"In onze tijd ervaren we nog steeds als gevolg van de Tweede wereldoorlog dergelijke dilemma’s en paradoxen. Een dergelijk dilemma met bijbehorende paradox ontstond naar aanleiding van uitgebreid onderzoek naar de toenmalige burgemeester van Baar: op initiatief van de heren Besseling en Koning heeft een onafhankelijke geschiedwetenschapper zijn licht laten schijnen over de functionaris en de persoon van deze burgemeester. Aanleiding was het vermoeden dat zijn aandeel in het mogelijk maken van de deportatie van de Edammer Joden groter was dan uit eerder onderzoek was gebleken, en dat hij tevens mede om die reden was berispt. Dat laatste feit was niet openlijk bekend gemaakt, wat het geheel nog complexer en ondoorzichtiger maakte.
Inmiddels is veel aan het licht gekomen, en de conclusie nu is dat er geen feiten zijn die aanleiding geven om anders naar het oordeel te kijken dan het oordeel dat de Zuiveringscommissie kort na de oorlog had gegeven. Wat misschien nog veel belangrijker is, zijn de gesprekken die we hebben gevoerd, naar aanleiding van deze thematiek. We hebben gezamenlijk vastgesteld dat we het verleden kunnen blijven onderzoeken, en dat we mogelijk nooit tot eenduidige oordeelsvorming zullen komen: zie daar het dilemma. We kunnen het ook niet meer vragen aan de meest betrokkenen uit die tijd."
De burgemeester geeft hier toch wel een heel eigen interpretatie aan de uitkomsten van het onderzoek en de reactie daarop. Laat eerst een onderzoek van de gemeentelijke archieven rond die jaren en net daarna plaatsvinden m.b.t. van Baar. De burgemeester was in die tijd de absolute alleenheerser van de gemeente, immers gemeenteraden en colleges waren afgeschaft door het Duitse gezag (Seys Inquart). Die positie heeft hij ingenomen vanaf het begin van de oorlog tot juni 1944 (toen de geallieerden landden op de Franse kust). Toen pas koos hij ervoor om "onder te duiken". Ik ben het volledig met Nick Doevendans eens waar hij spreekt over de plaatselijke leden van de verzetsbeweging die feitelijk hun leven in de waagschaal hebben gesteld en leden van de verzetsbeweging die hun leven hebben moeten geven. Alleen al uit respect voor die mensen dient een grondiger onderzoek plaats te vinden. Van economische collaboratie was sowieso al sprake. Dat verdient op zich al geen straatnaamvermelding. De burgemeester maakt zich er m.i. toch iets te makkelijk vanaf met het verleden in dat opzicht te laten rusten en te bezinnen op de toekomst.