegeven door de ontwikkelingen rond COVID-19. De gedachte is dat de grote druk op de zorg door het afsteken van vuurwerk niet nog groter moet worden. Zijn er in de gemeente Waterland in de afgelopen jaren (ernstige) incidenten geweest met betrekking tot carbidschieten? Zo ja, in welke mate? Zo niet, waarom stelt u dan toch een verbod voor?
Bij ons zijn geen (ernstige) incidenten bekend. Echter, het risico dat we zien bij het carbidschieten, is dat het tot ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid kan leiden. Het zonder de vereiste kennis en veiligheidsmaatregelen afschieten van carbid is levensgevaarlijk. Door het landelijk vuurwerkverbod, bestaat het reële risico dat meer mensen zonder de vereiste kennis carbid gaan schieten met alle gevolgen van dien. Dat er in het verleden geen (ernstige) incidenten bij ons bekend zijn doet geen afbreuk aan de risico’s die wij op dit moment zien.
Uw college geeft voorts als argument dat het risico bestaat dat carbidschieten kan leiden tot overtreding van de coronaregels. Het is echter heel wel mogelijk om carbid te schieten met inachtneming van de geldende coronaregels. Een mogelijk risico op overtreding van de coronaregels is dan ook een onvoldoende onderbouwing van een algeheel verbod voor deze activiteit. Waarom heeft uw college ervoor gekozen een nietproportioneel, algeheel verbod te laten steunen op een flinterdunne onderbouwing?
Zoals in antwoord op vraag 2 is aangegeven zien wij in de eerste plaats dat het carbidschieten kan leiden tot ernstige verstoring van de openbare orde en veiligheid kan leiden. Daarnaast is het zonder de vereiste kennis en veiligheidsmaatregelen afschieten van carbid levensgevaarlijk. Daarbij bestaat er een risico op overtreding van de coronaregels. Specifiek de groepsvorming (meer dan het aantal toegestane mensen bij elkaar) en de 1,5 meter regel.
In de landelijke vuurwerkdiscussie is een motie van de Tweede Kamerfractie van het CDA met brede steun aangenomen waarin de regering wordt verzocht ‘te garanderen dat een beperking van vuurwerk niet ten koste gaat van de huidige praktijk van het carbidschieten’. Het voorstel van uw college gaat lijnrecht in tegen deze motie. Zou het niet wijs zijn uw standpunt te herzien en het voorstel in te trekken?
In reactie op de aangenomen motie van het Kamerlid van Dam waar uw fractie naar verwijst, hebben de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat op 8 mei 2020 een brief gestuurd naar de Tweede Kamer. Voornoemde brief is reeds als bijlage toegevoegd aan het raadsvoorstel. In de brief hebben beide bewindslieden aangegeven dat het aan gemeenten is om te bepalen hoe zij omgaan met carbidschieten.
In het conceptbesluit leest onze fractie dat aan de APV wordt toegevoegd de artikelen 49a, 49b en 49c. Wij kunnen deze nummering niet plaatsen. Bedoelde uw college wellicht: 2:73a, 2:73b en 2:73c?
Dat is correct. Het voorstel wordt daarop aangepast.