Jonge boeren over de kracht en pracht van hun beroep in woelige tijden
Jonge agrariërs praten met passie over hun beroep. Alle vier hoog opgeleid, optimistisch, duidelijk over hun motivatie en perspectieven in woelige tijden. Gemeente Edam-Volendam heeft inmiddels een uitgestrekt buitengebied door de fusie met Zeevang. Dit groene landschap wordt onderhouden door boeren. In dit vierluik komen zij aan het woord.
Richard Neefjes, Warder, 27 jaar, opleiding HBO Dier- en Veehouderij
“Sinds 2014 zit ik in de maatschap met mijn ouders. Ik ben in het boerenbedrijf gestapt om het werken met vee, de afwisseling, buiten werken en de vrijheid. Onze sector is belangrijk want steeds meer mensen hebben voedsel nodig. Wij leveren daarvoor het basisproduct van zeer hoge kwaliteit: de melk. In 2022 zette een ontwikkeling in dat er mondiaal minder gemolken werd. Voor ons vertaalde zich dat in een hogere melkprijs.”
Richard vervolgt: “Het Zeevangse gebied is qua bodem eigenlijk alleen geschikt voor melkveehouderij en maisteelt. Ik kijk optimistisch naar de toekomst ondanks de vele regels waar wij mee te maken hebben. Ik houd van mijn werk en het vee. Wij doen ook aan natuurbeheer via weidevogelbeheer. Dat betekent dat wij niet mogen maaien voor een bepaalde datum. Hiervoor worden wij schadeloos gesteld, dus verlies wordt financieel gecompenseerd.”
Op de vraag of er naast kansen ook bedreigingen zijn, is er geen denkpauze: ganzen! “Er is duidelijk te weinig afschot mogelijk. Dan de verstedelijking en zonneweides die maken dat er steeds minder landbouwgrond beschikbaar is en vergeet vooral niet de landelijke wet- en regelgeving met betrekking tot het waterpeilbeheer. Het doel hiervan is peilverhoging, maar dat is slecht voor het weiden van vee, het land wordt te nat en is dus slecht voor de groei en de structuur. Toch zie ik perspectief genoeg voor onze sector. Ik werk in én met de natuur en ben vooral trots op ons hoogwaardige product.”
Erik van der Deure, Schardam, 26 jaar, opleiding HBO Agrarisch Ondernemerschap
Foto: Richard Neefjes, Irma Steenman en Erik van der Deure.
“In 2019 ben ik in maatschap gegaan met mijn ouders. Waarom? Ik ben gek van koeien. Vooral de vrijheid en zelf beslissingen nemen, spreekt mij aan. Op dit moment combineer ik boer zijn met voederadviseur bij Agrifirm. Als ik naar het perspectief kijk, dan is en blijft de melkveehouderij onze core business. De bodem in Zeevang is alleen maar geschikt voor melkvee. Daar moeten we het mee doen. Verder werken wij aan weidevogelbeheer. Van Staatsbosbeheer huren wij land, beheren en onderhouden het. Natuurinclusief werken in een cultuurlandschap gaat uiteraard niet vanzelf.”
“Kansen voor ons bedrijf zie ik in stabiliteit: wij hebben 120 stuks melkvee en twee melkrobots. Het streven is om een hogere productie te krijgen per dier bij dit aantal stuks vee. In 2026 mag er landelijk minder mest op eigen land worden uitgereden. Kunstmest mag wel en zelfs méér. Volgens mij is dat echt in strijd met circulaire landbouw.” En dan valt het woord ‘ganzen’ als we spreken over bedreigingen. Erik: “Ze vreten in mei de hele eerste snee weg. Wij ontvangen wel een compensatie voor verlies van ons beste gras. In juni volgt de tweede kans op maaien. Het blijft een moeizaam verhaal.”
“En dan is er natuurlijk de rijksoverheid die beslissingen neemt”, verzucht Erik. “Je blijft te vaak in het ongewisse. Maar wat het waterpeil betreft ben ik niet zo bang voor verhoging, omdat het veenpakket hier in de Zeevang dun is en wordt afgesloten door een laag teeltaarde. Hierdoor ontstaat er geen oxidatie van het veen. Al met al kijk ik positief naar de toekomst, richt me op voedselproductie en landschapsbeheer. Want zeg nou zelf, wie wil er niet genieten van die prachtige koeien in onze polder?”
Irma Steenman, Hobrede, 37 jaar, opleiding HBO Voedingsmiddelentechnologie
“Al in 2013 zijn wij, mijn vriend Richard Knook en ik, in het melkveehouderijbedrijf gestapt, kregen de mogelijkheid om verder te gaan en te ondernemen. Ik combineer het gezin met drie kleintjes met een parttime baan als productontwikkelaar bij de Cono in de Beemster. Ik vind het prettig om buiten de deur te blijven werken”, zegt Irma ferm. Ons perspectief? “Ik zie dat ook in de kans die wij kregen om met het familiebedrijf verder te mogen gaan. Het bedrijf is oorspronkelijk van opa geweest, via mijn ouders zijn wij op deze plek terechtgekomen. Zonder deze mogelijkheid is het gewoon onmogelijk om te starten. Op dit moment hebben wij rond 100 stuks melkvee.” Zij vervolgt: “Voor de toekomst hebben we genoeg dromen, maar er zijn nogal wat obstakels. Dat betekent echt dat we nu even pas op de plaats moeten maken.”
“Het is heel lastig werken met het wispelturige beleid van de overheid. Wij zitten in het gansrijke veenweidegebied én in Natura 2000 gebied met alle onzekerheden van dien. Je kan van alles willen, maar je kan niet overzien wat de consequenties zijn. Je hebt er maar mee te dealen. En wat betreft de ganzenproblematiek, met dit onderwerp kan je wel een hele Stadskrant vullen.” Irma vervolgt: “Voor onze bedrijfsvoering zijn veel verkeersbewegingen nodig, denk maar aan de melkwagen en de voederleveranciers. Dit brengt zwaar verkeer met zich mee dat wel door de dorpen moet rijden om bij ons in het buitengebied te kunnen komen. Gelukkig is er ook begrip.” Daarom ontvangen wij graag onze dorpsgenoten op ons bedrijf zoals op Burendag in de herfst van 2022.”
Over kansen wil Irma nog een optimistische slotzin kwijt. “Wij bouwen nu een nieuw huis, willen ons bedrijf hier laten bloeien. Ik ben ervan overtuigd dat als ergens een deur gesloten wordt, er ergens anders ook weer een raampje open gaat.”
Rick Greuter, van Middelie naar Rødding in Denemarken, 27 jaar, opleiding HBO Agr.Ondernemerschap
Foto Rick Greuter uit Denemarken
Gebeld met Rick Greuter op het Deense schiereiland Jutland, sinds juli 2021 de woonplaats van de familie Greuter uit Middelie. “Ja, we zitten nu hier. Deze plek biedt de mogelijkheid om groter te boeren. Dat betekende dus verhuizen, want het bedrijf in Middelie bood te weinig ruimte, geen grond genoeg voor twee bedrijfsopvolgers: Tom en ik volgen onze ouders op, onze zuster Sanne is in Middelie gebleven. Op dit moment hebben wij 220 ha, 220 melkkoeien en jongvee. De ganzenproblematiek zoals die in polder de Zeevang kennen wij hier gelukkig niet.”
Rick vervolgt: “Kansen en perspectief naar de toekomst? Hier geldt natuurlijk ook de Europese wet- en regelgeving, de politieke druk neemt toe. Maar voor ons zit het verschil in de ruimte die maakt dat je makkelijker kan voldoen aan wet- en regelgeving. Hier ben je minder afhankelijk van aankoop van veevoer omdat je het zelf kan telen. Ook is er hier in Denemarken veel meer duidelijkheid omtrent het langetermijnbeleid van de overheid. Wij weten nu al welke eisen gesteld worden aan een stal die je in 2034 wil bouwen. Ook verstrekken van vergunningen is hier minder lastig, de milieuvergunning bijvoorbeeld duurde maar twee maanden.”
We spreken over klimaatdoelen. Rick: “Hier is dat ook een hot item en er wordt net als in Nederland naar de landbouw gewezen. Wel zie ik dat er hier meer besef en waardering voor de agrariër als landschapsbeheerder is. In Middelie kregen wij zeker ook die waardering. En dat geldt ook voor de agrariër als voedselproducent.”
Heb je een advies aan jonge boeren in Nederland? Na een korte denkpauze: “Kijk vooruit en doe wat het beste past bij jou en waar je je het best bij voelt. Ik heb geen heimwee, ben tevreden en blij met deze stap richting een goede toekomst in de melkveehouderij. Met regelmaat kom ik terug voor familiebezoek, voor vrienden of een feestje. Het is ongeveer 7 uur rijden, prima te doen dus. En ik spreek inmiddels redelijk Deens. Moet wel hè, omdat je ook met de dierenarts en de loonwerker moet communiceren.” Met de groeten uit Jutland van Rick!


