Na 75 jaar is Fris Edam nog steeds springlevend! Deel 2: de geschiedenis
Vanaf 20 oktober staat Edam helemaal in het teken van N.V. Keramische Industrie Fris. Deze vermaarde fabriek was tussen 1947 en 1969 een belangrijke werkgever voor vele vrouwen en mannen uit Edam en Volendam. Bovendien vielen de serviezen van Fris op in het grauwe naoorlogse Nederland, door bijzondere vormen en aantrekkelijke kleuren.
Het is al ruim vijftig jaar geleden dat de fabriek moest sluiten, maar de schalen, borden, kopjes en vazen zijn nog steeds in trek via antiquairs en winkels op internet. Daarom wordt Fris in het zonnetje gezet met een bijzondere tentoonstelling in het Edams Museum. En daarnaast komen er ook prachtige presentaties in Edamse etalages, verschijnt er een nieuw boek met uitgebreide catalogus en worden diverse andere activiteiten georganiseerd. In deze serie belichten wij Fris vanuit diverse invalshoeken. Vandaag gaan wij in op de geschiedenis van de fabriek.
Het begon allemaal op 3 januari 1947. Aan de Baandervesting opende nestor Gerrit Fris Gzn. (1893-1986) de keramische aardewerkfabriek Fris in de oude kantine van vliegtuigenfabrikant Fokker. Met zijn zoon Gerrit Fris junior (1921-1979) aan het roer timmerde de nieuwkomer op dit gebied al snel stevig aan de weg. Het huishoudelijk gebruiksaardewerk viel gelijk op. Bijvoorbeeld de eierschotels waarbij de afgepelde schalen op het elegante randje konden worden gelegd en een koffiefilterpot die op de belangrijke vormgevingsbeurs in Milaan met zilver bekroond werd.
Vanaf 1950 werden diverse serviezen met wisselend succes gelanceerd. Delen van een aantal serviezen (zoals Edam, Jubilant en Cordella) zijn ook nu nog in diverse Edamse huishoudens te vinden. Verantwoordelijk voor veel van de ontwerpen en dus succes was Willem Hendrik de Vries (1908-1969) die streng toezag op de kwaliteit van de producten. Volgens enkele oud-medewerkers was hij misschien wel een beetje te streng en had de fabriek meer overlevingskansen gehad wanneer er concessies waren gedaan aan de vormgeving en marketing van de producten.
In de jaren zestig werd het voor Fris steeds moeilijker om op te boksen tegen vooral de buitenlandse concurrentie. Met nieuwe jonge ontwerpers werd vergeefs geprobeerd het tij te keren, totdat het eind jaren zestig niet meer ging en Fris met de fabriek stopte. De familie deed dat op een hele nette manier, zodat mensen niet ineens hun ontslag kregen. Sowieso stond Fris bekend om een sociaal beleid, onder andere door het invoeren van een winstdeling met het personeel.
Van Fris is aan de Baandervesting nu niets meer te zien. Het zijn enkel nog de verhalen van ooggetuigen die deze geschiedenis tastbaar maken. Zij vertellen over mannen die met witte haren in de fabriek stonden te buffelen, kinderen die buiten wachtten op bolletjes klei waarvan dan weer knikkers konden worden gemaakt en pigmenten die zo nu en dan de wijde omgeving van de fabriek kleurden. Misschien toch tijd om iets op deze plek naar Fris te vernoemen?
