
Het vlees van de geschoten ganzen gaat onder meer naar restaurants – foto Yvonne Jonkman
Het is zaterdagochtend, een tiental jagers van de Wildbeheereenheid Beemster-Zeevang komt rond koffietijd bijeen op het erf van voorzitter Frank Wennekers in Hobrede. Ieder brengt in wat er op deze vroege morgen geschoten is: grauwe ganzen en zes nijlganzen Hier wordt vervolgens ‘tableau gelegd’, een term uit de jacht die uitdrukt dat het geschoten wild respectvol en in een rustige sfeer wordt gepresenteerd. En zo was het ook. Het aantal ganzen wordt geregistreerd volgens een streng protocol. Welk soort, hoeveel, waar en wanneer? Deze rapportage gaat naar de Faunabeheereenheid en de provincie. Op basis van de registratie betaalt de provincie agrariërs uit voor de geleden schade aan de gewassen. De gedode ganzen worden opgeslagen in speciale koelcontainers waarvan er negen in onze provincie staan. Het vlees gaat naar restaurants, poeliers en diervoederindustrie.
Meer afschot, minder schade
De meest voorkomende soort is de grauwe gans. Deze maakt zo’n 80% van de populatie uit en veroorzaakt de meeste landbouwschade aan het voorjaarsgras. Tussen november 2025 en juli 2026 betaalde de provincie rond 8,2 miljoen aan vergoedingen voor gewasschade. In het voorjaar van 2026 zijn in NH meer dan 36.000 ganzen gedood, 97% meer dan in dezelfde periode van 2024. Het doel is om jaarlijks zo’n 100.000 ganzen af te schieten of te vangen. Het door de provincie toegestane jachtseizoen loopt tot 1 oktober. Jagers zouden graag zien dat het een maand langer zou duren, omdat er juist in het oogstseizoen voor de ganzen veel te halen is. Een ruimere periode waarin afschot is toegestaan vermindert dan de populatie.