In 1928 werd er door enige raadsleden en door de vereniging van autobezitters er op gewezen, dat de brug niet meer aan de eisen van het verkeer voldeed. De brug was eigendom van het hoogheemraadschap der Uitwaterende sluizen. B en W richten een verzoek aan de eigenaar van de brug of die bereid was de kettingbrug te vervangen door een enkele brug. Het Hoogheemraadschap wilde hierin wel meegaan mits alle kosten door de Gemeente werden gedragen.
Een houten brug die eigenlijk gemaakt is voor voetgangers, handkarren en door paarden getrokken voertuigen, heeft best wel te lijden onder al dat (zware) autoverkeer. Dit betreft eigenlijk hoofdzakelijk het mechaniek en dekplanken. Wat de houten brugdelen betreft, is dit gewoon een kwestie van regelmatige inspectie uitvoeren en goed onderhoud.
Of je moet er een nieuwe brugverbinding bijbouwen voor auto’s en licht vrachtverkeer en de kettingbrug openhouden voor voetgangers en fietsers. Maar ja ….