Bestudering onderzoek Savenije “Berispt, maar niet openbaar”
In de NiVo van 21 september 2022 staat een verslag aangaande het onderzoek naar het handelen van burgemeester van Baar tijdens de Tweede Wereldoorlog.
De heer Besseling en Koning hebben de afgelopen tijd het onderzoeksrapport “Berispt, maar niet openbaar” van dr. Lennart Savenije bestudeerd. Het viel hen op dat belangrijke stukken zijn genegeerd en dat er in het onderzoek fouten staan, terwijl het vorige college op basis van het onderzoeksrapport heeft bepaald dat er geen verdere maatregelen nodig waren. Onterecht volgens Besseling en Koning.
Heeft van Baar meegewerkt aan de Jodenvervolging en Arbeitseinsatz?
Voor mij is door eigen onderzoek, het onderzoeksrapport van Savenije en zaken die Besseling en Koning op tafel hebben gelegd duidelijk dat burgemeester van Baar heeft meegewerkt aan de Jodenvervolging én de Arbeitseinsatz. Hij heeft zelf, tijdens de bevraging van de zuiveringscommissie, toegegeven meegewerkt te hebben aan de Jodenvervolging.
Als burgemeester was Van Baar ook verantwoordelijk voor de aanlevering van namenlijsten van mensen die in aanmerking kwamen voor de Arbeitseinsatz. Vele (jonge) mannen zijn uiteindelijk te werk gesteld. De gevolgen van de Arbeitseinsatz blijven onderbelicht. Veel mensen zijn/waren door de gevolgen van de Arbeitseinsatz getekend voor het leven. Een aantal van hen zijn nooit meer terugkomen of kwamen binnen enkele maanden/jaren na de bevrijding te overlijden ten gevolge van de Arbeitseinsatz.
Economische collaboratie
Niet alleen op overheidsniveau was Van Baar betrokken bij de Arbeitseinsatz. Als burgemeester lijkt hij twee Volendammers te hebben aangewezen aan het familiebedrijf van zijn vrouw en zwagers, waar hij zelf commissaris van was. Zij moesten werken aan een vliegveld die het bedrijf bouwde in opdracht van de Duitse bezetter. Of zij geheel onder dwang of vrijwillig aan de vliegvelden hebben gewerkt is niet 100% duidelijk, evenals de omstandigheden waarin de arbeid plaats vond. Dubieus is het wel! Bovendien heeft hij als commissaris financieel baat gehad bij de opdrachten van de Duitsers, dus kunnen we spreken van economisch collaboratie.
Draai houding burgemeester na D-day
Na D-day is Van Baar van mening veranderd. Waar hij eerder daden van het verzet in het openbaar veroordeelde, zocht hij toenadering tot het verzet en heeft zo ver bekend in september/oktober 1944 niet meegewerkt om mensen aan te wijzen voor de Arbeitseinsatz. Naar aanleiding daarvan is Van Baar ondergedoken en vervangen door burgemeester Baak (geliquideerd door het verzet, samen met wethouder de Boer in januari 1945).
In 1958 stemde de toenmalige gemeenteraad er mee in om de Burgemeester Van Baarstraat naar desbetreffende burgemeester te vernoemen. Het schijnt dat de burgemeester zelfs hier op heeft aangedrongen. Ook dit proces is dubieus te noemen. Nu, 64 jaar later, staat de naam ter discussie. Volgens beide onderzoekers is het tijd dat we de straatnaam “Burgemeester van Baarstraat” gaan aanpassen vanwege de houding van de burgemeester tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Terecht, al moet wel worden gezegd dat we niet meer kunnen achterhalen in welke gemoedstoestand Van Baar de beslissingen heeft genomen. Maar een persoon, die op dergelijke (dubieuze) wijze heeft bijgedragen aan de Jodenvervolging én de Arbeitseinsatz, verdiend niet de eer om te worden geëerd door middel van een straatnaam.
In mijn optiek zou door middel van een democratische consensus tussen gemeenteraad, lokale belangengroepen en bewoners moeten worden bepaald of een straatnaamwijziging moet plaats vinden of dat een (re)contextualisering voldoende is.
Gebruikte bron(nen): Nieuw Volendam (NiVo), editie woensdag 21 september 2022, pag. 16-17
