De overheid is dit jaar een grens over gegaan, en de vraag is of er een weg terug is

Nog nooit in mijn 42-jarige leven was de overheidsbemoeienis zo groot. Eind vorig jaar had Rutte er nog grote moeite mee ons burgers op te leggen dat we wat zachter moeten rijden. ,,Ik baal er ongelooflijk van, het is verschrikkelijk”, zei een aangeslagen premier toen over de 100km-maatregel. Dit jaar beslist hij hoeveel vrienden ik thuis mag uitnodigen, of ik mijn familie mag knuffelen, waar en of ik op vakantie mag, waar ik moet werken, wat ik op mijn gezicht moet dragen, of ik huisarrest heb en nog vele, vele andere dingen. Enige terughoudendheid bij het ingrijpen in de persoonlijke levens van mensen bespeur ik bij de politiek al lang niet meer.
Als volgend jaar voldoende Nederlanders zijn gevaccineerd, zou de overheid weer invloed moeten inleveren. Dan mag de burger weer zelf bepalen of hij zijn verjaardag viert en met wie en of hij in de supermarkt een lap stof voor zijn mond wil dragen. Dat hoop ik tenminste. Maar ik vrees dat de overheid haar nieuwe bevoegdheden niet zomaar opgeeft.
De eerste weerstand voelde ik deze week al. Minister Hugo de Jonge kondigde aan dat er, als alles meezit, vanaf de week van 4 januari gevaccineerd gaat worden. Maar hij benadrukte direct dat dat geen reden is om de coronaregels te versoepelen. Zelfs als alle ouderen en kwetsbaren zijn gevaccineerd, kunnen de ziekenhuizen vol komen te liggen met veertigers en vijftigers, legde een verslaggever van het journaal begripvol uit. Het versterkte bij mij de angst dat we nooit meer van die routekaart af komen. Dat we, tot de laatste Nederlander een prik heeft gekregen, ronddwalen in een wereld van mondkapjes en 1,5 meter maatregelen.
Bovendien heeft de burger ook zijn standaard verlegd: bijna iedere vorm van staatsbemoeienis, binnen een democratie, valt in het niet bij het regime dat we nu kennen
Maar zelfs als de politiek het einde van de Covid19-pandemie wél officieel afkondigt, betwijfel ik of ze terug in haar mand wil. Want sommige machtsinstrumenten zijn niet alleen handig in tijden van corona. Bij een fikse griepgolf kan de overheid het verplichte mondkapje weer van stal halen. Als er in een bepaalde wijk veel overlast is, worden de horeca en coffeeshops gewoon weer even gesloten. Niet zeuren, het geldt maar voor een klein gebied. En dat vuurwerkverbod krijgt vast ook een staartje, ‘want het was zo lekker rustig’.
Voor wie dit niet afschrikt, wat te denken van verplichte thuisquarantaine voor verwarde, of andere onwelgevallige, personen? Of een (corona)app die ook heel handig blijkt om contacten binnen criminele, of andere onwelgevallige, netwerken in kaart te brengen.
De overheid is dit jaar een grens over gegaan, en de vraag is of er een weg terug is. De geschiedenis leert dat machthebbers niet goed zijn in het opgeven van bevoegdheden. Bovendien heeft de burger ook zijn standaard verlegd: bijna iedere vorm van staatsbemoeienis, binnen een democratie, valt in het niet bij het regime dat we nu kennen. Zelfs de VVD, altijd wars van veel overheidsbemoeienis, loopt in haar verkiezingsprogramma vooruit op een sterkere staat: ,,daarom willen wij niet per se een grote overheid, maar wel een overheid die levert en sterk genoeg is om veiligheid en zekerheid te bieden.”
Ik hoop vooral op sterke politici die de extreem grote macht, die ze in dit bizarre jaar plots kregen, weer op durven te geven.
Irene van den Berg is journalist en columnist, gespecialiseerd in financiële psychologie. In haar verhalen probeert zij ons economisch gedrag te verklaren.