Naar de inhoud

Overpeinzingen vanuit de Volendammer Zaal – Schilderij 5: Noordeinde

Bron: En-Clave

Een zelf bedacht en samengesteld museum waar je in je hoofd kunt ronddwalen; dat sprak tot de verbeelding. En dat doet het nog steeds.

In zijn artikel dat nu in 10 afleveringen op enClave verschijnt neemt Marcel Tuyp zijn lezers bij de hand door zijn denkbeeldige museum waar het kunstenaarsverleden van Volendam centraal staat.

Noordeinde, George Sherwood Hunter, 1892, olieverf op doek, 30 x 46cm (Collectie Vereniging Vrienden van het Zuiderzeemuseum

Als kunstcriticus vond dichter Charles Baudelaire (1821-1867) dat een recensie tevens een kunstwerk diende te zijn. In zijn voetspoor naderden de verschillende kunsten elkaar eind negentiende eeuw. Als dichter formuleert hij, in zijn opdracht aan Arsène Houssaye, de door hem voor poëtisch proza gestelde eisen, ‘dat muzikaal is, maar zonder maat en zonder rijm, en voldoende soepel en voldoende abrupt om zich te voegen naar de lyrische roerselen van de ziel, naar de golfbewegingen van de bespiegeling, naar de schokken van het bewustzijn.’ Het leidde tot de postuum gepubliceerde dichtbundel Le Spleen de Paris (1869) (De Melancholie van Parijs).

In de inleiding vermeldde ik echter niet zonder reden dat Baudelaire ook opmerkte dat hij schilderijen soms slechts beoordeelde naar gelang ze in staat waren hem tot mijmeren aan te zetten. Tussen rondleiden en mijmeren bestaat een zekere spanning. Net als Walter Benjamin, een andere inspiratiebron, beschouw ik een dergelijke spanning in eerste instantie als potentieel vruchtbaar. Bovendien beschouwde Benjamin afdwalen als een methode. En dan neig ik, geworteld in de wens in dit artikel per se geen voetnoten te willen gebruiken, ook nog eens naar het vermelden van (te) veel (achtergrond)informatie.

Hier het hele artikel van Marcel Tuyp op de site van En-Clave.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.