De Nieuwjaarsbrand in Volendam staat bij plastisch chirurg Paul van Zuijlen nog altijd diep in zijn geheugen gegrift. Rijen brandwondenpatiënten maakten het Beverwijkse Rode Kruis Ziekenhuis (RKZ) tot het epicentrum van de ramp. “Het was extreem intens, maar het heeft mij als arts sterker gemaakt.” Tijdens de Nieuwjaarsbrand werkte Paul als arts in opleiding op de afdeling plastische chirurgie. Inmiddels is hij plastisch chirurg op de brandwondenafdeling en directeur van het brandwondencentrum. Foto: Rode Kruis Ziekenhuis
Paul kan zich de fatale nacht nog goed herinneren. Het is een koude winternacht als de toen 31-jarige arts in opleiding midden in de nacht wordt opgebeld met een dringend telefoontje. Hij is dan in Limburg en geniet van een feestelijke oudjaarsavond met vrienden. Na dat belletje verandert zijn stemming in één klap. “Er is een grote brand in Volendam en of ik wilde komen”, zei een collega. “Meer informatie had hij op dat moment niet.” Klaarwakker en stijf van de adrenaline voelt hij meteen: ik moet erheen. Via Teletekst ziet hij het aantal slachtoffers snel oplopen, maar hij is uren verwijderd van Beverwijk.
Rijen brandwondenslachtoffers
Het is slecht weer. Mistig, als hij de volgende ochtend in de auto stapt. Niet wetende wat hem straks te wachten staat. Waar het brandwondencentrum normaal gesproken enkel vier intensive care (IC)-bedden telt, is nu een groot deel van het ziekenhuis gebruikt voor de opvang van slachtoffers. “Er lagen rijen brandwondenslachtoffers. De brandwonden-IC lag vol, de reguliere IC ook en de chirurgieafdeling was omgevormd tot een mediumcare voor hen, een iets minder intense zorg dan de IC”, vertelt hij.
Het beeld dat hij schetst, staat haaks op de sfeer die hij ervoer. Het was kalm, herinnert hij zich. “In de avond was er chaos geweest. Nu voelde het als de stilte voor de storm, omdat er nog meer slachtoffers zouden binnenkomen. Maar er heerste een soort algemene adrenaline, een groepsgevoel van: we gaan dit doen. Dat was heel mooi.”
“Ik denk dat we wel drie maanden lang iedere dag een vol ok-programma hebben gedraaid”
Paul van Zuijlen, plastisch chirurg op brandwondenafdeling en directeur brandwondencentrum
Klappen voor het ziekenhuis
Niet alleen de dagen erna. Maandenlang stond in het teken van de Volendamramp. “Ik denk dat we wel drie maanden lang iedere dag een vol ok-programma (operatiekamer, -red.) hebben gedraaid. Dat was heel intens, maar ook bijzonder. Ik heb er ontzettend veel van geleerd”, blikt hij terug. Na de adrenalinestoot kreeg het ziekenhuis de klappen te verwerken. “Er vielen veel mensen uit met burn-outklachten. Artsen, maar vooral veel in de verpleging. Zij hebben natuurlijk ook meer persoonlijk contact met patiënten.” Paul vermoedt dat dit voortkwam uit een gevoel van machteloosheid. Hij legt uit: “Wij hadden echt de regie in handen. Ik dacht heel pragmatisch: het leed is al geschied, nu moeten we ze beter maken. Dat klinkt makkelijker dan het is. Maar als ik te veel mee ga leven, kan ik ze niet meer helpen.”
“Het begon allemaal met Volendam. Toen beseften we: we moeten beter voorbereid zijn”
Paul van Zuijlen, plastisch chirurg op de brandwondenafdeling en directeur brandwondencentrum
In Nederland heeft hij later nooit meer iets meegemaakt dat ook maar in de buurt kwam van die ervaring. “Het was echt een ramp. Dit soort letsel had ik wel eens gezien, maar nooit in deze omvang. Dat was indrukwekkend.” De gebeurtenis heeft hem gevormd als arts, durft hij te stellen. “Een half jaar geleden coördineerde ik een ramp in een nachtclub in Noord-Macedonië voor de Nederlandse brandwondencentra. Dat gebeurde op afstand, maar door de ervaring van de Nieuwjaarsbrand weet je wat er nodig is. Die lessen draag je altijd met je mee.” Niet alleen hij persoonlijk, ook het ziekenhuis is door de ramp veranderd. “Sinds de Volendamramp zijn we veel beter voorbereid op rampen. Tegenwoordig ook op oorlogen, door alles wat zich in Oekraïne en Gaza afspeelt. Maar het begon allemaal met Volendam. Toen beseften we: we moeten beter voorbereid zijn.”
Veerkrachtig vissersdorp
Op de vraag of hij nog weleens contact heeft met patiënten moet Paul lachen. “Weet je wat het opvallende is? Slachtoffers van de Volendamramp komen niet terug. Toevallig sprak ik Marga laatst voor een dubbelinterview. Zij was één van de zwaarst getroffen patiënten, maar die had ik al zeventien jaar niet gezien.” Hij prijst de veerkracht van het vissersdorp, dat ondanks alles nooit is weggekwijnd. Integendeel. “Ze hebben echt een ‘niet lullen, maar poetsen’-mentaliteit. Er waren veel patiënten met gelaatsverlammingen, of mensen met ambachtelijke beroepen waarvan je zou denken dat ze zouden terugkomen. Maar nee, ze hebben echt zoiets van: dit ben ik nu. “Ik houd van mensen helpen, maar ik vind het ook prachtig als ze het op die manier oppakken.”
Bullshitknop omdraaien
In de praktijk ziet Paul dat het accepteren van de situatie bepalend is voor iemands verdere leven. “Die mensen zijn echt gelukkiger. Marga ook, die weet dat ze er nu anders uitziet. Maar ze heeft echt de bullshitknop omgedraaid en is blij dat ze leeft. Terwijl ik soms ook patiënten heb met kleine brandwonden die doodongelukkig zijn.” Bovendien speelt de gemeenschap een grote rol, legt Paul uit. “Iedereen steunt elkaar. Het is een collectief trauma, en niemand kijkt je raar aan als je daar met brandwonden loopt. Dat is heel anders dan wanneer je de enige bent.” Net als voor de slachtoffers, blijft het voor Paul een onvergetelijke ervaring. “Volgende week ben ik van plan de tentoonstelling te bezoeken.”