Woningzoekenden op Marken langer in de wacht door vleermuizen en huismusjes
Kennisnemen van de uitkomst van een gesprek met de omgevingsdienst en de beoordeling van de juridische houdbaarheid van gelijktijdige procedures.
Naar aanleiding van de raadsvergadering van 20 april en de toezegging die daaruit is voortgekomen, is er contact geweest met de Omgevingsdienst Noord Holland Noord. De provincie heeft de natuurtaken gedelegeerd aan deze omgevingsdienst. Onderwerp van gesprek zijn de eventuele mogelijkheden geweest van een gelijktijdige procedure ten aanzien van een aanvraag omgevingsvergunning en verzoek tot ontheffing van de Wet natuurbescherming.
De omgevingsdienst herkent dat het voorkomt dat een ontheffing op verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) wordt aangevraagd, los van een aanvraag om omgevingsvergunning. De ontvangstbevestiging voor een verzoek tot ontheffing van de Wnb kan dan in sommige gevallen genoeg zijn om een omgevingsvergunning af te geven. Deze situatie is veelal aan de orde wanneer een omgevingsvergunning is vereist voor de activiteit bouwen.
In het geval van de Westerstraat is sprake van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en handelen in strijd met de ruimtelijke regels (afwijken bestemmingsplan). Het feit dat moet worden afgeweken van het bestemmingsplan maakt dat moet worden aangetoond dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaarheid van het plan. Een en ander wordt opgenomen in de zogenaamde goede ruimtelijke onderbouwing (hierna: GRO). Er moet worden onderbouwd dat de werkzaamheden geen significante effecten hebben op de natuur. De onderbouwing in de GRO wordt bij het onderwerp 'natuur' gesteund door onderzoeken.
Uit de Quickscan is gebleken dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Het nader onderzoek wordt op dit moment uitgevoerd. Hierdoor kan de GRO nog niet op de juiste wijze worden opgesteld. Een besluit op basis van niet volledige stukken maakt de juridische houdbaarheid van een omgevingsvergunning kwetsbaar.
Een ander route voor de procedure is dat het onderdeel 'natuur' aanhaakt bij de aanvraag omgevingsvergunning. In dat geval moet de gemeente een verklaring van geen bedenkingen (hierna: VVGB) vragen bij de provincie Noord Holland. Een VVGB kan niet worden afgegeven vooruitlopend op het afronden van het aanvullend Flora- en Faunaonderzoek. Hiervoor zal evengoed een toetsing aan de Wnb moeten plaatsvinden.
Het staat op dit moment ook nog niet vast dat een ontheffing van de Wnb aan de orde is. In dit geval is er nog geen nader onderzoek gedaan en kan de omgevingsdienst niet zeggen of een ontheffing kan worden afgegeven en/of welke maatregelen daarvoor dan noodzakelijk zijn. Hierdoor kan een besluit op basis van een juiste motivering en onderbouwing nog niet plaatsvinden. Een voorwaarde toevoegen aan de omgevingsvergunning om daarmee te voldoen aan de zorgplicht is niet voldoende. Daarmee is de omgevingsvergunning onvoldoende gemotiveerd en is niet aangetoond dat de werkzaamheden geen significante effecten hebben op de natuur.
Een VVGB kan niet worden afgegeven vooruitlopend op het afronden van het aanvullend Flora- en Faunaonderzoek. Hier zal evengoed een toetsing aan de Wnb voor moeten plaatsvinden. Hierdoor kan een besluit op basis van een juiste procesgang, motivering en onderbouwing nog niet plaatsvinden. Vanwege voornoemde redenen ziet het college van B&W helaas geen verantwoorde mogelijkheden tot versnelling van het proces.
