Dorpsraden in Edam-Volendam laten licht schijnen over fenomeen Participatie: het kan beter

In 2013 introduceerde onze koning voor het eerst het woord ‘participatiesamenleving’. Nu, bijna acht jaar later, kan de balans worden opgemaakt. Is participatie tot nu toe een succes of is het vooral een bezuinigingsmaatregel gebleken? En als het daar tussenin zit, hoe zouden participatietrajecten beter kunnen verlopen? In de Nivo komen dorpsraden in de gemeente aan het woord over het fenomeen participatie. In deze editie die van Beets en Kwadijk.
,,Participatie is een begrip nu, waarvan ik zeg dat het een modewoord is”, vertelt Jan. ,,Alles moet via participatie. Ik denk dat de gemeente en dorpsraden wat dit betreft in een leerproces zitten. Je krijgt de kans om mee te praten en je wordt ook gehoord. Alleen wordt er niet altijd duidelijk gecommuniceerd dat ze niet met alles iets gaan doen. Ik heb het gevoel dat het zo gaat: we gaan participatie doen, dus je mag iets inbrengen. Al hoeven we er niet naar te luisteren. Maar achteraf kan er altijd gezegd worden: ‘Ja, maar je hebt toch de kans gehad om je punten naar voren te brengen?’ Dat vind ik het meest kwalijke ervan. Ik wil niet Edam-Volendam de schuld geven, want ik denk dat dit een Nederland-breed probleem is.”
Jurre Bleekemolen is ook lid van de dorpsraad. Vanuit zijn werk heeft hij vaak te maken met gemeenten en praat met deze instanties over het verkrijgen van omgevingsvergunningen. Hij heeft een uitleg over waardoor het verschijnsel participatie is ontstaan. ,,Op dit moment zie ik dat er bij 70% van alle vergunningsprocedures bezwaar wordt gemaakt. Dit gebeurt door buren, overburen, mensen uit de wijk. Wat ik zie, is dat hierdoor een gigantische pot geld naar de juridische afdelingen moet. Alles om de bezwaren te kunnen bezweren en om aan te tonen dat de gemeenten er goed over nadenken. Daarom denk ik dat participatie in de omgevingswet is opgenomen.”
,,Waarschijnlijk denken ze dus: als we het nu van tevoren kortsluiten, dan kun je op het juridische vlak aantonen dat de procedure goed is verlopen. Een bezwaar heeft achteraf dan veel minder kans van slagen. Mijn persoonlijke mening is dat de gemeente van tevoren duidelijk moet maken dat participatie een juridisch onderdeel is voor direct belanghebbenden. Want dat zijn in een procedure ook de enigen die er echt wat over te zeggen hebben. Als je dat vertelt, dan geef je al een heel ander signaal af. Nu wordt iedereen die iets wil zeggen uitgenodigd. Ik denk dat participatie daarmee zijn doel voorbijschiet en ook zijn geloofwaardigheid.”
Lees meer in de NIVO door Laurens Tol.
