Wethouder Amsterdam: ‘Ik ga ervan uit dat we meerdere aanbiedingen krijgen, maar zeker is het niet’

Een nieuwe, emissieloze busvloot ter waarde van 180 miljoen euro. Oplaadcentrales in Zaanstad en Purmerend om die 250 bussen van stroom te voorzien. En een subsidiegarantie om vijftien jaar lang de dienstverlening te kunnen uitvoeren: dat heeft de Vervoersregio Amsterdam in de aanbieding voor een commercieel vervoerder die in 2023 een concessie voor het openbaar vervoer tussen Amsterdam en Zaanstad en Purmerend (Zaanstreek/Waterland) in de wacht wil slepen. Het is de eerste grote ov-aanbesteding in Nederland sinds de coronacrisis. Maar corona staat concurrerende biedingen in de weg: teruglopende passagiersaantallen, zonder de zekerheid dat die weer terugkomen. Commerciële vervoerders schreven overal miljoenenverliezen op investeringen in het streekvervoer, ook rond Amsterdam. En zijn dus kopschuw om in te schrijven op nieuwe concessies, al was het maar omdat hun buitenlandse aandeelhouders daar niet meer happig op zijn.
Door de coronacrisis is de passagiersmarkt sinds maart vorig jaar in elkaar geklapt. En de stikstofcrisis gooit roet in het eten bij de bouw van nieuwe woonwijken. Voor de coronacrisis stonden vervoerders in de rij om zo’n concessie binnen te halen. Maar dat is niet meer zo. „Buitenlandse aandeelhouders overwegen niet meer in de Nederlandse ov-markt te investeren”, schreef wethouder Egbert de Vries namens de Vervoerregio afgelopen april aan verantwoordelijk staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66). „Met beperkte inschrijvingen en weinig concurrentie tot gevolg.” Anders gezegd: het in de jaren negentig ingezette Europese beleid van liberalisering en concurrentie in het openbaar vervoer staat door de coronacrisis op het spel. „Toekomstige aanbestedingen staan onder druk”, waarschuwde De Vries dan ook in zijn brief.
Hier het hele Premium artikel op de site van het NRC.
