Een kaarsje branden voor de achtste man
Een kaarsje branden voor de achtste man
Volendam herdacht op oudejaarsavond en nieuwjaarsdag de doden die een jaar geleden vielen bij de brand in café 't Hemeltje. In kerkdiensten, herdenkingsbijeenkomsten en bij het graf naast de Vincentiuskerk werd massaal stilgestaan bij de nieuwjaarsbrand die Volendam volkomen veranderde. De korte hevige brand kostte veertien jongeren het leven en er raakten zo'n 200 gewond. Een impressie van oud en nieuw in Volendam.
Zeven jongens staan oudejaarsnacht om elf uur 's avonds aan de rand van de Volendamse begraafplaats in de sneeuw te stampen. Stoere verhalen. Over wie er het ergst onderkoeld was geraakt toen hij eenmaal uit de brand op de dijk door een brandspuit werd natgehouden, vanwege zijn brandwonden. Over hoeveel weken ze buiten bewustzijn zijn geweest. Over de operaties en wat ze te eten kregen in de ziekenhuizen. Gehavende jongens. Littekens van buiten, zoals Lou Snoek. Getekend door de brand. Maar ook littekens van binnen. Want ze zijn met z'n zevenen. Terwijl ze een jaar geleden de laatste tafel voor acht man in 't Hemeltje hadden gereserveerd om samen oud en nieuw te vieren.
De zeven missen een man. Hun vriend Peter, die niet levend uit de brand kwam. In het half uur dat ze staan te praten aan de rand van de begraafplaats, hebben ze het pad bijna sneeuwvrij gestampt. Pastoor Berkhout komt ze even de hand schudden. Even later gaan de mannen naar binnen. De Vincentiuskerk in. Stuk voor stuk branden ze een kaarsje. Voor hun achtste man.
De eerste oud- en nieuwviering na de nieuwjaarsbrand die veertien jonge mensen het leven kostte en zo'n tweehonderd vaak ernstig verwondde. Een avond als geen ander. Meer dan ooit tevoren in het teken van herdenken en terugkijken. Al een jaar geleden. Voor de zeven jongens is het net alsof het vorige maand was dat de Hemel in brand vloog.
Oudejaarsdag eind van de middag. In een hek voor café 't Hemeltje steken vijf rode rozen en twee bossen witte tulpen. Op de schutting die de nieuwbouw van horecabaas Veerman naast het rampcafé van de weg scheidt, heeft Albert Binken van de belangenvereniging van slachtoffers een bord gespijkerd met een dankwoord aan Nederland. Voor de steun die het voormalige vissersdorp het afgelopen jaar heeft mogen ontvangen. ,,Dat mag ook wel eens worden gezegd,'' vindt Binken.
In de Vincentiuskerk zijn de voorbereidingen voor een viering en de opvang voor de verwachte toeloop naar het graf in volle gang. Bloemstukken worden bezorgd en er worden een paar honderd kaarsjes uitgepakt die bij de heiligenbeelden kunnen worden gebrand. Bij het graf schikken ouders van overleden kinderen in alle rust bloemen. Ze hebben nog geen idee wat ze die nacht gaan doen. ,,We zullen wel hier belanden, zegt een van hen.
Om zes uur worden de overleden herdacht met een mis in de Mariakerk. Jaap Smit, vader van Fred die nog steeds in het ziekenhuis verblijft, leest een gedicht voor. Veertien kaarsen voor veertien verloren vrienden en vriendinnen worden aangestoken.
Half negen. Regen: de hemel huilt. Wat erg vroege vuurpijlen gieren door de lucht boven Volendam. De horeca is op slot. Cafés die op deze feestavond doorgaans vol met mensen zitten, zijn lege donkere gaten.
Na de herdenkingsdienst in sporthal Opperdam werden 14 duiven losgelaten voor de slachtoffers van de brand. Foto's ANP/Olaf Kraak
Op de dijk rijdt een strooiwagen. Bij de kerk branden fakkels. Binnen ligt het schrift waarin bezoekers hun gedachtes in de kerk neerkrabbelen open op de laatste bladzijde. De laatste dag van het jaar, de laatste bladzijde. Toeval? Een boekwerk vol met kreten als 'sterkte' en 'we leven mee met Volendam'.
Het graf is verlicht. En wordt 'bewaakt'. Assistentie van het Rode kruis waakt er voor dat cameraploegen tussen de graven gaan filmen. Maar ze zijn ook paraat voor mensen die in de kerk of bij café 't Hemeltje steun zoeken. Pastoor Berkhout is steunpilaar in de kerk. Zit in een stoel naast de zee van brandende kaarsen of ontvangt ouders en jongeren in de pastorie.
Half tien. Bij 't Hemeltje brandt één waxinelichtje en er hangen inmiddels meer bloemen. Er komt licht uit café de Wir War onder 't Hemeltje. Bizar licht van de bordjes 'Nooduitgang'. De dijk is stil. Volendam heeft zich in de huiskamers teruggetrokken. In een huis in buurtje Het Doolhof vlak achter de dijk, ruimen jongens de tafel af. Elders hangt iedereen op de bank voor de buis. In de nieuwbouw steken jongens vuurwerk af. Een jongen met brandwonden op de handen en in het gezicht steekt volop vuurpijlen af. ,,Nee, mijn naam zeg ik niet, want het mocht eigenlijk niet van mijn moeder. Waarom we vuurwerk afsteken? Dat verjaagt de boze geesten. Zo doen ze dat in China ook. We moeten dit jaar afsluiten.''
De nachtwake in de Vincentiuskerk komt niet echt van de grond. Pastoor Berkhout had graag ieder kwartier een gedicht laten voorlezen. Maar niemand die er aan begint. Je moet de moed maar hebben op zo'n avond. Een meisje zet waxinelichtjes bij de zuilen met de foto's van de veertien jongeren bij het altaar. Het is een komen en gaan van mensen. Ook burgemeester Bulte en oud-burgemeester IJsselmuiden en hun echtgenotes bezoeken de graven en de kerk. Doen mee aan het rituele rondje dat velen maken: even naar het graf. Totaal in gedachten wegzinken bij de zerken. Dan een kaarsje branden in de kerk en een stukje over de dijk lopen.
Middernacht bij 't Hemeltje. Een Duitse toerist vraagt - totaal onwetend - vlakbij het rampcafé zijn vriendin ten huwelijk. Ze zegt 'ja' en dat begeleidt hij met een zee van sterretjes. Vuur... Op dit moment bij 't Hemeltje... Een Volendams meisje, de hand verbrand, stapt er met haar vriendinnen op af. De sterretjes doven.
De koplampen van de auto van een filmploeg zetten het café in het licht. Zo kan de cameraman goed inzoomen op de taferelen die zich hier afspelen. Hartverscheurend huilende meisjes. Maar die willen niet gefilmd worden. Vannacht zeker niet. Ze zijn mediamoe: ,,Rot op met die kutcamera's.''
Kwart voor één bij het graf. Nog meer bloemen, nog meer mensen. Handen wrijven over ruggen van snikkende meiden. En er wordt ook gekust. ,,Toch een gelukkig nieuw jaar. Een beter jaar.''
Een jongen maakt zich los van zijn vrienden. Beren van gozers die zich hier niet voor hun tranen schamen. Loopt naar het graf van een vriend. Kijkt nog eens indringend naar de foto op de zerk. Draait zich dan hoofdschuddend om. Een ramp van een jaar oud, maar nog steeds niet te begrijpen.
Nieuwjaarsdag half elf. De Vincentiuskerk is boordevol. Alleen nog staanplaatsen. Als Volendam herdenkt, wordt dat groots aangepakt. Niet met een enkel kaarsje bij een foto. Nadat jongeren veertien kaarsen met de namen van de overleden vrienden en vriendinnen op het altaar hebben geplaatst, gaat iedereen een kaarsje bij de portretten neerzetten. De complete kerk. Alsof ze ter communie gaan, stromen de banken vol kerkgangers keurig leeg. Achteraan worden brandende kaarsjes gehaald. Door iedereen. Burgemeester Bulte, maar ook brandweerman Cees Bont en getekende slachtoffers die vingers missen brengen de kaarsjes naar voren. Meer dan duizend mensen zijn het. Dus ook meer dan duizend kaarsen. En voor de graven liggen al meer dan duizend rozen klaar. ,,Was het maar waar dat alles weer gewoon werd'', verzucht pastoor Berkhout in zijn preek. Want na een jaar rouw moet het eigenlijk een beetje over zijn, beluistert hij links en rechts. ,,Maar het tweede jaar kan nog wel eens het zwaarste worden.'' Guldens en euro's rinkelen in de collecteschalen. Volendam is niet helemaal stil blijven staan.
De ceremonie duurt lang. Eerst iedereen in beweging voor een kaarsje, dan de gedachten en gedichten die de gewone dienst afwisselen. Burgemeester Bulte spreekt. Hij is blij met de warmte en veerkracht, maar waarschuwt ook: ,,Het is niet waar dat de tijd alle wonden heelt.''
Weer iedereen in de benen. Dit maal voor een hostie en daarna met z'n allen een roos op het graf leggen. Uit de luidsprekers bij het graf klinkt het lied 'I want to know what love is' dat Zweedse en Volendamse brandslachtoffers samen op een cd hebben gezet.
Er is meer muziek in het dorp van de palingsound. Lokale jongerenbands treden op in Sporthal de Opperdam. Afgewisseld door sprekers die nog eens terugblikken. Zoals Jaap Smit, vader van Fred die nog steeds in het ziekenhuis ligt. Hij vertelt over zijn nachtelijke zoektocht naar zijn zoon. ,,Die nacht flitst weer door mijn hoofd. We hadden elkaar toch de beste wensen beloofd?''
Lou Snoek, zwaar getekend door de brand, zingt liedjes en pept de meute op om toch vooral verder te kijken. Naar de toekomst. Die misschien niet meer is wat je had voorgesteld, maar die er wel is. En verder kijken, wil niet zeggen dat je moet vergeten. De datum 1 januari 2001 staat in zijn geheugen gegrift. ,,01-01-01. Het was een topavond. Maar het werd de zwartste bladzijde uit de geschiedenis van Volendam.''