Achtergonden bij het overlijden van Pepijn (2006-2021): een gevoelige avonturier die uitdaging miste in de lockdown
Op de vroege zaterdagochtend van 16 januari 2021 is onze 14-jarige zoon Pepijn overleden aan koolmonoxidevergiftiging in combinatie met drugs. Vanaf het moment dat hij vermist werd en de alarmbellen afgingen, hebben we ongelofelijk veel steun ervaren van buren, familie, vrienden en ook mensen die we niet kenden. Het is indrukwekkend dat na een noodbericht op de buurt-app, binnen de kortste keren bijna honderd buurtgenoten onmiddellijk zijn gaan zoeken. Binnen drie kwartier is hij gevonden, door een goede vriend van zijn broer. De steun is hartverwarmend, én hartverscheurend. Het is onbevattelijk, dat zo’n krachtige jonge vent er niet meer is. Velen van ons zitten met vragen. Het verhaal is nog niet compleet, maar in deze korte tekst geven we enkele feiten en eerste indrukken weer van wat er gebeurd is. Zo hopen we spookverhalen te voorkomen. Het opschrijven en delen ervan helpt ons als ouders- en mogelijk ook anderen - om het verlies te verwerken.
Wat gebeurde precies op de nacht van vrijdag op zaterdag?
Pepijn is aangetroffen in een tentje dat hij net buiten de ring, aan de rand van het voormalige waterzuiveringsterrein in Amsterdam-Noord, had opgezet. Hij lag daar gestrekt, zijn armen rustig langs hem heen, alsof hij sliep. Koptelefoon op. Er stond een kleine BBQ in de tent, met een briket die gebrand had. Een pak frisdrank onder zijn arm en een zakje snoepjes.
Bloedonderzoek wees uit dat hij drugs had gebruikt. De drug is 3mcc, een nieuwe en uiterst verslavende designerdrug. De koolmonoxidespiegel in zijn bloed was 70% - ongeveer 10 maal de dodelijke dosis. Alles wijst erop dat hij een tripje wilde maken, nogmaals dat gelukzalige gevoel ervaren, en daar eens goed is voor gaan liggen. Het BBQ-tje was waarschijnlijk bedoeld om te voorkomen dat hij het koud kreeg en onderkoeld raakte; hij had ook de dikke winterjas van zijn broer aan. Hij was zich bewust van het gevaar, want we troffen ook een koolmonoxide-detector aan, die hem moest waarschuwen als de CO concentratie te hoog werd.
Waarschijnlijk heeft hij een pilletje genomen, het briketje aangestoken, en is gaan liggen. Hij is in een roes gegleden, de koolmonoxide heeft stil en ongemerkt zijn werk gedaan. De CO-meter heeft of niet gewerkt, of hij heeft hem niet gehoord of hij was al weg. Het is vermoedelijk vrij snel en pijnloos gegaan. Een schrale troost.
En wat gebeurde er daarvoor?
Dit zijn de feitelijkheden van de nacht van vrijdag op zaterdag. Maar begrijpen we hiermee voldoende waaraan Pepijn écht is overleden? Een ander feit is dat hij erg veel moeite had met het online onderwijs. Aanvankelijk juichte hij de eerste lockdown toe, omdat hij veel vrijheid kreeg. Maar al snel bekoelde dat enthousiasme. Hij miste zijn vrienden. Hij kon het niet opbrengen om uren achter een PC te zitten voor onderwijs, zonder directe aansturing. Afleiding was zo gevonden, op zijn telefoon. Gamen. Andere schermpjes zogezegd. Een houvast was fitness, waar hij al een tijd lang mee bezig was. Hij had zijn kamer in een mini-sportschool veranderd, waar hij en zijn broer Boris work-outs deden.
Positief was ook dat hij de piano oppakte. Het lukte hem om in korte tijd Bohemian Rhapsody onder de knie te krijgen. Maar op school lukte het minder. Hij gleed af, en mocht alleen onder strikte voorwaarden een start maken in klas 3 van het gymnasium. Zijn eerste cijfer was een 10 voor natuurkunde. Daarna werd het snel minder. Hij zag aankomen dat het niet meer houdbaar was, hij wist niet meer hoe het te bolwerken. Eind september 2020 was al duidelijk dat hij het zeker niet ging redden in klas 3, kort daarna gaf hij aan dat een andere school misschien beter was. HAVO/VWO. In die tijd is hij gaan blowen. Vanaf half oktober zochten we met hem naar een nieuwe school. Een school met een goede balans tussen structuur en vrijheid, die kon meebewegen met zijn eigen tempo en voorkeuren.
Ondertussen had hij last gekregen van een vervelende blessure aan zijn teen. Rennen deed pijn. Hij kon niet meer hockeyen, niet meer draven in de buitenlucht. Zo bracht hij steeds meer tijd door thuis, liggend op zijn bed, filmpjes kijkend, instagrammen. Zijn slaap-waak ritme veranderde. Soms liep hij ’s nachts een rondje in de buurt als hij de slaap niet kon vatten. En was ’s ochtends niet wakker te krijgen. We zagen dat hij met zijn ziel onder zijn arm liep, maar de vinger op de zere plek leggen was moeilijk. Hij was niet zozeer ongelukkig, als wel dat hij het leven maar saai vond. Niet spannend. Gebaande paden. Geen uitdaging. Gewoon sáááái. School was sáááái.
Gelukkig zocht hij op een gegeven moment zijn vrienden weer op, en trok hij af en toe de stad in. We juichten het toe. We juichten ook toe dat hij af en toe op de fiets sprong en een rondje reed in de buurt. Gelukkig, een beetje buitenlucht en beweging dachten we dan. Achteraf gezien zijn dat waarschijnlijk ook verkenningstochten geweest om een plekje voor zijn laatste avontuur te vinden. Hij had een nieuw project gevonden, iets dat spannend was. Helemaal op zijn manier. Iets wat niet kan, maar wat tóch kan. Zoals hij ook het liefst een berg dwars tegen de helling op beklom, door het struikgewas en klauterend over rotsblokken, in plaats van over het wandelpad. We vonden een heel precies lijstje op zijn telefoon van wat hij allemaal nodig had voor de bewuste avond. We vermoeden dat hij in de loop van een aantal dagen zijn spullen op die plek bij elkaar verzameld heeft.
Op zondagavond, een week voor zijn dood, zou hij vrienden op zoeken in de stad. Hij zou om 22 h thuis zijn, maar kwam pas om vijf uur ‘s ochtends aangewandeld, totaal verkleumd. Het verhaal toen was dat dat hij op het Museumplein op een bankje in slaap was gevallen, en naar huis moest lopen omdat de metro niet meer reed. Dat is ongeveer 10 kilometer van ons huis. Onder toeziend oog van de politie hebben we zijn tas binnenstebuiten gekeerd, en kwam zijn drugsgebruik aan het licht. De agent heeft hem heel stevig toegesproken, hij was de ‘pannenkoek van de dag’. Hij hield hem voor hoe veel jongeren die met simpele wiet waren begonnen, eindigen in een inrichting. En dan nu 3mcc. ‘Maar het is legááál!’, was zijn verweer, je kon het zo kopen via internet, hij had het dit weekeind ontvangen. Zijn puberbrein snapte nog niet dat dat wat legaal is niet persé OK is. Hij leek onder de indruk. Hij zei blij te zijn dat hij niet meer stiekem hoefde te doen. Afgelopen week leek er een last van hem te zijn afgevallen, we hadden veel contact, hij was open, vrolijk. Wij als ouders waren opgelucht en vol vertrouwen dat er een doorbraak was.
Tijdens het avondeten op de laatste vrijdagavond was hij fris, nieuwsgierig. Hij toonde de grappen en grollen die we van vroeger kenden. Spraken over muziek van vroeger, uit onze tijd. Over ‘Watskebeurt’, van de Jeugd Van Tegenwoordig. Hij vond die tekst soms wel wat grof. Dat was de fijngevoelige Pepijn die we kenden, de fijnproever die hij was. Intussen had hij een ander plannetje gesmeed, dat hij heel spannend en gaaf vond. Hij heeft een rookgordijn opgeworpen, van halve en hele antwoorden. Ja hij zwoer geen drugs meer te gebruiken, want de nawerkingen waren hem slecht bekomen. Het klonk overtuigend. Maar hij bedoelde mogelijk de speed die hij de zaterdag ervoor had gebruikt, zo vermoeden we nu. Niet de 3mcc.
En dus…?
De afloop van die vrijdagavond is bekend. Waaraan is hij nu precies overleden? Aan koolmonoxidevergiftiging? Aan drugs? Of is het toch het gebrek aan structuur? Aan de saaiheid van online school? Aan het verplichtte thuiszitten? Aan het gebrek aan beweging? Aan het gebrek aan écht contact? Aan de online verkrijgbaarheid van drugs? Aan een impulsief karakter? Aan zijn speelse en avontuurlijke geest? Aan zijn overmoed en zelfoverschatting? Aan ons ouderlijk toezicht?
Zegt u het maar.
Er zijn zo veel verhalen te vertellen, zo veel interpretaties te geven. Maar wat wij nu voelen is dat onze pubers kwetsbaarder zijn dan we denken. Hun brein vormt zich nog. Ze hebben zo veel zorg nodig in deze corona-tijd. Ze zijn mogelijk nog kwetsbaarder dan de ouderen van boven de 80. Hun ‘onderliggend lijden’ is van een heel andere orde dan dat van de senioren, maar zeker zo fragiel. Laten we ze vasthouden. Écht leren kennen. Steunen. Ze hebben ons nodig, ze hebben elkaar nodig. Pepijn werd aangetroffen met in zijn broekzak een mondkapje. Hij hield zich aan de regels om ouderen te beschermen tegen het corona-virus. Maar zoals zijn oma Lucy van bijna 80 zei: ‘ik was graag in zijn plaats gegaan’. Heel veel opa’s en oma’s zullen er zo over denken.
Laten we in godsnaam goed nadenken wat we elkaar en onze kinderen aandoen met ingrijpende maatregelen om een virus uit te bannen, waar zij zelf nauwelijks last van hebben, en dat nooit meer weggaat.
Gaston Remmers
Titia Bloemhof
We willen graag nog noemen dat we zeer dankbaar zijn voor de professionaliteit, de zorgvuldigheid, de snelheid en het respect waarmee de politie tijdens beide vermissingen gehandeld heeft.
We ontvangen ontzettend veel steunbetuigingen uit alle hoeken van het land. De berichten die op www.memori.nl/pepijn-remmers worden achtergelaten zijn hartverwarmend. We zijn daar zeer dankbaar voor, en ze sterken ons in het omgaan met het verlies van Pepijn. We ontvangen echter liever geen bloemen meer aan huis, er is eenvoudigweg geen plaats meer! Als u toch een bloemetje wilt wil sturen, laat dat dan aankomen op de begraafplaats voor bij het graf: Nieuwe Noorder, Buikslotermeerdijk 83, 1025 WH Amsterdam, o.v.v. “graf Pepijn Remmers”.
