Raadsvragen over mogelijk niet-integer handelen wethouder Breij
De bestuurlijke zienswijze op de ontwerp-omgevingsverordening die het Landsmeerse College van B&W bij de Provincie heeft ingediend, roept bij de oppositiepartijen vragen op over het handelen van wethouder Marion Breij (foto).
Afgelopen zondag uitte PvdA-raadslid Mark-Jan Prins in het LOL-radioprogramma Week-up al de nodige kritiek op de procedure. Inmiddels hebben D66 en de VVD zich achter zijn kritiek geschaard. Dit blijkt uit een aantal vragen die de drie partijen voor de raadsvergadering van vanavond hebben ingediend.
Er zijn in feite twee punten. Het eerste is dat het College verzuimd heeft de raad om een oordeel te vragen over de zienswijze. Het tweede is dat wethouder Marion Breij een stuk grond bezit dat expliciet wordt genoemd in de zienswijze.
Het gaat om een landje in het gebied dat wordt begrensd door de Nieuwe Gouw aan de westkant, het Dorspad aan de oostkant, de ringweg aan de zuidkant en de sloot die ter hoogte van het Wijkpark loopt aan de noordkant.
De Provincie heeft dat gebied bestempeld als Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). In de zienswijze verzoekt het College dit predicaat er vanaf te halen. Dat zou woningbouw of de aanleg van sportvelden mogelijk maken.
Door deze nieuwe bestemming wordt het land meer waard. En hier wringt volgens de oppositie de schoen voor wat betreft het handelen van wethouder Breij. “Want dan hebben we het over integriteit”, zei Prins zondag in het interview. De drie oppositiepartijen vragen nu gezamenlijk of het College zich dit heeft gerealiseerd en wat de overwegingen zijn geweest om ‘deze bestuurlijke zienswijze toch bij deze portefeuillehouder te beleggen’.
De zienswijze die nu is ingediend, verschilt overigens nauwelijks van die de gemeente in 2020 al naar de Provincie stuurde, met instemming van de toenmalige raad. De PvdA en D66 stemden toen tegen. Net als de huidige coalitiepartij Positief Landsmeer, overigens.
