Oliebollenkraam van Henk staat na 42 jaar niet meer op de kermis in Volendam: ‘Het feest gaat hierdoor naar de haaien’
Vragen fractie Lijst Kras over Vergunningverlening oliebollenkraam Fam. W kermis
De familie Wielders is na 42 jaar op onze kermis te hebben gestaan met hun oliebollenkraam te kennen gegeven aankomend jaar niet meer welkom te zijn omdat een concurrent een hoger bod heeft gedaan op de plek. Dit heeft geleid tot veel verbazing en verdriet bij deze familie, die in die 42 jaar een hele hechte band heeft opgebouwd met ons dorp en daarnaast een trouwe leverancier van oliebollen aan het St. Nicolaashof is geworden.
Ook de loempiakraam, tevens bekend van de markt op zaterdag in Volendam, heeft na 45 jaar te horen gekregen vervangen te zullen worden. Wat deze 2 families het meest steekt is dat ze na bijna 50 jaar trouwe dienst niet eens de mogelijkheid krijgen om een tegenbod bod te doen om de standplaats alsnog te mogen houden.
Is dit hoe de gemeente - na meer dan 40 jaar samen te hebben gewerkt - omgaat met (hele) trouwe kermis exploitanten?
Voor de standplaatsen op de kermis wordt jaarlijks een aanbesteding uitgeschreven. Daarbij moeten we ons als gemeente aan wet en -regelgeving houden, waarbij al jaren de genoemde partijen de hoogste inschrijvers zijn. Hoe lang men reeds op de kermis opereert mag hierbij niet als voorwaarde of gunningscriterium worden mee gegeven. Alle partijen zijn van deze voorwaarden op de hoogte, ook de familie Wielders. De uitkomst is dan soms hard, maar zakelijk.
Kunt u deze gang van zaken ophelderen?
Zie antwoord 1. Overigens heeft de uitbater van de loempiakraam een standplaats weten te verkrijgen in de Conijnstraat. Tevens wordt gekeken naar een minnelijke oplossing voor de familie Wielders. Voor die laatste biedt dat echter nog geen garantie op een standplaats.
Waarom krijgen de huidige houders van de standplaatsen geen mogelijkheid om op z’n minst een tegenbod te kunnen doen?
Uitgangspunt van een aanbesteding (volgend uit de aanbestedingswet) is dat een dergelijke aanbesteding zo transparant mogelijk verloopt. Inschrijvers, al dan niet, een tegenbod laten doen is niet transparant, discrimineert jegens de partij die de hoogste inschrijving heeft gedaan (en alle andere mogelijke partijen), en doet afbreuk aan het gelijkheids- en vertrouwensbeginsel. Volgend jaar staan beide partijen vrij om een nieuwe bieding te doen.
