Naar de inhoud

Molenaar in hart en nieren: Mark Ravesloot

Bron: Stadskrant

De wind speelt een grote rol in het leven van molenaar Mark Ravesloot. Want als het waait kan hij ‘zijn’ poldermolen laten malen en werken. Kettingen loshalen, zeilen voorleggen, de molen op de wind draaien en dan.. los! Tekst Carla Knelange, Fotografie Marco Bakker

Als de wieken eenmaal draaien kan hij niet even een blokje om. “Nee, dan blijf ik in de buurt. Anders dan bij bijvoorbeeld een korenmolen heb ik, als de molen eenmaal draait, de handen vrij. Maar ik houd altijd een oogje in het zeil en blijf alert. En dat is geen straf want het proces van een werkende molen blijft fascinerend.”

Het is niet zo dat bij elk zuchtje wind de poldermolen in bedrijf is. “Het is vrijwilligerswerk. Als ik op mijn werk ben kan ik niet zeggen: ‘Ik moet naar huis want het waait’. Maar als ik thuis ben en er staat een mooi windje dan ga ik aan de slag.”

Reserve gemaal

En alsof hij het voor de eerste keer vertelt legt Mark met veel enthousiasme uit hoe en waarom een molen maalt. “Je moet deze polder zien als een badkuip die gevuld wordt met regen. En de molen, met de wind als energiebron, zorgt voor de afvoer van het water en dus voor bemaling van de polder. Poldermolens kunnen gebruik maken van twee verschillende mechanismen om water omhoog te pompen, met een vijzel of een scheprad.

Vroeger stond hier in midden in de molen, wat nu onze woonkamer is, een groot scheprad. Nu maken we gebruik van een vijzel. En wanneer die vijzel, eigenlijk een soort van grote wokkel, in het water draait blijft de vijzel op dezelfde plek en komt het water omhoog. Vroeger deden molens dienst als hoofdgemaal maar dat is overgenomen door elektrische gemalen zoals die aan de Volendammer dijk. Deze poldermolen moet je zien als reserve gemaal.”

De Zuidpoldermolen is gebouwd rond 1640 en staat vanaf 1670 op z’n huidige plek. Mark vertelt dat in die beginjaren de molen vast en zeker bewoond was. “Dat moet vroeger armoe troef geweest zijn. Poldermolenaar was een van de slechtst betaalde banen. De molenaar had, in vergelijking met een korenmolenaar, niet direct gewin uit zijn baan omdat het product van zijn molen bestond uit slootwater. Vanaf 1870 woonde de molenaar in een machinistenwoning en pas vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw is deze molen weer bewoonbaar. Eerst trok de familie Berkhout er in en daarna heeft Joep Kemper er vele jaren gewoond.”

Renovatie

Mark Ravesloot is in 2010, samen met zijn toenmalige vriendin, in de molen gaan wonen. De Poldermolen in Edam is eigendom van de Vereniging Hollandsche Molen waar Mark toentertijd voor werkte. “In die beginjaren hebben we wel spartaanse toestanden meegemaakt. Van bevroren leidingen tot lekkende gaskacheltjes. Maar eind 2013 zijn we een grote renovatie gestart, van zowel het interieur als de buitenkant en begin 2015 zijn we, samen met ons dochtertje Kaya, die toen een paar maanden oud was, weer in de molen gaan wonen.

We hebben het interieur zo authentiek mogelijk gelaten, dus terug naar hoe het vroeger moet zijn geweest, ook met de prachtige rode balken. En met behulp van een stukje crowdfunding hebben we de molen opnieuw met riet gedekt. Op dit moment is de molen helemaal functioneel en maalvaardig. Maar je moet het bijhouden. Dat is ook de verplichting die we hebben als huurder van de molen. Zo zijn we de afgelopen maanden weer flink bezig geweest om de buiten- en binnenkant een nieuwe laag verf te geven. Gelukkig is mijn huidige partner Nicole ook ‘molengek’ want anders werkt het niet.”

En de nu 6-jarige dochter van Mark? “Oh, die vindt het wonen in de molen heel gewoon. Ze weet niet beter. Als ze bij papa is, woont ze in de molen. En ze vindt het hier fijn want ze kan buiten spelen en er is een trampoline.”

Maar voor Mark en Nicole is wonen in een molen toch een bijzondere beleving. “De ruimte is beperkt, maar daar zijn we aan gewend. We zijn van alle gemakken voorzien. Maar de molen is een werktuig; als de molen maalt is ie in beweging. De molen vertelt. Dus je moet goed luisteren. Het is een verlengstuk van mezelf geworden. De molen is een grote, open machine. En niet te vergeten: het heeft een ziel. De molen leeft. Ontzettend mooi om hier te mogen wonen. Zo te midden van de natuur. Het is echt mijn passie. Ik ben molenaar in hart en nieren.”

Gouden plek

Wat Mark ook ontzettend leuk vindt is om andere mensen van de poldermolen te laten genieten. “De molen is niet alleen van mij, van Nicole en van mijn dochter. Maar de molen is van de gemeenschap. Daarom vind ik het heel leuk om schoolklassen te ontvangen en om de molen open te stellen tijdens Molendagen en Open Monumentendag. Het is heel belangrijk, vooral nu de molen niet echt meer een functie heeft, om dit monument in stand te houden en te bewaren voor het nageslacht. Wij mogen er nu wonen, maar ik hoop dat er in de toekomst weer anderen kunnen genieten van deze gouden plek.’

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.