Twee vragen over Van Baar in verband met voorstel straatnaam-wijziging
In de Stadskrant van 9 januari heeft de Cor Guit te Edam twee vragen gesteld over oud-burgemeester Clement van Baar: ‘Waarom is de heer Van Baar ondergedoken uit angst voor de Duitsers? Waarom hebben de Duitsers zijn huis (Klein Westerbuiten 3) tot de grond toe afgebrand? Ik heb dit zelf op afstand gezien.’
De heer Guit reageert op een bericht in dezelfde krant, dat burgemeester Van Baar tijdens de oorlog in Edam heeft meegewerkt aan de uitvoering van anti-Joodse maatregelen en dat de straat die naar hem is vernoemd een andere naam verdient. Het gemeentebestuur van Edam-Volendam heeft in 2022 een (verkennend) onderzoek laten uitvoeren naar het naoorlogse zuiveringsrapport van Van Baar, het onderzoeksrapport Berispt maar niet openbaar is op de site van de gemeente te lezen. Ondergetekende heeft op dit onderzoek gereageerd, in het bijzonder over Van Baars betrokkenheid bij de Jodenvervolging, ook deze Aantekeningen zijn op de website van de gemeente geplaatst. Sinds mei 2022 is Van Baars collaboratie met de Duitsers openbaar, met dank aan het gemeentebestuur die dit heeft mogelijk gemaakt.
Toch wil ik hier reageren op de reactie van Cor Guit. Niet iedereen heeft gemakkelijk toegang tot de digitale wereld, hij heeft me inmiddels laten weten, dat hij de rapporten op de gemeentelijke website inderdaad niet kent. Bovendien antwoord ik hem graag persoonlijk. Voor de nieuwe uitgave van Rachels Kinderen in 2020 heb ik de heer Guit ontmoet, hij kwam naar voren als een belangrijke ooggetuige. Hij heeft als vijfjarig kind tijdens de oorlog gezien hoe het Joodse gezin van Jacob Brandon onder politiebegeleiding uit hun woning in de Grote Kerkstraat is gehaald en onder dwang is weggevoerd. De zeven leden van het gezin zijn langs het huis van de jonge Guit gelopen. Onder hen was de benjamin van het gezin, Loetje, nog geen vier jaar oud, met wie Cor Guit in de straat placht te spelen. Ze werden naar de Kaasmarkt gebracht, in een vrachtauto zijn ze afgevoerd. Het hele gezin Brandon is in de vernietigingskampen vermoord. Het zijn schokkende details in de grote misdaad van de Jodenvervolging.
De arrestatie van Joden in Edam is onderdeel van anti-Joodse maatregelen: ontslag, isolatie, onteigening, brandmerking (de Jodenster), deportatie. De lange lijst maatregelen, op basis van Duitse verordeningen, zijn in Edam door burgemeester Van Baar administratief nauwgezet uitgevoerd. Onlangs is er nog een brief opgedoken, waarin Van Baar aangeeft dat het publieke leven (baden, logeren in hotels enz.) ook in Edam voor Joden verboden is, geheel in lijn – in de woorden van Van Baar zelf - met ‘de voorschriften gegeven door den Commissaris Generaal voor de openbare veiligheid’. Ondertekend: de Burgemeester van Edam. Let op het verhullend en misleidend taalgebruik, bij de isolatie van Joden uit het publieke leven (een eerste fase in de genocide op de Joden) gaat het om ‘openbare veiligheid’. In twee verslagen van de plaatselijke illegaliteit wordt Van Baars medewerking aan de Jodenvervolging vermeld.
Ten aanzien van de opgaven van de Joden in zijn gemeente moest alles kloppen, en de Sicherheitsdienst in Amsterdam kon rekenen op trouwe ondersteuning van de kant van de burgemeester van Edam. Van Baar werkte mee aan de arrestatie van Joden in zijn gemeente, ook de plaatselijke politie nam eraan deel.
Hoe is dit te rijmen, en dit zijn de vragen van Cor Guit in de Stadskrant, met het gegeven dat Van Baar uit ‘angst’ voor de Duitsers zou zijn ondergedoken en dat zijn woning in brand is gestoken? Het antwoord moet worden gezocht in de kameleontische kwaliteiten van Van Baar: in de nazomer van 1944 heeft de burgemeester van Edam een geheel nieuwe versie van zichzelf geschapen – de verbazing van de illegaliteit, die verslag doet van Van Baars draai, spreekt boekdelen.
Uit het naoorlogse zuiveringsrapport van Van Baar komt naar voren, dat hij als burgemeester de eerste vier jaar van de bezetting een pro-Duitse houding aannam (Duitsland was in zijn ogen onoverwinnelijk) en dat hij eieren voor zijn geld koos toen de geallieerden al in Frankrijk waren geland. Hij besloot samen te gaan werken met de plaatselijke illegaliteit en eind oktober 1944 als ‘verzetsman’ onder te duiken. Voor 22 Joodse ingezetenen uit Edam heeft Van Baars gedaanteverandering niet meer mogen baten; slechts een van hen, een jongen van acht, overleeft de vernietigingskampen.
De ‘angst’ van Van Baar voor de Duitsers, waarover Guit spreekt, lijkt eerder - en zeer begrijpelijk - een persoonlijke impressie, temeer omdat hij als kind heeft gezien hoe de Duitsers Van Baars woning aan het Westerbuiten in brand staken (dat gebeurt met enkele naar binnen gegooide granaten). Voor Van Baar zelf kwam de Duitse actie in ieder geval niet onverwacht: hij was geïnformeerd dat de Duitse represaillemaatregel aanstaande was, de avond ervoor liet hij delen van de inboedel en alle kostbaarheden uit zijn woning weghalen en in een loods in Edam opslaan (na de bevrijding gaf het nog heibel met de eigenaar van de loods, omdat Van Baar meende een kleinigheid te missen). Met zijn geblakerde woning aan de rand van Edam kon Van Baar zich in een keer profileren als ‘slachtoffer’ van de Duitsers. Bij het bevrijdingsfeest in juli 1945 bedankte Van Baar de bevolking van Edam voor de steunbetuigingen aan zijn adres, vanwege de vervolging die hij persoonlijk had moeten doorstaan.
Echter, Van Baars pro-Duitse verleden in de oorlogsjaren haalt hem al snel in: hij wordt als burgemeester geschorst, er volgt een langdurig en bij herhaling eensluidend advies (ontslag). De tijd werkt in het voordeel van Van Baar. Uiteindelijk wordt hij door de minister van Binnenlandse Zaken Louis Beel voor ‘economische collaboratie’ veroordeeld, een veroordeling (‘berisping’) die voor de bevolking in de gemeente geheim blijft (‘niet openbaar’). Van Baar keert terug naar Edam, hij zal er tot december 1959 in functie blijven. In februari 1958 is de raad akkoord gegaan met de Burgemeester Van Baarstraat, nota bene een voorstel van de naamgever zelf. Bij zijn afscheid wordt hem door de raad het ereburgerschap van Edam verleend.
‘Het gapende gat in Nederland na de Tweede Wereldoorlog is nog steeds de Jodenvervolging’, aldus hoogleraar erfgoedstudies Rob van der Laarse. ‘Er werd heel lang om de hete brei heen gedraaid. Oud-burgemeester Clement van Baar wist daarvan te profiteren.’ In 2020, het 75-jarig herdenkingsjaar, is Van Baars medewerking aan de Jodenvervolging onder de aandacht gebracht van het gemeentebestuur. Op 4 december 2022 heeft de voorzitter van het Centraal Joods Overleg, de heer Chanan Hertzberger, aan de burgemeester van Edam-Volendam gevraagd de eerbewijzen aan Van Baar, straatnaam en ereburgerschap, te verwijderen. De verandering van de straatnaam, aldus Hertzberger, is een kleine wijziging, maar een groot gebaar. Het gemeentebestuur beraadt zich over de oproep van het Centraal Joods Overleg.
Erik Besseling
