Uniek brandwondenhuis in Merksem
Uniek brandwondenhuis in Merksem
Op de website van de Stichting Het Greet Rouffaer Huis staat ergens in de introductie: een uniek project, zeker uniek in Europa. In haar kantoor aarzelt Daniëlle Roef even, maar zegt dan toch: "Zelfs uniek in de hele wereld."

Een fysiotherapeut behandelt een zwaar verbrande patient. 'Het littekenweefsel losmaken is specialistisch werk'.
(Foto Robert van den Berge)
Een huis waarin álle facetten van de brandwondenproblematiek behandeld worden. Van het zoeken naar een goede advocaat voor het juridisch aspect tot de zo broodnodige consulten bij de psycholoog. Alles onder één dak." Drie Volendamse slachtoffers van de brand in 't Hemeltje waren de afgelopen maanden kind aan huis in het tegen Antwerpen aangeplakte Merksem. "Eén van hen komt nog regelmatig om zijn drukkleding te verwisselen", zegt coördinator Roef.
"De Volendamse jongens lagen eerst in het brandwondencentrum van het Stuivenbergziekenhuis in Antwerpen. Voor de nazorg zijn ze bij ons terecht gekomen."
De 'Roosendaals-Vietnamese' peuter Duyen kennen ze in het fraai verbouwde huis aan de Bredabaan ook goed. Het meisje werd door de Roosendaalse Stichting Medische Hulp voor Kinderen naar Nederland gehaald. Zwaar verminkt door accuzuur dat ze over zich heen kreeg. Omdat ze drager is van de mrsa-bacterie werd Duyen door Nederlandse ziekenhuizen geweerd. Inmiddels is Duyen geopereerd door brandwondenspecialist Raymond Peeters van het Stuivenbergziekenhuis en is ze regelmatig te vinden in het Greet Rouffaer Huis. "Een zwaar probleem", zegt Roef. "De eerste operaties zijn achter de rug, maar dit wordt een zeer lange weg."
Aan 'lange wegen' zijn ze in het brandwondenhuis wel gewend. "Als je uit het ziekenhuis ontslagen wordt, moet je rekening houden met een nazorg van twaalf tot achttien maanden. Fysieke nazorg. Psychisch kan dat nog veel langer duren. Eigenlijk kun je brandwondpatiënten het best vergelijken met chronisch zieken."
Actrice
Vraag het maar aan Greet Rouffaer. De in Vlaanderen zeer populaire actrice raakte vier jaar geleden zwaar verbrand bij een ongeval tijdens televisie-opnames in een caravan. Zwaar gewond werd ze naar het Stuivenbergziekenhuis in haar geboortestad Antwerpen vervoerd. Pas maanden later mocht ze naar huis.
Rouffaer droeg lange tijd een zogeheten drukmasker om haar verbrande gezicht te ontzien, maar meed de publiciteit niet. Ook niet toen het masker eindelijk af mocht en ze haar heil zocht in make-up om de littekens in haar gezicht te camoufleren. "Dat helpt, maar ik weet voor mezelf dat ik er wél anders uitzie dan vroeger."
Heimwee
"Elke ochtend als ik in de spiegel kijk, word ik geconfronteerd met die littekens. Ik heb heimwee naar het gezicht van vroeger, maar dat komt nooit meer terug. Als je verbrand bent, heb je niet alleen uiterlijke littekens, maar ook je zelfbeeld is gekwetst. Dat doet pijn, enorm veel pijn. Die kun je aan niemand beschrijven."
De populaire actrice die onder andere speelt in de Vlaamse soapserie Wittekerke werd een voorbeeld voor lotgenoten. Ze moest niet lang nadenken toen de Antwerpse uitgever Guido van Liefferinge ettelijke miljoenen franken beschikbaar stelde aan Rouffaer en brandwondendokter Peeters.
Dat werd het fundament voor het brandwondenhuis, al jaren een droom van Peeters. Roef: "De stichting werd opgericht en we gingen op zoek naar ruimte. Die vonden we uiteindelijk in Merksem aan de Bredabaan al waren er eerst de nodige bezwaren. De Bredabaan is uitermate druk en aan het gebouw moest veel gebeuren."
Dat was in 1998. Na drie jaar zwoegen en 'bedelen' werd dit jaar op 20 april het brandwondencentrum officieel geopend. Roef: "We krijgen geen frank subsidie. We moeten het van donaties hebben. Tot nu toe lukt het om alles goed draaiende te houden."
Het is géén ziekenhuis, benadrukt Roef. "Sterker nog, wij willen dat het huis geen enkele gelijkenis met een ziekenhuis heeft. De patiënten moeten zich thuisvoelen. Het moet hun huis zijn. Ze moeten zich kunnen ontspannen, ondanks alle ellende die ze meemaken en voelen."
De noodzaak voor een brandwondencentrum waar zwaar verminkte patiënten geholpen worden om alsnog een plaatsje in de maatschappij te veroveren, was er al lang, zegt Roef.
Zwart gat
"Brandwondenpatiënten vallen vaak in een zwart gat als ze uit het ziekenhuis vertrekken. Bij een ramp als Volendam is het wat anders. Ze hebben steun aan elkaar, aan het dorp. Ze worden opgevangen door de gemeenschap die meeleeft."
Veel brandwondpatiënten kennen dat niet of in ieder geval veel minder. Roef: "En die maatschappij is keihard hoor. Stel dat een gedeelte van je gezicht en je handen verbrand zijn. Dat is slechts vier procent van je lichaam. Maar wij noemen dat zeer zwaar verbrand. Want het zijn wel je sociale visitekaartjes voor die maatschappij."
Problemen genoeg, verzucht Roef. "De eerste hulp en de technieken zijn zo verbeterd dat nu meer zwaar verbrande mensen in leven blijven. Tien jaar geleden nog maar, gingen die dood. Probleem is dat de plastische chirurgie achterblijft. Je schept, sorry dat ik het zo cru zeg, monsters. Die móet je wel beschermen tegen die maatschappij. Je moet ze wapenen."
Ieder jaar gaan medewerkers van het Greet Rouffaer Huis eind augustus met verminkte kinderen naar EuroDisney bij Parijs. Roef: "Als we dan terug zijn, zeggen ouders vaak: wat is er met mijn kind gebeurd? Ze praat over de littekens, ze wil gaan zwemmen. Dat deed ze nooit. Wij proberen de kinderen op weg te helpen. Zichzelf te accepteren, dat is zo belangrijk."
Kleine lepel
Ouders bij het genezingsproces betrekken is ook uitermate belangrijk, zegt Roef uit ervaring. "Pascal was een peuter wiens mondje dichtgroeide door littekenvervorming. Ze kon moeilijker eten. Wat deden die ouders, ze gaven haar een kleinere lepel. Fout, want dat dichtgroeien ging maar door. Tot er weer een operatie aan te pas moest komen."
Beter was geweest Pascal naar de fysiotherapie te brengen. "Die fysiotherapie is een van de pijlers van dit huis. Samen met de psychologie. Verder hebben we ook een afdeling camouflage en maquillage. Leren de patiënten op een goede manier make-up te gebruiken."
Boven op de eerste verdieping is een ruimte vrijgemaakt voor de zogeheten brandwondenklasjes die in februari beginnen. Roef: "We nodigen klasjes uit en vertellen het een en ander over brandwonden. Zuiver preventief bedoeld. We leren hen hoe ze bijvoorbeeld voorzichtig moeten omgaan met vuur, hoe ze ongelukken kunnen voorkomen en wat ze moeten doen mocht er onverhoopt toch wat gebeuren."
Advocaat
Het is maar een greep uit de vele hulpdiensten die in Merksem gebundeld worden. "Soms is het heel moeilijk juridisch je gelijk te halen bij een ongeluk. We kunnen dan de helpende hand bieden door een goede advocaat in te schakelen en helpen bij de afhandeling van de verzekeringsuitkeringen."
Geen overbodige luxe is inmiddels gebleken. Roef: "Vanaf het begin zitten we vol. We zijn nu ook van plan brandwondenpatiënten ieder jaar terug te laten komen en hen psychisch en fysiek te onderzoeken. Op die manier bouwen we veel kennis op. Want daar ontbreekt het in de nazorg vaak aan. Soms denk ik wel eens, dit is maar een begin. Veel te vaak wordt nog gezegd: zo, ze zijn het ziekenhuis uit en dat was het dan. Fout, want dan begint het pas."