D66 wil eerlijke verdeling van sociale huurwoningen, zonder groepen tegen elkaar uit te spelen
Bron: D66 Purmerend
Hoe verdelen we de schaarse sociale huurwoningen in Purmerend zo eerlijk mogelijk? Daarover sprak de gemeenteraad op donderdag 29 oktober. Een motie van Partij voor Purmerend, CDA en Stadspartij Beemster Polderpartij riep op om de regels voor voorrang bij sociale huurwoningen opnieuw te bekijken. D66 kon zich in bijna de hele motie vinden. Toch stemden we tegen. Waarom?Veel overeenstemming over de inhoud
Wie al jaren op een woning wacht, wil graag weten wanneer er eindelijk iets beschikbaar komt. Tegelijkertijd zijn er mensen die door bijzondere omstandigheden dringend woonruimte nodig hebben. Het is belangrijk dat de gemeente zorgvuldig kijkt naar de manier waarop woningen worden verdeeld.
Daarom is D66 voorstander van een evaluatie van de urgentieregeling. Welke groepen krijgen voorrang? Waarom is dat zo? Welke regels zijn wettelijk verplicht en waar heeft de gemeente zelf keuzes gemaakt? En kunnen andere vormen van huisvesting helpen om de druk op sociale huurwoningen te verminderen?
Over die vragen waren de partijen het grotendeels eens. Fractievoorzitter Edwin Paarlberg gaf tijdens het debat zelfs aan dat D66 zich in ongeveer 95 procent van de motie kon vinden.
Waarom dan toch tegen?
In de motie werden vergunninghouders, ook wel statushouders genoemd, als enige groep woningzoekenden expliciet genoemd. Dat zijn mensen die in Nederland mogen blijven en voor wie de gemeente een huisvestingsopgave heeft.
Daarom is D66 voorstander van een evaluatie van de urgentieregeling. Welke groepen krijgen voorrang? Waarom is dat zo? Welke regels zijn wettelijk verplicht en waar heeft de gemeente zelf keuzes gemaakt? En kunnen andere vormen van huisvesting helpen om de druk op sociale huurwoningen te verminderen?
Over die vragen waren de partijen het grotendeels eens. Fractievoorzitter Edwin Paarlberg gaf tijdens het debat zelfs aan dat D66 zich in ongeveer 95 procent van de motie kon vinden.
Waarom dan toch tegen?
In de motie werden vergunninghouders, ook wel statushouders genoemd, als enige groep woningzoekenden expliciet genoemd. Dat zijn mensen die in Nederland mogen blijven en voor wie de gemeente een huisvestingsopgave heeft.
Voor D66 was dat een belangrijk bezwaar. Wij vinden dat je alle groepen die voorrang krijgen op dezelfde zorgvuldige manier moet beoordelen. Door één groep apart te benoemen, ontstaat toch de indruk dat juist deze mensen het probleem vormen.
Het CDA legde uit dat het benoemen van statushouders belangrijk was om de discussie daarover eindelijk met elkaar te voeren. D66 stelde daar een eenvoudige vraag tegenover: die discussie voeren we op dit moment toch al, midden in de gemeenteraad? Het onderwerp kon dus gewoon besproken worden, ook zonder die specifieke verwijzing in de motie.
Een poging om elkaar te vinden
Edwin Paarlberg vroeg het CDA daarom of het bereid was de verwijzing naar vergunninghouders te schrappen. Daarmee zou de motie volgens D66 op veel bredere steun kunnen rekenen.
Het CDA gaf aan dat het statushouders niet wilde uitsluiten, maar de verwijzing wilde behouden omdat het onderwerp volgens de partij belangrijk is in het maatschappelijke debat. D66 waardeert dat de indieners hebben geprobeerd om partijen bij elkaar te brengen. Maar juist omdat er zoveel overeenstemming was over het onderzoek en de mogelijke oplossingen, vinden we het jammer dat die laatste stap niet werd gezet.
Wat gebeurt er nu?
De motie werd uiteindelijk aangenomen. Het college heeft aangegeven bereid te zijn de urgentieregeling als geheel te evalueren en alternatieve vormen van huisvesting te onderzoeken. Wethouder Albers benadrukte daarbij dat hij statushouders niet afzonderlijk wil behandelen, maar naar alle groepen wil kijken.
D66 blijft zich inzetten voor meer betaalbare woningen, een eerlijke verdeling en goede oplossingen voor iedereen die dringend een woning zoekt. Niet door groepen tegenover elkaar te zetten, maar door naar feiten, behoeften en mogelijkheden te kijken.
Het CDA legde uit dat het benoemen van statushouders belangrijk was om de discussie daarover eindelijk met elkaar te voeren. D66 stelde daar een eenvoudige vraag tegenover: die discussie voeren we op dit moment toch al, midden in de gemeenteraad? Het onderwerp kon dus gewoon besproken worden, ook zonder die specifieke verwijzing in de motie.
Een poging om elkaar te vinden
Edwin Paarlberg vroeg het CDA daarom of het bereid was de verwijzing naar vergunninghouders te schrappen. Daarmee zou de motie volgens D66 op veel bredere steun kunnen rekenen.
Het CDA gaf aan dat het statushouders niet wilde uitsluiten, maar de verwijzing wilde behouden omdat het onderwerp volgens de partij belangrijk is in het maatschappelijke debat. D66 waardeert dat de indieners hebben geprobeerd om partijen bij elkaar te brengen. Maar juist omdat er zoveel overeenstemming was over het onderzoek en de mogelijke oplossingen, vinden we het jammer dat die laatste stap niet werd gezet.
Wat gebeurt er nu?
De motie werd uiteindelijk aangenomen. Het college heeft aangegeven bereid te zijn de urgentieregeling als geheel te evalueren en alternatieve vormen van huisvesting te onderzoeken. Wethouder Albers benadrukte daarbij dat hij statushouders niet afzonderlijk wil behandelen, maar naar alle groepen wil kijken.
D66 blijft zich inzetten voor meer betaalbare woningen, een eerlijke verdeling en goede oplossingen voor iedereen die dringend een woning zoekt. Niet door groepen tegenover elkaar te zetten, maar door naar feiten, behoeften en mogelijkheden te kijken.