Naar de inhoud

Bouwbedrijf De Meeuw gedwongen om tijdelijke woningen te bouwen in Purmerend

Bron: Bouwen

De Meeuw mag een opdracht van de gemeente Purmerend voor de bouw van tijdelijke woningen niet teruggeven. Dat heeft de kortgedingrechter bepaald. De modulaire bouwer wilde van de klus af vanwege de sterk gestegen bouwkosten. De rechter vindt wel dat het bedrijf gedeeltelijk gecompenseerd moet worden voor de extra kosten.

Het geschil ontstond in juli, toen de gemeente Purmerend De Meeuw op de hoogte stelde van een nieuwe opdracht voor tijdelijke woningbouw aan de Waterlandlaan. De opdracht viel onder een raamovereenkomst die in 2018 aan De Meeuw werd gegund. Die bevat de realisatie van tijdelijke woningen in de gemeente Purmerend, van ontwerp tot en met onderhoud.

Maar de bouw van deze nieuwe vijftig woningen was een stuk duurder dan de gemeente inschatte, stelde De Meeuw. In juli mailde het bedrijf dat er een gat zat van één miljoen euro tussen de eigen berekeningen en de opdrachtsom van de gemeente. De Meeuw legde een alternatief plan voor, maar dat werd niet door de gemeente geaccepteerd.

Opdracht teruggeven

Volgens De Meeuw was het onhaalbaar om de woningen te bouwen en daarnaast stelde het bedrijf dat de opdracht niet paste in de voorwaarden van de raamovereenkomst. Het bedrijf wilde in september daarom de opdracht teruggeven.
De gemeente stuurde het definitieve ontwerp in oktober naar De Meeuw, maar de partijen kwamen er niet meer uit en de gemeente stapte daarom naar de rechter. Ze eiste dat De Meeuw de raamovereenkomst nakomt en dus ook de definitieve opdracht die de gemeente aan De Meeuw gaf.

Kosten gelijk verdelen

De rechtbank oordeelt nu dat De Meeuw zich inderdaad aan de raamovereenkomst moet houden en dat de opdracht voor de vijftig woningen er ook onder valt. De Meeuw voerde onder andere aan dat de voorwaarden niet meer redelijk zijn vanwege onvoorziene omstandigheden en daarmee de sterk gestegen bouwkosten. Maar de rechtbank oordeelt dat de kostenstijgingen waarschijnlijk geen reden zijn voor een ontbinding van de raamovereenkomst bij een eventuele bodemprocedure. Vooral omdat de gemeente zowel tijdens contact met De Meeuw, als tijdens de zitting meerdere keren heeft aangegeven mee te willen denken over verdeling van de kosten.

Maar een wijziging van de overeenkomst ligt bij een eventuele bodemprocedure wel voor de hand, verwacht de rechtbank. Daarom oordeelt de rechtbank tot die tijd nu dat “de aantoonbare excessieve kostenstijging” voor de bouw van de woningen in gelijk delen moet worden verdeeld.

Geen maximumaantal

Dat de opdracht voor woningen aan de Waterlandlaan niet onder de raamovereenkomst zouden vallen, veegt de rechtbank van tafel.

Zo zou volgens De Meeuw de maximumwaarde van honderd woningen zijn overschreden, maar de gemeente had geen maximumaantal woningen geraamd in de aanbesteding. Er zouden minimaal honderd tijdelijke woningen komen waarvoor de gemeente financiering al had geborgd. Daarnaast had de gemeente een amendement aangenomen voor de bouw van nog eens honderdvijftig woningen en een “fictieve inschrijfstaat” opgenomen van driehonderd woningen. “De behoefte kan uiteindelijk kleiner of groter dan driehonderd woningen blijken”, aldus de gemeente in de leidraad.

Wijzing overeenkomst

Ook stelde De Meeuw dat er wijzigingen waren van de raamovereenkomst, vanwege een nieuwe locatie en een andere doelgroep voor de woningen. De nieuwe opdracht is inderdaad op een andere locatie dan de vier locaties genoemd in de aanbesteding, maar dat is volgens de rechter geen wijziging van de opdracht. Die locaties waren namelijk onder voorbehoud, zoals ook al in de aanbesteding stond beschreven. Dit was eerder voor De Meeuw geen probleem, aangezien het bedrijf al op een andere afwijkende locatie woningen had gebouwd. Het bedrijf had hier toen niet tegen geprotesteerd.

De rechter ziet de wijziging van de doelgroep ook niet als wijziging van de opdracht. De statushouders, die de gemeente wil huisvesten aan de Waterlandlaan, vallen volgens de rechter ook onder de spoedzoekers waar de gemeente Purmerend de raamovereenkomst voor heeft opgezet. Daarnaast maakt het ook niet voor wie de woningen worden gebouwd; de tijdelijke woningen zelf veranderen niet.

Dwangsom

Kortom: nadat de omgevingsvergunning onherroepelijk is, wordt verwacht dat De Meeuw toch de woningen bouwt. Wel worden extra kosten door onvoorziene omstandigheden dus gelijk verdeeld tussen de gemeente en het bedrijf.

Naast het nakomen van de afspraken eiste de gemeente Purmerend ook een dwangsom. De rechtbank vindt dat die op zijn plaats is, maar de gevorderde dwangsom is “buitenproportioneel”. Daarom vraagt de rechtbank een dwangsom van 10.000 euro voor iedere dag dat De Meeuw de raamovereenkomst niet nakomt of de woningen niet realiseert met een maximum van één miljoen euro.

3 reacties

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.

  • Dat deze daders, die na de aanrijding doorreden en zich op Marken “schuilhielden”, er met een geldboete vanaf zijn gekomen is sowieso al schandalig.
    Vreselijk voor de nabestaanden deze rechterlijke dwalingen, die een verwerking onmogelijk maakt.

  • Triest dat er niet eerder een gedegen onderzoek is gedaan, geloof mij, deze Irakees zie je nooit meer verschijnen in Nederland om zijn straf te ondergaan, deze gaat snel uit eigen beweging retour eigen land waar het zo "onveilig" is.

  • Qua faciliteiten, veiligheid, uitstraling, artiesten en uitvoering een 10+
    Qua sfeer een 7,5
    Qua kermisgevoel een 5
    Qua locatie een 1

    Ik ga het volgend jaar aan me voorbij laten gaan deze tent vrees ik en ik denk velen met mij.