Naar de inhoud

Naar de kermis

Bron: Ate Vegter

Ik zie bij mijn rondwandeling dat de opbouw van de kermis in volle gang is. Ik zie jonge mannen werken met gevaarlijke machinerieën en hoor grof onderling taalgebruik. Ik hou wel van die gezamenlijkheid waar je als buitenstaander buiten staat. Die eigen wereld die zich voortdurend verplaatst zodat je bijna zou denken dat ze Koningsdag in het hele land op een andere dag vieren en dat de kermis al die vieringen achterna reist.

Ik kan mij de kermissen uit mijn jeugd in Rotterdam nog goed herinneren, begin jaren zestig op het terrein van Heliport, met in scene gezette bokswedstrijden, botsautootjes en een waarzegster waar je u tegen zei.

Toen ik in Leiden woonde gingen we met de huisgenoten van Hooigracht 39 naar de kermis op de avond van 3 oktober, Leidens Ontzet. We gingen Enge Dingen Doen en overal in waar we normaal niet in durfden. Daar ben ik ook een keer uit de cakewalk gedonderd, zonder enig letsel, maar toch een blijvende herinnering.

Nu staat de kermis in Monnickendam voor de deur. Ik hou erg van die opbouw, waarbij alles nog mogelijk is, zoals ik meer hou van een verloving dan een bruiloft, maar meer van een begrafenis dan van ziekenbezoek. Je kunt beter naar een huis van rouw gaan dan naar een feest en zo is de cirkel weer rond.

Piep is volop aan het sparen voor de kermis. Ze verzint allerlei klusjes en nu zie ik haar urenlang op het terras het onkruid verwijderen. Het is pure kinderarbeid, maar ze wil het graag en ze wil tegen vergoeding ook nog de auto wassen. Dan gaan we eindelijk naar de kermis. Piep gaat eindeloos in de draaimolen en ik ga naar de schiettent of ik mijn brevet scherpschutter eerste klas nog kan waarmaken, wat meestal niet lukt. Dan is het allemaal weer afgelopen en glijdt de tijd voorbij als een grijze reiger.

Nog 1000 van de 1000 tekens

Je e-mailadres wordt niet getoond en alleen gebruikt om je op de hoogte te houden van antwoorden.