Naar de inhoud

Zeelandramp 70 jaar na dato

Bron: Jos Koenen

Even een terugblik; ik was 6 en zou een nieuwe winterjas krijgen. Daarvoor op zaterdag 31 januari met het trammetje naar Amsterdam. De wind trok al behoorlijk aan, helemaal bij ons op de Zarken om te toren van de Grote Kerk. In Noord aangekomen zagen we de schuimkoppen al op het IJ staan. Het Bergmannbootje ging al behoorlijk te keer.

De hele Nieuwedijk overgelopen totdat we bij Peek & Cloppenburg op de Dam slaagden: een mooie dikke matrozenjas met echt 'gouden' knopen. De koning te rijk. Nu nog terug. Weer dat Bergmannbootje dat nu behoorlijk last kreeg van overkomend water. Binnenzitten dus en niet op het achterdek. Ook de tram reed schuddend over haar rails. Thuis aangekomen was er eigenlijk nog niet zoveel aan de hand dus gewoon op tijd naar bed.

Mijn slaapkamer was aan de Vestingkant waar de volle wind op stond. Dakpannen rammelden maar dat kwam wel meer voor. Veel later op die avond haalde mijn moeder me uit bed. Mijn vader was al eerder weggeroepen omdat er overal in de stad dakpannen naar beneden kwamen en schoorstenen en bomen omvielen. Met mijn moeder luisterde ik naar de radio waar de eerste berichten van dijkdoorbraken al binnenkwamen. Televisie was er nog niet dus je moest het van gesproken berichten en je eigen voorstellingsvermogen hebben, Toch maar weer naar bed. De volgende dag was het dus zondag en verschenen er geen kranten.

Toen ik naar buiten kwam was de ontzetting groot: de hele veranda van café Buitenlust vlak naast ons, was ingestort. Ook lagen er ramen uit bij de familie Brinkkemper waaruit angstwekkend gordijnen waaiden. Een paar stappen verder zag ik vlak naast de toren de grote boom omgewaaid liggen. Omdat hij met wortel en al omgeblazen was, kon je onder dat wortelgestel als het ware in een grot lopen. Mijn vader was al weer weg om samen met zijn collega's Zeeman, Wijnbergen en Bakker te zijn waar ze moesten zijn.

Als burgemeester hadden we toen nog Willem Kelder die de regie voerde. Steeds meer verschrikkelijk nieuws druppelde binnen via de radio. Op maandag kwamen de eerste kranten met foto's. Wat me het meest is bijgebleven is mensen die op het dak van hun huis zaten te zwaaien naar helikopters. Later hoorde ik veel goeds van de Franse brandweer, Les Pompiers, die als een van eerste buitenlands redders ter plaatse waren. Na enkele dagen kreeg mijn vader als jongste politieman van groep, een oproep om naar Zeeland af te reizen.

Eerst met de tram, daarna met de trein naar Rotterdam, dan met een vrachtwagen en het laatste stuk met een zogenaamde 'Duck', een amfibievoertuig. Hij werd gestationeerd in Bruinisse met als opdracht stoffelijke overschotten te identificeren en plunderingen te voorkomen. Ik kan het hem niet meer vragen maar volgens mij is hij pas in maart thuisgekomen, vol met nare verhalen. Na wat hij had meegemaakt op de Grebbeberg en in Indië kon dit er nog wel bij. In 2003 is hij door de provincie Zeeland nog geëerd met een oorkonde en een gouden speldje.

Tot zover mijn herinneringen aan de Zeelandramp. Zie verder mijn boek 'een Troeter vertelt'.

Jos Koenen

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.