Opinie: Inpolderen Markermeer biedt meer ruimte én minder stikstofproblemen
Het Markermeer is slechts een enorme slibbak. Door deze alsnog in te polderen, kan het stikstofprobleem deels worden opgelost en kunnen weer vergunningen voor wegen- en woningbouw worden verstrekt, betoogt architect en stedenbouwkundige Leo Q. Onderwater.
Nergens is de bevolkingsdichtheid en het intensieve gebruik van grond zo hoog als in Nederland. De ruimteclaims voor woningbouw, infrastructuur, land- en tuinbouw, natuur- en bosbouw, vliegverkeer, water(-berging), wind- en zonne-energie buitelen over elkaar heen. Er is op dit moment per inwoner een tekort aan ruimte van 225 vierkante meter en dat wordt met de dag meer.
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zal het huidige aantal inwoners van bijna 18 miljoen stijgen naar bijna 20 miljoen in 2050. Daarbij wordt de kanttekening gemaakt, dat bij toenemende immigratiestromen het inwonertal ver boven de 20 miljoen zal uitkomen.
In 1950 werd reeds een grote toename van de bevolking voorzien. De oplossing was om 50 duizend Nederlanders op de boot te zetten richting Canada en Australië. Nagenoeg iedere Nederlander heeft wel een familielid die een (boeren-)bestaan in die landen heeft opgebouwd.
Na de drooglegging van de Noordoostpolder kondigde het kabinet-Drees in 1950 een verdere voortzetting van landaanwinning aan door de inpoldering van Oostelijk en Zuidelijk Flevoland en de Markerwaard. We mogen dankbaar zijn voor de vooruitstrevende blik van de kabinetten Drees tot inpoldering. Kabinetten waarvan veelal civiel ingenieurs dan wel bèta-opgeleiden nog deel uitmaakten. Zonder inpoldering zouden de problemen in de ruimtelijk ordening des te groter zijn geweest.
Slibbak
Hoe is het mogelijk dat een nauwelijks natuurwaardig Markermeer ooit is aangewezen als een Natura-2000 gebied, waarin geen enkele ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt?
Al sinds begin jaren negentig manifesteert het Markermeer zich slechts als een enorme slibbak, die wordt gevoed door vuilwaterstromen vanuit het IJsselmeer. Het neergeslagen slib slaat het bodemleven in het Markermeer geheel en al dood. Het slib wordt door de wind opgewerveld en veroorzaakt troebel water. De watervogelstand in het Markermeer neemt al decennialang zowel in aantallen als soorten drastisch af, door een teruggang van de voedselbanken van met name de driehoekmossel en spiering.
De aanleg van de Marker Wadden door Natuurmonumenten en Rijkswaterstaat is een ecologische miskleun. Het is een illusie te denken dat met de aanleg van de Markerwadjes ofwel slib-eilanden de ecologische kwaliteit van het Markermeer verbetert. Het is symptoombestrijding. De feitelijke oorzaak van het probleem in het Markermeer, een monofunctionele slibbak van 60 duizend hectaren, wordt er niet mee aangepakt.
In een droog zomerseizoen overstijgt de verdamping van het Markermeer de neerslag met circa 0,5 m. Het tekort aan water moet via de sluizen bij Enkhuizen worden aangevuld om het Markermeer op peil te houden. Vermindering van het wateroppervlak van 60 duizend ha naar 20 duizend heeft een navenante afname van de verdamping tot gevolg.
Inpoldering van het Markermeer betekent minder ingeleid slibwater ofwel minder verontreiniging. Bovendien zorgen de te realiseren randmeren en het Oostvaardersdiep (vaarverbinding tussen Lelystad en Amsterdam) voor een betere doorstroming.
Inundatiegebied
In de Markerwaard, met een oppervlakte van 40 duizend hectaren, is ruimte voor (glas-)tuinbouw, akkerbouw, bollenteelt, recreatiestranden, bos- en natuurbouw, (vaar-)wegen en een spoorbaan vanaf Almere naar Purmerend en Hoorn en twee kleine steden die worden omringd door stadsbossen, alsmede voor waterberging. Want het aquatisch terrestrisch gebied van 12 duizend hectaren in het plan voor de Markerwaard moet naast de functie van natuur- en bosbouw tevens dienst doen als inundatiegebied.
In geval van nood moet minimaal 5.000 hectare natuur- of bosareaal beschikbaar zijn om het overtollige water tijdelijk te kunnen bergen. Het inundatiegebied moet in het uiterste geval – ofwel bij opstuwing van de Noordzee bij de Lorentzsluizen – 250 miljoen kubieke meter water kunnen opnemen.
Het IJsselmeergebied heeft een bijzondere rol in het huidige en toekomstige waterbeheer in Nederland met betrekking tot watersnood en waternood. In het eerste geval moet het gebied niet direct afvoerbaar water bergen. In het tweede geval is in tijden van droogte zuinig omgaan met zoetwater van belang. Zoetwater ondergronds opslaan voorkomt verspilling van water door verdamping.
Spaarbekkens van enkele honderden hectaren in het natuurareaal voorzien in reservedrinkwater, dat via grondwater wordt gewonnen. Dit garandeert een betere milieuhygiënische kwaliteit dan water uit het IJsselmeer.
Het pseudo-argument van ambtenaren en politici dat het Markermeer een belangrijke functie vervult in de drinkwatervoorziening, moet als irrelevant worden afgedaan.
Heroverwegen
Het door de politieke erfgenamen van Drees ofwel het kabinet-Kok II genomen besluit van 2002 om definitief niet tot de aanleg van de Markerwaard over te gaan, moet worden heroverwogen. Want door de afronding van het plan in de geest van ir. Cornelis Lely kunnen allerlei functies en bebouwingen vanuit andere delen van Nederland worden verplaatst naar de Markerwaard. Daarmee kan deels het stikstofprobleem wordt opgelost en kunnen weer vergunningen voor wegen- en woningbouw worden verstrekt.
Niet minder belangrijk is dat door inpoldering van het Markermeer niet slechts de natuurwaarden van het IJsselmeergebied, maar ook elders in Nederland aanmerkelijk worden verbeterd.
Leo Q. Onderwater is architect en stedenbouwkundige.
