Naar de inhoud

Kleedkamerklas

Bron: Jack Mühren

Dat een kleedkamer onlosmakelijk verbonden is met sport, is voor niemand een verrassing. Je moet tenslotte je dagelijkse kloffie voor sporttenue verwisselen en dat doe je nu eenmaal niet op de tribune. Maar tegenwoordig heeft de kleedkamer ook een meer lerende functie. Voetbalclubs trekken spelers aan die ‘van belang zijn in de kleedkamer’ zoals de trainers dat noemen. Anders gezegd: ze worden aangetrokken om jeugdige voetballers te onderwijzen, ze wegwijs te maken in voetballand. Je zou bijna denken: doen ze in het veld ook nog wat?

Ik snap best dat ervaren spelers de jonkies een en ander kunnen bijbrengen, maar dat doe je volgens mij het beste wanneer je de ervaren voeten laat spreken tijdens trainingen en wedstrijden. Het aankopen van ervaren spelers die pakweg 1 miljoentje opstrijken per seizoen om ‘van belang te zijn’ in de kleedkamer, zou inspiratie kunnen zijn voor een Freek de Jonge of Youp van ’t Hek.

Er worden ook steeds groter bedragen uitgegeven aan voetballers die twee keer een bal rechtuit hebben geschoten, de absolute toppers niets te na, uiteraard. Geld verdienen deden ze vroeger uiteraard ook al, maar het is toch niet te vergelijken met nu. Als Gerrit en Arnold nu zouden voetballen, dan hoefde ik (en mijn hele familie ook) niet meer dagelijks naar mijn werk van 7.30 uur tot 16.30uur. Want wat die twee hebben gewonnen tijdens hun carrière, daar krijgt een paard spontaan een kleur van. Ik had misschien een villa aan de Spaanse kust gehad, met als zwaarste vorm van arbeid: het water verversen in mijn zwembad.

Gelukkig gaat FC Volendam verstandig om met geld, en loopt het bestuur niet direct in een financiële polonaise, wanneer onze FC zou promoveren. Natuurlijk heeft onze club meer financiële armslag door het participatiefonds en uitgaande transfers - denk even aan Van de Ven. Maar mijn boerenverstandmotto blijft: geen paniekaankopen doen en torenhoge bedragen aan spelers uitgeven. Daaronder valt ook (niet): het aantrekken van spelers die belangrijk zijn in de kleedkamer.

Garanties heb je niet in de Eredivisie. Je gaat er niet van uit, maar het kan ook zomaar zijn dat je na één of twee jaar weer degradeert. Gebakken peren, dus. Laten wij maar blijven staan waar we nu staan op de ranglijst, dan promoveer je vanzelf en dan zien we wel waar de Botter strandt. Het is toch al uniek dat we in dit kleine dorp een betaald voetbalorganisatie hebben? Sta daar eens even bij stil.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.